Ceuta zit aan zijn taks. In nog geen vijftien uur tijd, tussen middernacht en drie uur woensdagmiddag, redden reddingsboten van Salvamento Marítimo en het Rode Kruis 117 migranten die vanuit Marokko zwemmend de kust probeerden te bereiken. Het is de zoveelste piek in een golf die al dagen aanhoudt.
“Een instorting”, zegt de president
President Juan Jesús Vivas van Ceuta noemde de situatie woensdag ronduit een “instorting op migratiegebied”. De afgelopen week kwamen ruim 1.500 mensen (volwassenen en kinderen samen) zwemmend de stad binnen. Inmiddels zitten er meer dan 2.000 migranten in de opvang, een enorme belasting voor een stad met nog geen 84.000 inwoners.
Vivas roept de Spaanse regering op om snel en krachtig in te grijpen. Hij wil een aanpassing van de vreemdelingenwet zodat mensen die zwemmend de grens oversteken teruggestuurd kunnen worden. Ook is extra politie-inzet nodig en één centrale crisisleiding die alle betrokken overheden coördineert. Hij noemt het geen lokale kwestie, maar een zaak die om brede politieke consensus vraagt.
Opvang overvol, mensen kamperen langs de weg
De cijfers geven een helder beeld over de krapte in de opvang. Met 512 plekken, zit dit al ver over zijn capaciteit heen. De toegangsweg naar het centrum is veranderd in een geïmproviseerd kamp van jongeren die wachten tot ze naar binnen mogen. Bij alleenstaande minderjarige migranten loopt de overbezetting zelfs op tot 1.600 procent van de beschikbare plekken.
Vivas noemde ook het meest schrijnende cijfer van de crisis: in de afgelopen twaalf maanden zijn ongeveer zestig lichamen uit zee geborgen.
Vergelijking met 2021
Als de instroom op dit tempo doorgaat zonder passende maatregelen, waarschuwt Vivas, dreigt Ceuta aantallen te evenaren als in mei 2021. Toen kwamen meer dan 10.000 mensen in korte tijd de stad binnen. Op dit moment worden al dagen geteld met meer dan 200 aankomsten.
Niet iedereen ziet het als uitzonderlijk
Niet iedereen deelt dezelfde urgentie. José Miguel Morales, directeur van hulporganisatie Sur Acoge, wijst erop dat Ceuta ieder jaar in de zomer een vergelijkbare toename ziet. Volgens hem is er in wezen niets veranderd en zou de stad zijn opvang- en zorgvoorzieningen structureel op orde moeten brengen in plaats van van de ene noodsituatie naar de andere te hollen.