Over hangbruggen en langs kliffen: tien via ferrata’s in Spanje voor beginners en durfals

door Else BeekmanElse Beekman
via ferrata bij Congost de Mont Rebei

Je wilt op avontuur door de natuur in Spanje, maar dan wel zonder stijgijzers of speciale schoenen. Voor de meeste via ferrata’s, bij velen ook bekend onder het Duitse woord ‘klettersteig’, hoef je gelukkig geen ervaren klimmer te zijn, maar klik je je vast aan een staalkabel. Vervolgens klim je via ijzeren treden, ladders en bruggetjeswand naar plekken die anders onbereikbaar zijn. Spanje heeft tientallen van dit soort routes. We zetten er tien op een rij, waar watervallen, kloven en hangbruggen voor extra spanning zorgen.

De moeilijkheid van een via ferrata wordt meestal aangegeven op een schaal van K1 (heel makkelijk) tot K6 (alleen voor geoefende klimmers). Een gordel, helm en valdemper zijn altijd verplicht. Als je voor het eerst gaat, kun je bij bijna al deze routes via een lokale gids het materiaal regelen.

Mont-rebei: kloof op de grens van twee regio’s

Op de grens van Catalonië en Aragón slingert de rivier de Noguera Ribagorçana door het Congost de Mont-rebei. Het water sleet een van de best bewaarde kloven van de Pyreneeën uit. Hoog in de wanden zijn kleine kluizenaarskapelletjes. De kloof is bereikbaar via een makkelijke route die voor iedereen goed te doen is. Aan het einde bereik je de vlonders die aan de steile rotsen zijn bevestigd en wordt je getrakteerd op spectaculaire uitzichten over het water en de grillige rotspartijen.

El Chorro: boven het water van de Guadalhorce

caminito del rey met hangbrug
Caminito del Rey

De inmiddels wereldberoemde route Caminito del Rey bij Málaga is onlangs uitgebreid met de langste hangbrug van Spanje. Het gebied met ruige rotsen biedt echter meer dan alleen deze route. Rond El Chorro lopen verschillende via ferrata’s langs de kalkwanden van de kloof van de rivier de Guadalhorce. De route is 650 meter lang en heeft een niveau K3. Onderweg wachten een hangbrug en een tokkelbaan via welke je de kloof oversteekt. Reken op zo’n tweeënhalf uur. In de zomer kun je vanwege de hoge temperaturen beter vroeg beginnen.

Broto: klimmen naast een waterval

In Broto, in de Pyreneeën van Huesca, leidt de via ferrata je direct langs de waterval van Sorrosal omhoog. De rots is nat, het water dondert naast je naar beneden en op de achtergrond liggen de bergen van het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido er majestueus bij. Met niveau K3 is het een van de intensiefste routes van de Aragonese Pyreneeën. Desondanks is ervaring niet per se nodig, maar als je hoogtevrees hebt, kun je hier beter niet aan beginnen. In het voorjaar zijn sommige stukken lastiger begaanbaar vanwege het smeltwater in de kloof.

La Hermida: vrijwel onbereikbaar voor zonlicht

In de kloof van La Hermida, aan de rand van de Picos de Europa, liggen twee via ferrata’s boven de rivier de Deva. De kloof is zo smal dat er amper zonlicht binnenvalt waardoor het bijna voelt alsof je in een grot loopt. Deze routes zijn technisch pittiger en vooral bedoeld voor wie al eerder een via ferrata heeft gedaan. El Milar eindigt met een tokkelbaan over de rivier. De tweede route bevat een ladder van zo’n vijftig meter die twee rotswanden met elkaar verbindt.

Riglos: oog in oog met gieren

mallos de riglos
Zicht vanaf Mirador de los Buitres

Vlak bij de Mallos de Riglos, de beroemde roodbruine rotstorens in Huesca, klim je naar het Mirador de los Buitres. De meeste klimmers worden hier standaard vergezeld door groepen vale gieren die boven hun hoofden cirkelen en die hier in grote kolonies broeden. Het niveau van deze route is K2, met een paar eenvoudige passages en ook verticale stukken. De meeste mensen die over een normale conditie beschikken, lopen deze route moeiteloos. Boven wacht een overdekt uitkijkpunt met uitzicht over de rotsen en de vallei.

Redován: relatief makkelijk beginnen in Alicante

Aan de Costa Blanca, maar dan een stukje landinwaarts vind je bij Redován een via ferrata in een droog, rotsachtig berglandschap. Deze via ferrata is geschikt voor beginners met korte stukken en bijna het hele jaar door zon. De route heeft twee delen: een makkelijk beginnersstuk en een veel zwaarder sportief deel met hangbruggen.

Ventano del Diablo: het Duivelsvenster bij Cuenca

In de Serranía de Cuenca kijk je door een natuurlijke opening in de rots uit over de kloof van de Júcar. Dat is het Ventano del Diablo, het Duivelsvenster. Bij Villalba de la Sierra loopt langs die kloof een via ferrata met twee delen. De eerste is vrij vlak en eindigt met een tokkelbaan en de tweede klimt, via twee hangbruggen onderweg, door naar het uitkijkpunt zelf. De omgeving vormt voor velen een verrassing, omdat de natuur er zo ruig is.

Cala del Molí: klimmen boven de Middellandse Zee

Cala del Moli
Via ferrata Cala del Molí

De meeste via ferrata’s liggen in de bergen. Bij Sant Feliu de Guíxols, aan de Costa Brava, klim je juist langs de kustkliffen, hoog boven de golven van de Middellandse Zee. Volgens de beheerders is het de enige route in Europa die zo dicht langs zee loopt. De route opende in 2002 en telt zeven bruggen, waaronder drie hangbruggen. Het niveau ligt tussen K2 en K3, met het lastigste stuk in het tweede deel. Van december tot eind mei is het tweede deel dicht, omdat er dan vogels broeden in het gebied. In de zomer vermijd je de drukte door heel vroeg te gaan.

Tajo de Ronda: onder de beroemde brug

Ronda is beroemd vanwege zijn ligging op de rand van een kloof en de Puente Nuevo, die de twee stadsdelen met elkaar verbindt. Sinds kort kun je die brug ook van onderaf bewonderen door een van de twee korte via ferrata’s te lopen. Ze volgen een oud pad met trappen dat arbeiders van een elektriciteitsbedrijf in de jaren twintig aanlegden. De provincie Málaga geeft de eerste route het laagste niveau, K1. Toch zit er bij de start een kort overhangend stuk dat sommige beginners wel spannend vinden. Je bent er in een half uur doorheen. Ideaal dus om te combineren met een dagje Ronda.

Sabero: met lange hangbrug als pronkstuk

In de bergen van León, in een oud mijngebied, ligt de via ferrata van Valdetorno met een hangbrug van 110 meter als pronkstuk. Daarnaast zijn er nog negen kleinere bruggen. De route is 460 meter lang en heeft niveau K4, enige ervaring is dus wel vereist. De treden staan ver uit elkaar en je hebt behoorlijjk wat kracht in je armen nodig. Je kunt er ook alleen aan beginnen als je je vooraf bij de gemeente hebt aangemeld. Voor een bedrag van drie euro per persoon, ben je ook meteen verzekerd.