Regeringsleider Juan Jesús Vivas in Ceuta verhardt zijn toon tegenover Madrid. Hij geeft de Spaanse regering dertig dagen om de migratiecrisis in Ceuta op te lossen, anders stapt ij naar de hoogste rechterlijke instanties van Spanje. Volgens Vivas laat de Spaanse regering de stad aan haar lot over, terwijl Ceuta nog altijd “in gevaar” verkeert.
De crisis begon in de nacht van 30 op 31 juli, toen tienduizenden mensen in twee dagen tijd, grotendeels zwemmend, de grens met Marokko overstaken. Het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken schatte dat er tussen de 70.000 en 72.000 mensen onrechtmatig Ceuta binnenkwamen, in een stad met nog geen 85.000 inwoners. Vivas zelf spreekt over “bijna 80.000” mensen. De massale toestroom volgde op geruchten op sociale media dat wie Spaans grondgebied bereikte, niet meer teruggestuurd zou worden. Toen bleek dat dit niet klopte, keerde het merendeel weer terug naar Marokko.
Onenigheid over hoeveel mensen er nog zijn
Bijna drie weken later weet niemand meer hoeveel mensen er nu echt nog in Ceuta zijn. Hetzelfde geldt voor het aantal terugkeer- of uitzettingsprocedures dat als is opgestart. Hij verwijt de regering dat die begin augustus de indruk wekte dat de rust binnen 48 uur was teruggekeerd en dat er nog maar zo’n 2.500 mensen over waren. Minister Grande-Marlaska sprak vorige week juist weer van ongeveer 5.000 buitenlanders die nog in de stad verbleven. Welk cijfer nu klopt, blijft dus onduidelijk, en dat is precies waar Vivas de regering op aanvalt.
Het aantal geïdentificeerde minderjarigen ligt intussen wel vast: de Nationale Politie telde dinsdag 2.168 minderjarige migranten sinds 30 juli, 270 meer dan vijf dagen eerder. Om hen op te vangen heeft de stad onder meer twee scholen omgebouwd tot noodopvang, en heeft de centrale regering 1.500 extra tijdelijke opvangplekken vrijgemaakt.
Vivas wil naar Hoge Raad en Constitutioneel Hof
Vivas kondigde aan een gesprek aan te vragen met de voorzitter van de Spaanse Hoge Raad en met de voorzitter van het Constitutioneel Hof. Hij doet dat niet omdat hij zich wil bemoeien met de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Wel wil hij dat de hoogste rechters weten hoe de situatie in Ceuta er werkelijk voor staat.
Hij verwijt de regering van Pedro Sánchez “passiviteit” tegenover wat hij een aanval op de “territoriale integriteit” van Spanje noemt. Vivas herinnerde eraan dat Sánchez zelf Ceuta ooit omschreef als gebied met “hoog risico”. Volgens hem zijn dat woorden zonder daden.
“Dit is geen onmogelijke missie”
Vivas denkt dat de Spaanse staat de volwassenen die eind juli illegaal binnenkwamen, binnen dertig dagen legaal kan terugsturen naar Marokko. Zijn rekensom: vijftig ambtenaren die zich bezighouden met de dossiers, kunnen er elk vijftien per dag afhandelen. Dat zijn 750 dossiers per dag, ofwel 3.750 per week en zo’n 15.000 per maand. “Dit is geen onmogelijke missie”, stelde hij. “Dit lijkt eerder op een gebrek aan wil.”
Voor het uitblijven van actie ziet Vivas drie mogelijke verklaringen: onkunde, onverschilligheid over de geschonden territoriale integriteit, of de wens om Marokko niet voor het hoofd te stoten en de betrekkingen goed te houden. Hij waarschuwde ook voor wat hij een mogelijk Marokkaans plan noemt om Ceuta “stap voor stap” onder druk te blijven zetten.
Ook andere instanties op de hoogte gebracht
Vivas hoopt dat Marokko oprecht meewerkt aan de terugkeer van zowel volwassenen als minderjarigen. Naast de rechterlijke macht wil hij ook de Cortes Generales, de andere Spaanse autonome regio’s, de vereniging van Spaanse gemeenten en provincies, en werkgevers- en vakbondsorganisaties op de hoogte brengen van de situatie in Ceuta.
Volgende week moeten drie ministers, van Migratie, Volksgezondheid en Jeugd en Kinderbescherming, in het Spaanse parlement uitleg geven over de aanpak van de crisis.