Spanjaarden pakken steeds vaker de koffers voor een reis buiten de landsgrenzen, en ze geven daar ook fors meer aan uit. Zoveel zelfs, dat Spanje nu behoort tot de tien landen ter wereld met de hoogste reisuitgaven. Italië en Zuid-Korea zijn ingehaald. Voor de coronacrisis stond Spanje nog op plek twaalf wereldwijd. Inmiddels is dat plek negen.
Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het toerismeorgaan van de Verenigde Naties, UN Tourism.
De hardste groeier van heel de EU
39,3 miljard dollar. Zoveel gaven Spaanse inwoners in 2025 uit aan reizen naar het buitenland. Dat is 20 procent meer dan het jaar daarvoor, en daarmee is Spanje de snelste groeier van alle EU-landen. Ter vergelijking: Duitsland kwam niet verder dan 4,8 procent, Frankrijk bleef steken op 8,7 procent en zelfs Nederland, met 15,2 procent ook een aardige stijger, moest Spanje voor laten gaan.
Een kanttekening daarbij: dat percentage van 20 procent komt uit de dollarstatistiek van ONU Turismo, waarin euro’s zijn omgerekend. Kijk je naar de euro’s zelf, via de betalingsbalans van de Bank of Spain, dan kwam de groei in 2025 uit op 14,8 procent. Nog steeds fors, maar een stuk minder spectaculair dan het dollarcijfer doet vermoeden. De wisselkoers speelt hier duidelijk mee.
Zuid-Korea en Italië ingehaald
Voor de pandemie stond Zuid-Korea nog boven zowel Spanje als Italië als het ging om geld dat inwoners in het buitenland uitgaven. Dat beeld is compleet omgedraaid. Spanje staat nu op plek negen, Italië op tien, Zuid-Korea moet genoegen nemen met elf. Een opvallende omwenteling, en een eerlijke vergelijking ook: qua inwonertal ontlopen deze drie landen elkaar niet gek veel, met Spanje op 48 miljoen, Zuid-Korea op 51 miljoen en Italië op 59 miljoen inwoners.
En dit jaar gaat het gewoon door
Wie denkt dat het bij een piek in 2025 blijft, heeft het mis. In de eerste vijf maanden van 2026 gaven Spanjaarden alweer 13,2 procent meer uit aan buitenlandse vakanties dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat blijkt uit de meest recente betalingsbalans die de Bank of Spain eind juli publiceerde. De reislust van de Spanjaard lijkt voorlopig niet af te nemen.
China speelt in een andere competitie
Al die Spaanse groeicijfers vallen in het niet bij het land dat de wereldwijde ranglijst aanvoert. China gaf in 2025 als enige land meer dan een kwart biljoen dollar uit aan reizen naar het buitenland: 254 miljard dollar. Geen ander land komt ook maar in de buurt. De Verenigde Staten volgen op flinke afstand met 191,7 miljard dollar, gevolgd door Duitsland met 130,9 miljard.
Die koppositie van China zegt echter minstens zoveel over het inwonertal als over reislust. Met ruim 1,4 miljard inwoners hoeft de gemiddelde Chinees maar een bescheiden bedrag uit te geven om als land toch torenhoog te eindigen. Reken je de uitgaven om naar per inwoner, dan verschuift het beeld compleet: Duitsers geven dan gemiddeld het meest uit, gevolgd door Spanjaarden, terwijl China juist naar de onderkant van de lijst zakt. De positie van Spanje is daarmee extra opvallend. Met “maar” 48 miljoen inwoners haalt het land een absoluut bedrag waar veel grotere landen niet aan tippen.
De mondiale top tien
Zo ziet de mondiale top tien er in absolute bedragen uit:
- China: 254 miljard dollar
- Verenigde Staten: 191,7 miljard dollar
- Duitsland: 130,9 miljard dollar
- Verenigd Koninkrijk: 111,2 miljard dollar
- Frankrijk: 65 miljard dollar
- Rusland: 49,2 miljard dollar
- Australië: 47,8 miljard dollar
- Canada: 43,5 miljard dollar
- Spanje: 39,3 miljard dollar
- Italië: 38,5 miljard dollar
Wie in Spanje woont, heeft de gevolgen misschien al gemerkt. Vluchten vanaf Spaanse luchthavens raken drukker geboekt, en in de zomer lopen Spaanse steden juist verder leeg, terwijl de bewoners zelf op reis zijn.