Het cliché dat Spanjaarden van oudsher vooral op vakantie gaan in eigen land wordt opnieuw door cijfers bevestigd. Velen kiezen voor een plek ergens langs de ruim 8.000 kilometer lange kustlijn of keren terug naar hun ‘pueblo’ om daar samen te komen met familie en oude bekenden tijdens de dorpsfestiviteiten. De kust blijft dé favoriet van de Spaanse vakantieganger, en wie een slaapplek zoekt, boekt het vaakst een hotel.
Dit blijkt uit de jaarlijkse CIS-enquête “Turismo y Gastronomía”, die in juli werd afgenomen onder ruim zesduizend Spanjaarden.
Niet iedereen gaat weg
Twee op de tien Spanjaarden hebben dit jaar geen vakantie gehad en gaan er ook niet meer op uit voor de rest van 2026. De rest ging voornamelijk in de zomermaanden op pad, en koos daarbij overduidelijk voor water en zon. Bijna 40% trekt naar een dorp aan de kust, ruim een kwart naar een kuststad. Wie liever de bergen of het platteland opzoekt, is met 21,4% een stuk kleiner in aantal.
Het hotel wint het van alles
Wie op vakantie gaat, boekt meestal een hotel of apparthotel. Dat doet 46,9% van de Spaanse vakantiegangers. Logeren bij familie of vrienden is goed voor 12,6%, en huurwoningen en vakantieappartementen komen uit op 14%. Een landhuis huren doet 4,2%, kamperen 3,1%, en een minderheid van 1,8% trekt eropuit met camper of caravan.
De meeste Spanjaarden blijven ook binnen de landsgrenzen. 56,8% viert vakantie zonder Spanje te verlaten. Slechts 5,4% gaat uitsluitend naar het buitenland, en 18% combineert beide.
Vakantie duurt meestal een week of twee
Qua duur kiest 31,4% voor een vakantie van één tot twee weken. Een percentage daar net iets onder (28,8%) houdt het bij precies één week. Nog net geen 20 procent neemt langer dan twee weken vrij en 16% gaat minder dan een week weg van huis.
Zorgen over klimaat
Het CIS wilde dit jaar ook weten wat het effect is van klimaatverandering op de vakantiekeuzes en de gevolgen daarvan voor het toerisme. Een ruime meerderheid van 82,5% verwacht dat klimaatverandering negatieve gevolgen heeft voor de Spaanse toeristensector. Slechts 10,5% er iets positiefs in ziet. Met 91% vrezen bijna alle ondervraagden dat extreem weer met droogtes en zware regenval tot gevolg en stijgend zeewater schadelijk zijn voor de kustinfrastructuur.
Concreet verwacht 79,2% dat de stijgende temperaturen ervoor zorgen dat er ’s zomers minder toeristen naar de Middellandse Zeekust komen. Bijna alle ondervraagden, 90,9%, denken dat Noord-Spanje daardoor juist drukker wordt in de zomermaanden. Bijna 80% van de Spanjaarden zien daarom de lente en herfst als winnaars. Hogere temperaturen maken die seizoenen volgens hen aantrekkelijker om op vakantie te gaan. Ook houdt 86% rekening met een verschuiving van de gekozen vakantiebestemmingen naar koelere landen.
Zorgen over vakantieverhuur
Tot slot is het onderwerp vakantieverhuur er eentje waar Spanjaarden zich zorgen over maken. Hetzelfde CIS-onderzoek geeft aan dat 79,3% van de Spanjaarden vindt dat het gestegen aantal toeristenwoningen de huurprijzen opdrijft en daarmee de toegang tot gewone huurwoningen belemmert. Bijna acht op de tien respondenten kwalificeert dat expliciet als een probleem.