Machinist na 37 jaar bij Renfe: “Niet mijn collega’s, maar de politiek is schuldig aan Urda”

door Else BeekmanElse Beekman
Oscar Puente

Een week na de treinramp bij Urda (Toledo) laat oud-machinist José Ramón Palacios van Renfe van zich horen. Gedurende 37 jaar was hij werkzaam voor het Spaanse spoorbedrijf. Bijna de helft van die periode was hij treinchef op de hogesnelheidstrein AVE. In een open brief in El Mundo schrijft hij over zijn verdriet en woede. Zijn verwijt na de ramp die 69 levens eiste en waardoor 200 mensen gewond raakten, is duidelijk: niet de machinisten of de verkeersleiders, maar jarenlange politieke bemoeienis heeft het Spaanse spoor kwetsbaar gemaakt.

Palacios, die actief was in de Plataformas en Defenssa del Ferrocarril en in de vakbond CNT, schrijft dat hij en zijn collega’s al sinds eind jaren tachtig waarschuwen. In 2007 probeerden spoorwerkers met stakingen bij de AVE het tij te keren met verzet tegen onder meer het halveren van de opleidingstijd voor personeel.

Volgens collega’s die nog in dienst zijn, is die opleiding inmiddels erg beperkt met praktijkoefeningen die vaak online gebeuren. Ook de liberalisering van het spoor zit Palacios dwars. Het beheer van het spoor (Adif) en het rijden van de treinen werden van elkaar losgemaakt om private concurrentie mogelijk te maken. Volgens Palacios hoort dat juist één geheel te zijn.

Hij nam het protest destijds mee naar het Congres, maar kreeg geen reactie. Volgens hem lachten de grote bonden CCOO, UGT en machinistenbond SEMAF de kritiek zelfs weg. Nu, na Urda en eerdere rampen als Angrois (2013), Adamuz (2026) en Gelida, ziet hij zijn gelijk bevestigd.

Trots verandert in teleurstelling

Palacios beschrijft hoe Renfe ooit een bron van trots was. De AVE werd zelfs in het buitenland geroemd en nagebootst. Ook de korte afstandstreinen van Cercanías in Madrid stonden bekend om hun stiptheid. De laatste jaren is dat beeld sterk verslechterd. Palacios zoekt de oorzaak daarvoor in de politiek. Partijen zouden bestuursposten vergeven aan vrienden en bekenden, in plaats van aan mensen met technische kennis en ervaring.

Boos over de gelekte geluidsopnames

Het felst is hij over de in talloze media gepubiceerde opnames van de gesprekken tussen de machinisten en de verkeersleiding. Op de dag van het ongeluk, rond 14.00 uur, zei minister Puentes van Transport, vanuit station Atocha in Madrid, dat hij de opnames had beluisterd. Diezelfde avond publiceerden Cadena SER, El País en elDiario.es tegelijkertijd de opnames en transcripties. ‘Ellendig’ noemt Palacios dat in zijn brief. Hij benadrukt dat de omgekomen machinisten ook familie en vrienden hebben, die hun stemmen nu steeds opnieuw horen. De verantwoordelijken moeten wat hem betreft vertrekken.

Bij de rechter die de ramp onderzoekt is een aangifte ingediend om te achterhalen hoe de opnames bij de media terechtkwamen. Puente moet zich vandaag, dinsdag, verantwoorden in de Diputación Permanente van het Congres, waar een meerderheid zijn aftreden eist.

Ook nabestaanden van Adamuz vragen om vertrek Puentes

Naast Palacios schreef ook Javier Romero Barba een open brief deze week. Hij verloor in Adamuz op 18 januari zijn moeder en zijn tante. Hij vraagt ook in El Mundo Puente rechtstreeks om af te treden. Niet om politieke redenen, benadrukt hij, maar uit respect voor de slachtoffers.

Romero Barba schrijft dat de families nog altijd wachten op antwoorden. Uitspraken van de minister hebben hun verdriet volgens hem alleen maar groter gemaakt. Hij noemt Puentes opmerking dat hij “de rails niet last” als voorbeeld. Door Urda zijn de wonden weer opengegaan, schrijft hij.

Volgens Barba is de staat bij beide rampen tekort geschoten. Daarom vraagt hij om meer dan een gewone schadevergoeding. Nu worden de bedragen berekend met de tabel die ook voor verkeersongevallen geldt. Dat vindt hij niet passend voor mensen die hun veiligheid toevertrouwden aan een openbare dienst.

Wat het onderzoek moet uitwijzen

De technische kant van de treinramp ligt bij de onderzoekscommissie voor spoorongevallen, de CIAF. Die onderzoekt waarom het LZB werd uitgeschakeld. Volgens het ministerie viel het LZB zo’n 170 keer per jaar uit en Puente beoordeelde dat als ‘binnen het gebruikelijke’. Uit het onderzoek moet nu blijken of deze storing er één van velen was, of dat er iets ongewoons aan de hand was.

Palacios wil niemand veroordelen, maar vraagt de politiek vooral om de trein weer te behandelen als een openbare dienst. “Elke reiziger die in een trein stapt, vertrouwt ons het kostbaarste toe wat hij heeft.”