Meer dan helft EU-burgers vertrouwt de EU niet

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Meer dan helft EU-burgers vertrouwt de EU niet

Dit jaar (2013) is uitgeroepen tot het jaar van de EU-burgers. Daarom wil men hen vanuit Brussel bewust maken van hun rechten. Wat de daar tegenover staande plichten zijn behoeft geen betoog. Volgend jaar komen er Europese verkiezingen en daarom moeten Europeanen overtuigd worden hoe nuttig de EU wel voor hen is.

Uit de kleine cijfertjes die men los van de barometer in de ‘EU Mei-Enquete’ kan vinden, blijkt dat 60% van de burgers weinig vertrouwen meer heeft in Brussel, een stijging van 3% ten opzichte van een eerdere ondervraging.

Weinig vertrouwen

Tot degenen die nog maar weinig vertrouwen hebben, behoren Cyprus (83% +19), Griekenland (80% -1), Spanje (75% +3) en Portugal (71% +19). Opvallend daarbij is dat het vertrouwen in de eigen regering in die landen nog veel geringer is. Het verband zal daarom maar weinigen verwonderen.

Slecht imago

Hoe slecht het imago van de EU (c.q. ‘Brussel’) wel is, blijkt uit de neutrale stemming bij liefst 39% van de burgers. Dat nu maakt een verdeling mogelijk tussen positief- en negatief-denkers: 30% denkt positief, 29% negatief, wat in feite ten opzichte van eerdere onderzoeken geen verandering betekent.

Echter blijkt ook, dat nu 67% van de burgers er rotsvast van overtuigd is, dat hun stem in Brussel niet wordt gehoord. Een percentage dat in 2009 nog bij 53% lag. Slechts 28% (-3) denkt daar anders over. 49% van de EU-burgers meent, dat de EU hun levenskwaliteit negatief heeft beïnvloed, terwijl 43% nog altijd denkt dat dit anders is en dat alles beter wordt.

Euro nog altijd gewild

De euro (munt) zelf komt er desondanks redelijk positief af, maar het percentage dat erin gelooft neemt af. Uit de ondervraging blijkt dat 51% voor de euro is, en 42% er liever morgen nog vanaf wil. Een andere interpretatie daarover luidt, dat in euro-landen 62% van de bevolking voor deze munt is.

Oog op het zuiden

Uit de ter beschikking staande cijfers blijkt, dat de problematiek van de zuidelijke landen een stempel drukt op het gevoel een Europeaan te zijn. De public relations tekortkoming van de barometer is daarom het op één hoop vegen van de schoolkennis van burgers tot het Europese continent te behoren met het dagelijkse gevoel ook een Europeaan in de zin van Brussel te zijn.

Het stichten van verwarring is, naar het schijnt, de grootste bijdrage van deze EU-barometer aan de algemeen gevoelde onvrede met het onderliggende politieke systeem. De reeds aanwezige onvrede wordt door dit soort van publicaties niet minder door. Over ‘vertrouwen’ gesproken…