Flamingo’s in Spanje: waarom zijn ze roze en waar kun je ze zien?

door Else BeekmanElse Beekman
Nationaal Park Doñana

Het zien van een flamingo in het wild blijft bijzonder. In Spanje kun je deze tot de verbeelding sprekende roze vogels met eigen ogen in verschillende wetlands en zoutmeren bewonderen. Wist je dat een flamingo niet uit zichzelf roze is? De vogel dankt zijn kleur aan wat hij eet. In de baltstijd smeert hij er zelf nog een extra laagje overheen. Dit jaar broedden in de lagune van Fuente de Piedra in Málaga meer flamingoparen dan ooit.

Het roze komt van pigmenten die carotenoïden heten en in de algen en kleine kreeftachtigen zitten die flamingo’s eten. Ze filteren hun voedsel, insecten en hun larven, kreeftjes, weekdieren, wormen, microalgen en eencelligen, met hun snavel uit het water. Vervolgens wrijft een flamingo met zijn wang langs de stuitklier die olie voor het verenkleed maakt. De vogel smeert die olie, die vol zit met het rode pigment canthaxanthine uit over zijn hals, borst en het voorste deel van zijn rug. In de baltstijd is het verenkleed op zijn kleurrijkst.

Kuikens zijn grijs

Een flamingokuiken komt niet roze uit het ei maar zijn de eerste paar jaar nog grijsbruin. Roze worden kost jaren en dat proces begint met een paar losse, lichtroze veren, totdat de flamingo volwassen is met zalroze tot karmijnrode dekveren. De zwarte slagpennen zie je alleen in de vlucht. De snavel is roze met een zwarte punt en de vogel heeft roodachtige poten. Vanaf ergens tussen hun derde en tiende jaar planten ze zich voort.

Elk paar legt één ei per seizoen en dat wordt vervolgens 27 tot 36 dagen bebroed. Het kuiken kan na 71 tot 98 dagen vliegen. Na een paar dagen in het nest sluit het zich aan bij een groep kuikens binnen de kolonie.

De eerste weken krijgen de kuikens flamingomelk. Dat papje, rijk aan vet, eiwit en ook canthaxanthine, komt uit de krop van zowel het mannetje als het vrouwtje. Ouders verliezen kleur zolang ze hun jong voeren. Daarna komt die terug.

Recordjaar in Fuente de Piedra

De lagune van Fuente de Piedra in de provincie Málaga heeft de grootste kolonie flamingo’s van het Iberisch schiereiland. Dit jaar telde men er 35.177 broedparen en 15.500 kuikens, een record. In heel Spanje broeden er volgens SEO/BirdLife tussen de 14.000 en 38.000 paren, afhankelijk van het jaar. Samen met de Camargue in Frankrijk is dit de belangrijkste kolonie van het westelijk Middellandse Zeegebied en Noordwest-Afrika.

Na een aantal droogtejaren stont de lagune in maart op 101 centimeter. De eerste eieren lagen er al in de tweede helft van februari. Dat is vroeg omdat het broedseizoen meestal pas vanaf april begint. Positief na moeilijke tijden: in 2024 viel de lagune half mei droog en mislukte het broedseizoen. In de 41 jaar daarvoor broedden de flamingo’s er 35 keer. Het record van 2026 gaat over paren, niet over kuikens. Met 15.500 jongen bleef dit jaar ruim onder 2025, toen er meer dan 22.700 kuikens werden geteld. Op 8 augustus kregen 600 jonge flamingo’s een ring.

Flamingo’s kijken bij Fuente de Piedra

Een vaste broeddatum is er niet omdat het broeden afhangt van de regen in de winter. Meestal zijn ze in het voorjaar te zien, vroeg in de ochtend in maart, april en mei. In het bezoekerscentrum krijg je veel informatie over de vogels en rond de lagune zijn uitkijkpunten bij Cantarranas, Cerro del Palo, El Laguneto, Las Latas en La Vicaría. Verrekijkers zijn te huur. Kijk voor openingstijden en meer informatie op de website.

Andere plekken om flamingo’s te zien in Spanje

Buiten Málaga zijn de kolonies kleiner en minder vast. Die in de Ebrodelta en Doñana zijn jonger, veel kleiner en mislukken vaak in droge jaren. Daarnaast broeden er af en toe kleine groepen in El Hondo, de zoutpannen van Santa Pola en Pétrola.

Ebrodelta (Tarragona). Het informatiecentrum zit in Deltebre (Avinguda Catalunya 46, telefoon 977 48 21 81). Bij het Ecomuseu staat een traditionele vogelkijkhut. Tijden worden niet vermeld, bel dus eerst.

Doñana (Huelva). Bezoekerscentrum José Antonio Valverde bij Aznalcázar (Sevilla) is sinds februari tijdelijk dicht, net als de kijkhutten daar. Een datum voor de heropening is er niet.

Marismas del Odiel (Huelva). Bij bezoekerscentrum Anastasio Senra (Carretera del Dique Juan Carlos I, km 3, telefoon 682 654 491) kijk je vanuit een hut uit over de lagunes. Langs het wandelpad van de Salinas de Bacuta staat er nog een.

Salinas de Santa Pola (Alicante). Het bezoekerscentrum zit in het gebouw van het zoutmuseum, aan de Avenida Zaragoza 45. Het is elke dag open van 9.00 tot 14.00 uur, ook op feestdagen. Dicht op 24, 25 en 31 december en op 1 en 6 januari.

Salines de Calp (Alicante). Flamingo’s broeden hier niet, maar komen er wel vaak, vooral in de zomer, om de kleine kreeftachtigen te eten in het zoute water. Je kunt ze zien vanaf het wandelpad rond de zoutpannen.

Lagunas de La Mata en Torrevieja (Alicante). Hier leven meer dan 2.000 flamingo’s. In 2020 broedde er voor het eerst een grote groep in de lagune van Torrevieja. Ook afgelopen mei werden er flamingokuikens geboren op deze plek.

Bahía de Cádiz. Ook hier vormen groepen flamingo’s een grote trekpleister. Veel van die vogels komen uit Doñana, iets meer dan 60 kilometer verderop. Het bezoekerscentrum staat in San Fernando, aan de Calle Buen Pastor 507, telefoon 956 243 474.

Ses Salines (Ibiza). Hier zijn september en oktober de beste maanden omdat flamingos er overwinteren in de zoutpannen die nog in gebruik zijn.

Salinas y Arenales de San Pedro del Pinatar (Murcia). Aan de Mar Menor is het klimaat zo mild dat je bija het hele jaar flamingo’s kunt zien. De grootste groepen zitten er eind juli.

Salinas de Cabo de Gata (Almería). Flamingo’s zijn er al jaren een symbool van de provincie. Je ziet ze vaak bij de zoutpannen van Cerrillos.

Laguna de Manjavacas (Cuenca). Een seizoensgebonden lagune, op twee uur rijden van Madrid. Het is een van de weinige plekken in het binnenland waar je flamingo’s kunt zien.