Het eigen onderzoek naar de misstanden van het franquisme kostte de onderzoeksrechter zijn baan. In 2008 werd hij voor 10 jaar geschorst omdat hij zijn boekje als rechter te buiten was gegaan door de Amnestiewet uit 1977 te overtreden. Deze wet werd ingesteld om de overgang van dictatuur naar democratie soepeler te laten verlopen. Door de zaken uit de Spaanse Burgeroorlog en de dictatuur onder Franco erna niet te bestraffen en te vergeten konden de in die periode tegengestelde bevolkingsgroepen gemakkelijker vreedzaam verder leven.
Volgens Garzón is deze wet zo’n 75 jaar nadat de eerste misdaden werden gepleegd, gedateerd en is het de ‘hoogste tijd’ om toe te geven dat er in die jaren iets ‘vreselijks‘ is gebeurd. Hij doelt op de ruim 100.000 personen – sommige rapporten spreken zelfs van 135.000 personen – die nog steeds vermist zijn.
Deze vermisten – vaak tegenstanders van het regime – werden vermoord, gemarteld en in werkkampen gestopt door de troepen van Franco en begraven in massagraven. Garzón vindt dat nabestaanden het recht hebben te weten wat er met hun dierbaren is gebeurd. Bovendien moet de Spaanse overheid helpen in de zoektochten naar de stoffelijke resten om deze te identificeren. Zo kunnen ze op een waardige manier opnieuw begraven of gecremeerd worden.
Garzón noemt de ‘onverschilligheid van de Spaanse overheden en de gehele politieke klasse als het gaat over het lot van de slachtoffers en hun lijdende familie beangstigend’.
VN Commissie
Deze week staat het onderwerp op de agenda van de commissie ‘Gedwongen verdwijningen’ die zetelt bij de Verenigde Naties in Geneve. Deze commissie die bestaat uit 11 onafhankelijke juridische experts uit de hele wereld, volgt de prestaties van alle 39 landen die hiertoe hebben getekend, waaronder Spanje, naar hun vorderingen op het gebied van gedwongen verdwijningen.
Afgelopen september werd Spanje door twee leden van deze commissie bezocht. Zij kwamen tot het oordeel dat geen enkele amnestie kan beletten dat misdaden tegen de menselijkheid worden onderzocht.