Spanje betaalt meer dan de Grieken

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spanje betaalt meer dan de Grieken

Dit schrijft Joris Kooiman woensdag op FD.nl. Portugal betaalde bij de laatste veiling 3,8 procent rente en Griekenland 4,9 procent.

Spanje daarentegen zag zijn rente op tienjaarsobligaties dinsdag oplopen tot boven de gevreesde grens van 7 procent. Voor de eenjaarsleningen gold een rentepercentage van 5,1 procent.

Voornamelijk Spaanse banken namen het schuldpapier af. Beleggers uit Noord-Europese landen doen al niet meer mee. 

Kwestie van tijd

Een beroep op het noodfonds van Spanje lijkt slechts een kwestie van tijd als de financiële markt door de hoge rentepercentages praktisch ontoegankelijk wordt voor Spanje.

De roep om meer Europese integratie in de vorm van een bankenunie en of een fiscale unie wordt steeds groter. Alleen Duitsland staat hier nog niet om te springen. Het land wil alleen garant staan als er meer zeggenschap komt over de staatsbegrotingen van de zwakkere eurolanden.

Toen Ieren, Grieken en Portugezen de ‘onhoudbare’ grens van 7 procent rente passeerden, duurde het respectievelijk 19, 23 en 125 handelsdagen voordat er een akkoord was over hulp vanuit het noodfonds.

Vastgoedbubbel

De overeenkomst tussen Ierland en Spanje is dat beide landen in een bankencrisis verzeild raakten door de geknapte vastgoedbubbel.

Bovendien waardeerden de internationale kredietratingbureau’s Spanje diverse malen af, zodat Spanje bijna niet meer als veilig om in te beleggen wordt beschouwd.

Wanneer er nog een schaal af gaat, dan zullen grote internationale investeerders zoals pensioenfondsen en verzekeraars zich uit het land terugtrekken.

De Spaanse regering zal hopen op steun van de ECB en de andere landen in de Europese Unie om een beroep op het noodfonds te voorkomen.