Afgelopen maandag kondigde de Spaanse premier al aan dat deze gebieden dinsdag als rampgebied worden bestempeld. Officieel wordt dit in Spanje tegenwoordig ‘zone waar het noodzakelijk is dat er civiele bescherming plaatsvindt’ genoemd. Gevolg van deze verklaring is dat er meer geld vrijgemaakt wordt voor hulpverlening en compensatie voor gedupeerden.
Rampgebied in Spanje ruim vier keer zo groot dan jaar geleden
Premier Sánchez liet aan de media weten dat de grotere branden dit jaar tot dusver meer dan 223.000 hectare aan grondgebied hebben verwoest. Dit is vele malen meer dan de 51.000 hectare die in 2021 verloren ging aan brand. Niet alleen is er ruim 223.000 hectare aan grond verwoest, ook hebben 270.000 mensen hun huizen (tijdelijk) moeten verlaten en zijn er, alleen al in de provincie Alicante, meer dan 70.000 dieren om het leven gekomen.
Pedro Sánchez bracht samen met Ximo Puig van de regio Valencia en minister Grande-Marlaska een bezoek aan de gebieden die zijn getroffen door de brand in Bejís (Castellón). De Spaanse premier vertelt: “Dit is de heetste zomer sinds de statistieken vanaf 1961 zijn bijgehouden. Wat we hebben geleerd van de wetenschap is dat de komende zomers helaas nog warmer zullen worden.”
Spaanse premier hamert op preventieve maatregelen natuurbranden
De Spaanse premier wil, naast de massale bluswerkzaamheden, inzetten op preventie van natuurbranden. Er ligt momenteel al een koninklijk besluit klaar en wacht op goedkeuring van de Spaanse regering met een pakket aan maatregelen ter bestrijding van bosbranden. Dit pakket zal donderdag worden besproken door het Parlement.
Sánchez liet weten ‘de grootst mogelijke middelen’ in te willen zetten ter preventie en bestrijding van de natuurbranden. De premier maakte tot slot van dit bezoek gebruik om de strijdkrachten, de militaire noodhulpdiensten en de Guardia Civil te bedanken voor hun inzet in de afgelopen weken.