In deze Spaanse steden is de belangstelling voor koopwoningen het grootst

door Else BeekmanElse Beekman
koopwoningen bij Madrid

Madrid voert opnieuw de lijst aan van Spaanse gemeenten waar koopwoningen het meest worden gezocht in verhouding tot het beschikbare aanbod. Ook steden als Zaragoza en Valencia nemen hoge plaatsen in op de ranglijst. Opvallend is dat L’Hospitalet de Llobregat en Valladolid inmiddels meer belangstelling trekken dan Barcelona en Vitoria-Gasteiz.

In het kort

  • Madrid, Zaragoza en Valencia trekken de meeste vraag naar koopwoningen.
  • L’Hospitalet en Valladolid winnen terrein door lagere vraagprijzen.
  • Alicante valt op met 16 gemeenten in de ranglijst.
  • De cijfers gaan om vraagprijzen op Idealista, niet om verkoopprijzen.

Dat blijkt uit een analyse van Idealista/data over het eerste kwartaal van 2026. Daarin zijn alleen gemeenten meegenomen met een groot aanbod aan woningen op het platform: meer dan 1.300 advertenties tussen januari en maart.

Madrid bovenaan, ondanks hoge prijzen

De Spaanse hoofdstad blijft de markt domineren. Dat is opmerkelijk, want goedkoop is Madrid allerminst. In de hoofdstad ligt de gemiddelde vraagprijs van woningen aangeboden op Idealista boven de 608.000 euro. Toch blijft het aantal zoekers er groot ten opzichte van het aanbod.

Na Madrid volgen Zaragoza en Valencia. In Zaragoza ligt de gemiddelde prijs met ruim 235.000 euro aanzienlijk lager. Valencia komt uit op iets meer dan 323.000 euro. Ook Las Palmas de Gran Canaria staat hoog genoteerd, met een gemiddelde prijs van ruim 302.000 euro.

Betaalbaarder alternatief wint terrein

Een van de opvallendste verschuivingen is de opmars van L’Hospitalet de Llobregat en Valladolid. Beide steden passeren Barcelona en Vitoria-Gasteiz in de ranglijst. De verklaring ligt voor de hand: woningen zijn er voor veel kopers nog net iets haalbaarder.

In L’Hospitalet, direct naast Barcelona, blijft de gemiddelde prijs onder de 196.000 euro. Valladolid komt uit op ruim 232.000 euro. Dat steekt scherp af tegen Barcelona, waar de gemiddelde vraagprijs inmiddels boven de 468.000 euro ligt. In Vitoria-Gasteiz gaat het om bijna 320.000 euro.

De top tien van steden waar de meeste belangstelling wordt getoond naar koopwoningen wordt verder aangevuld met Sevilla en A Coruña, waar woningen gemiddeld respectievelijk ruim 278.000 en 335.000 euro kosten.

Ook veel belangstelling buiten de provinciehoofdsteden

Na de eerste tien plaatsen duiken ook grotere gemeenten op die geen provinciehoofdstad zijn. Badalona en Gijón zijn daar voorbeelden van. Ze staan in dezelfde zone van de ranglijst als Bilbao en Santander, maar kennen gemiddeld lagere prijzen.

In Bilbao ligt de gemiddelde vraagprijs boven de 368.000 euro. Santander blijft net onder de 300.000 euro. Badalona zit rond de 200.000 euro en Gijón rond de 284.000 euro.

Ook Oviedo, Terrassa en Almería doen het goed. Zij blijven in de ranglijst zelfs voor San Sebastián, ondanks het feit dat die Baskische stad met ruim 684.000 euro per woning tot de duurste markten van het land behoort.

Alicante valt op met zestien gemeenten

Niet alleen de grote steden trekken belangstelling. Vooral de provincie Alicante springt eruit. Van de 84 gemeenten in de ranglijst liggen er zestien in deze provincie. Naast Alicante zelf gaat het onder meer om Elche, Santa Pola, Dénia, Benidorm, Torrevieja, Altea, Jávea en Calpe.

Ook Málaga is sterk vertegenwoordigd. Behalve de hoofdstad staan onder meer Torremolinos, Benalmádena, Mijas, Fuengirola, Estepona, Manilva, Marbella en Benahavís in de lijst. Barcelona en Murcia volgen met elk zes gemeenten.

Dit zijn herkenbare namen voor veel Nederlandse en Belgische kopers. Veel van deze plaatsen liggen aan de kust of in gebieden waar al langer internationale belangstelling bestaat. Dat maakt de concurrentie op de woningmarkt er niet kleiner op.

Van miljoenvilla’s tot relatief betaalbare steden

De verschillen binnen de ranglijst zijn groot. Benahavís, in de provincie Málaga, heeft met ongeveer 2,4 miljoen euro de hoogste gemiddelde woningprijs. Daarna volgen Marbella met 1,77 miljoen euro en Calvià op Mallorca met 1,74 miljoen euro. Ook Sotogrande en Altea behoren tot de duurste plaatsen.

Aan de andere kant van het spectrum staan Roquetas de Mar, Jaén en Lleida. Daar liggen de gemiddelde prijzen nog onder de 180.000 euro. Juist dat contrast laat zien hoe breed de Spaanse woningmarkt is: van exclusieve kustgemeenten tot steden waar kopers nog aanzienlijk minder betalen.

Koper moet sneller schakelen

De cijfers laten vooral zien dat het aanbod in veel populaire gemeenten krap blijft ten opzichte van het aantal geïnteresseerden en dat als je iets wilt, je snel moet handelen. Dat geldt niet alleen voor Madrid, Barcelona of Valencia, maar steeds meer ook voor middelgrote steden en kustplaatsen waar woningen nog betaalbaarder lijken.