Geen strafrechtelijk onderzoek naar Mazón om rol bij dana-ramp Valencia

door Else BeekmanElse Beekman
Carlos Mazón wordt niet strafrechtelijk vervolgd

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar Carlos Mazón om zijn rol bij de DANA-ramp in Valencia. Het hoogste gerechtshof van de regio Valencia ziet geen reden om de voormalige regiopresident strafrechtelijk te onderzoeken voor zijn optreden tijdens de verwoestende overstromingen van 2024. Hierbij kwamen 230 mensen om het leven. De beslissing is definitief.

Het Tribunal Superior de Justicia de la Comunitat Valenciana (TSJCV) heeft maandag unaniem de bezwaren van verschillende aanklagende partijen afgewezen. Daarmee blijft het eerdere besluit van 16 maart overeind: voormalig regiopresident Carlos Mazón wordt niet als verdachte onderzocht in de strafzaak rond de ramp.

De zaak loopt bij een rechtbank in Catarroja, een van de zwaar getroffen gemeenten. De onderzoeksrechter daar had het Valenciaanse hof gevraagd te beoordelen of Mazón, als toenmalig president van de Generalitat Valenciana en huidig parlementslid, door het hof onderzocht moest worden.

Onvoldoende sterke aanwijzingen

Volgens het hof zijn er onvoldoende “serieuze en onderbouwde aanwijzingen” dat Mazón strafbaar heeft gehandeld. Daarbij gaat het onder meer om de vraag of hij actief betrokken was bij het versturen van het noodbericht Es-Alert op 29 oktober 2024.

Dat bericht, bedoeld om inwoners via hun mobiele telefoon te waarschuwen, kwam volgens critici te laat. Toch ziet het hof geen stevige aanwijzingen dat Mazón persoonlijk strafrechtelijk verantwoordelijk was voor de manier waarop die waarschuwing werd verstuurd.

Ook vindt het hof niet dat Mazón juridisch gezien wettelijk verplicht was om zelf in te grijpen in de operationele noodhulp. Zonder zo’n wettelijke plicht kan iemand moeilijk worden vervolgd voor het nalaten.

Politieke verantwoordelijkheid is iets anders dan strafrecht

De uitspraak betekent niet dat er geen kritiek kan zijn op het optreden van Mazón of zijn regering tijdens de dana. Wel maakt het hof duidelijk dat politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid niet automatisch strafrechtelijke schuld betekent.

Voor vervolging wegens bijvoorbeeld dood door schuld moeten er concrete en sterke aanwijzingen zijn dat iemand door handelen of nalaten strafbaar verantwoordelijk is voor de gevolgen. Die drempel wordt volgens het hof in het geval van Mazón niet gehaald.

Geen misbruik van parlementaire bescherming

De aanklagende partijen voerden ook aan dat Mazón door zijn positie als parlementslid extra bescherming geniet. In Spanje kunnen gewone rechtbanken bepaalde bestuurders en parlementariërs niet onderzoeken. Dat kan alleen een hogere rechtbank doen.

Het hof ziet daarin geen misbruik. Mazón was al sinds het begin van de huidige legislatuur, op 26 juni 2023, parlementslid in de Valenciaanse Corts. Hij kreeg die status dus niet pas op het laatste moment om vervolging te ontlopen.

Ook klacht tegen DANA-rechter afgewezen

In een aparte beslissing wees het TSJCV ook een klacht af tegen de rechter die de DANA-zaak onderzoekt en tegen haar echtgenoot, die eveneens rechter is. Volgens de klager zou de echtgenoot zich met het onderzoek hebben bemoeid.

Het hof noemt een strafrechtelijk onderzoek daarnaar “volledig verkennend en ongerechtvaardigd”. Er zou hooguit mogelijk sprake kunnen zijn van een procedurele onregelmatigheid of een disciplinaire kwestie, maar niet van de strafbare feiten genoemd in de klacht.

Daarmee blijft de strafzaak over de hulpverlening en de gevolgen van de DANA in handen van de rechtbank in Catarroja, maar zonder strafrechtelijk onderzoek naar Carlos Mazón door het Valenciaanse hof.

Bredere strafzaak loopt door

De bredere strafzaak loopt intussen door. Die is uitgegroeid tot een omvangrijk onderzoek met tienduizenden pagina’s dossier, honderden verhoren en tientallen betrokken aanklagende partijen. De rechter in Catarroja richt zich vooral op de late waarschuwing via Es-Alert en op de informatie waarover verantwoordelijken op de rampdag beschikten. Onder anderen de voormalige Valenciaanse minister van Binnenlandse Zaken Salomé Pradas en voormalig noodhulpchef Emilio Argüeso gelden daarbij als onderzochten.