Langs stoffige landwegen, tussen olijfgaarden en bergpassen, liggen nog altijd tientallen ventas, de oude herbergen van Andalusië. Eeuwen geleden boden ze beschutting aan reizigers, koetsiers en muildierdrijvers. Hier konden mens en dier eten, tot rust komen en mensen ontmoeten voordat de tocht verderging.
Deze herbergen ontstonden in de middeleeuwen, toen reizen door Spanje dagen of zelfs weken kon duren. Ze lagen strategisch langs oude handelsroutes en verbindingswegen tussen steden, vaak ver van dorpen of markten. Een venta was eenvoudig maar onmisbaar onderweg, met stallen, een eetzaal, een haardvuur, een paar kamers om te overnachten, en soms een kleine kapel.
Reizigers deden de herbergen niet alleen aan om er te overnachten, maar ook om andere reizigers te ontmoeten, het laatste nieuws te horen, deals te sluiten of simpelweg te wachten tot de regen ophield. Het waren plekken om op verhaal te komen en nieuwtjes uit te wisselen.
De oudste herberg van Andalusië
In het dorp Alfarnate, in de provincie Málaga, ligt de Venta de Alfarnate. Volgens historische documenten is dit de oudste herberg van Andalusië en vindt de uitspanning haar oorsprong in de dertiende eeuw. Haar muren van natuursteen en balken van donker hout ademen eeuwen geschiedenis.
De ligging van Venta de Alfarnate was strategisch, midden op de oude handelsroute tussen Málaga en Granada. Een plek waar reizigers moesten stoppen om hun paarden te laten rusten. Op bijna negenhonderd meter hoogte bood de herberg reizigers een veilige rustplaats in het ruwe bergklimaat.
Binnen ademt de venta nog altijd de sfeer van vroeger. De stallen, de binnenplaats en de dikke muren vormen een levend museum. In een hoek bevindt zich zelfs een kleine cel, waar in de negentiende eeuw reizende bandieten werden opgesloten, zodat de bewakers die hen naar Granada moesten brengen rustig konden eten.
Koningen en struikrovers onder één dak
Door de eeuwen heen kwam hier een bont gezelschap samen: kooplieden, pelgrims en reizigers die met de postkoets onderweg waren – maar ook figuren uit legendes. Volgens overlevering sliep koning Alfonso XIII er tijdens een reis door Andalusië. En er gaan verhalen dat beruchte struikrovers als José María “El Tempranillo” of zelfs de Madrileense bandiet Luis Candelas hier ooit zouden hebben overnacht of vastgezeten – al is dat waarschijnlijk meer mythe dan feit.
In de loop van de 19e eeuw kregen de venta ook een nieuwe rol: haltepost van de pas opgerichte Guardia Civil, die onderweg gevangenen begeleidde door het ruige berggebied. De ijzeren beugel aan de muur herinnert eraan. Maar voor de meeste bezoekers was Venta de Alfarnate vooral een veilige haven onderweg. Een plek waar het warm was en waar reizigers wijn en een bord stevige stoofpot kregen.
De smaak van het verleden
Ook vandaag de dag draait alles er om eten. Het bekendste gerecht van de Venta de Alfarnate heet huevos a lo bestia – letterlijk “eieren als een beest”. Een overdadige schotel met gebakken eieren, chorizo, bloedworst, varkensvlees, paprika en broodkruim. Ooit bedoeld voor reizigers die dagenlang onderweg waren.
Wie drie porties opeet, zo luidt de traditie, hoeft niet te betalen. Het is een knipoog naar vroegere tijden, toen de kracht van de reiziger het verschil kon maken tussen veilig aankomen op de plek van bestemming of stranden in de bergen. De keuken van Venta de Alfarnate is eenvoudig, eerlijk en stevig – precies wat een Andalusische herberg tot een venta maakt.
Ventas n Andalusië: vergeten ruïnes in het berglandschap
Wie tegenwoordig door de bergen van Málaga of Granada rijdt of wandelt, ziet op veel plekken nog de ruïnes van oude ventas. Ooggetuigen van de voorbijtrekkende tijd. Vaak met half overwoekerde muren, ingestorte poorten en daken, en de overblijfselen van stallen die langzaam verdwijnen tussen de struiken.
Deze ruïnes herinneren aan een tijd waarin Andalusië werd doorkruist door reizigers te paard, herders met hun kuddes en handelaars met muildieren. Vaak lagen deze herbergen op plekken waar nu geen bewoning meer is, op kruisingen van bergpaden, bij bronnen of aan smalle bergpassen. Veel van die herbergen stonden niet op zichzelf, maar maakten deel uit van kleine boerderijen waar families woonden. Ze bewerkten het land, hielden vee en ontvingen reizigers die over de bergroute trokken. De venta was tegelijk huis, boerderij en halteplaats.
Sommige ruïnes dragen nog namen als Venta del Fraile of Venta de la Cueva – herbergen die vaak lagen bij een klooster of een natuurlijke grot, waar reizigers beschutting vonden tijdens hun tocht door de bergen. Andere ventas zijn allang verdwenen: overwoekerd, ingestort of opgenomen in het berglandschap. Alleen een paar muren herinneren nog aan hun bestaan. Samen vormen de ruïnes en herbergen een tastbare herinnering aan het Andalusië van weleer – een land dat eeuwenlang werd gevormd door reizigers, handel en ontmoetingen onderweg.
Een levend monument
De Venta de Alfarnate is nog altijd in bedrijf. De familie die haar beheert, waakt met zorg over het erfgoed. Tussen houten tafels en flakkerende olielampen lijken de muren verhalen te fluisteren over eeuwen reizigers die er passeerden. In een kleine zaal tonen oude gebruiksvoorwerpen de tijd van de postkoetsen en de struikrovers die hier ooit passeerden.
Die vermenging van geschiedenis en legende heeft de herberg veranderd in een levend monument. Niet voor niets huisvest het gebouw het Museo del Bandolerismo Andaluz, waar documenten, wapens en reconstructies het leven tonen van de struikrovers die ooit door deze bergen trokken. Zij belichamen een Andalusië van armoede, onrecht en avontuur – een mengeling van historische misdaad en hardnekkige mythe. Met de oprichting van de Guardia Civil in 1844 kwam er langzaam een einde aan dat ruige tijdperk van de bandoleros.
Een herberg met toekomst
Ondanks het verstrijken van de eeuwen vervult de Venta de Alfarnate nog steeds dezelfde rol als in voorbije eeuwen: reizigers eten serveren en rust bieden. De huidige eigenaresse, Cristina, kocht de herberg ruim vijfentwintig jaar geleden en wist het historische karakter te bewaren zonder afstand te doen van het comfort van deze tijd.
Wie hier eet, stapt even uit het heden. Buiten ruikt het naar dennenhars, droge aarde en stof van de bergweg. Binnen klinkt het gelach van gasten die wijn drinken en lekker eten, net als de muildierdrijvers van weleer. De oude herberg leeft nog altijd voort als ontmoetingsplaats voor reizigers, niet langer te paard, maar te voet, op de fiets of met de auto.
Herbergen als cultureel erfgoed
De venta van Alfarnate is niet de enige overgebleven venta in Andalusië. In de hele regio zijn nog tientallen oude herbergen te vinden – sommige verlaten of vervallen tot ruïne, andere omgebouwd tot restaurant of museum. Ze markeren een vergeten infrastructuur van een Spanje dat werd doorkruist door ruiters en handelaars.
Voor Andalusiërs zijn deze ventas een bron van trots. Ze belichamen gastvrijheid, eenvoud en veerkracht. En voor bezoekers vormen ze een directe verbinding met het verleden – plekken waar je het Spanje van toen kunt voelen, ruiken en proeven.
Wandelparadijs Axarquía: schitterende natuur en pittoreske dorpjes