Een andere bijnaam van Salvador Pérez is ‘Senderito’. Deze trailrunner en inwoner van Alhaurín was het lichtpuntje voor de brandweerlieden vanaf het moment dat de brand vorige week vrijdag begon in de Sierra de Mijas. Hij kent ‘zijn’ Sierra als zijn broekzak en was vanaf het eerste moment stand by om te helpen waar hij kon.
Niets doen was voor hem geen optie, “het is mijn Sierra”, zegt de verwoed wandelaar in de krant MalagaHoy. Eerst kreeg hij geen toestemming om het gebied te betreden, maar uiteindelijk kwam hij er toch via de paden die hij elke dag gedurende 12 jaar heeft afgelegd.
Op voorwaarde dat hij in samenwerking en volgens de regels van de Infoca-brandweerlieden zou handelen mocht hij als vrijwilliger helpen en blijven. “Ik fungeerde als een soort geit, want ik hielp ze veilige uitwegen te vinden”, zegt Pérez.
Na meer dan drie dagen in de bergen werd het vuur beheerst, de omtrek ervan omsingeld en uiteindelijk gestabiliseerd. Onderzoek wees deze donderdag uit dat het vuur werd aangestoken. Ruim 2.790 hectaren bosgebied gingen verloren.
Senderito benadrukt dat er meer dan 200 vrijwilligers zijn geweest die samen met de brandweerlieden hun leven hebben geriskeerd. Hij zegt ook niet te aarzelen om te blijven zoeken naar mogelijk nog brandgevaarlijke smeulende grond om deze te doven.
Waarom ‘Senderito’?
Nadat hij op 55-jarige leeftijd met pensioen ging, startte hij met zijn carrière als trailrunner. Hij begint te trainen in de bergen en bezoekt zo alle hoeken van de Sierra de Mijas. Hier moet hij voorlopig even wegblijven omdat het gevaarlijk is de as in te ademen.
“De naam Senderito komt van een medeloper die onder de indruk was van hoe snel ik de berg af kon komen”, zegt de gids voor de brandweer. Hij traint al vele jaren en voelt zich “jonger” en met “meer energie” dan toen hij 50 was, ook al is hij net 63 geworden.
In twee of drie jaar tijd al enig herstel
“Ik ga door met trainen, hoewel helaas niet in hetzelfde gebied”, bevestigt Senderito. Hij gelooft dat in twee of drie jaar tijd het verbrande gebied in redelijke mate geregenereerd kan zijn. “Ik hoop dat ik tijd krijg om dat nog te zien. Niemand geniet zo van deze bergen zoals ik”, voegt hij er treurig aan toe.