Het voorstel was een initiatief van de linkse partij Compromis-Equo, die het wrede volksvermaak van de buis wil verbannen gedurende de uren dat kinderen ook televisie kijken. Dit is in overeenstemming met het geldende handboek van de nationale omroep waarin staat dat tussen 6 en 22 uur geen beelden uitgezonden mogen worden die de mentale ontwikkeling van minderjarigen kunnen schaden, zoals porno en overdadig geweld.
Voorstanders stierenvechten
Tegenstanders van het voorstel en voorstanders van het stierenvechten, waaronder PP-senator Miguel Sanchez de Alcazar verdedigen het uitzenden van het inmiddels door de overheid tot beschermd cultuurgoed bestempelde spektakel met het argument dat ‘de geschiedenis van de stier is gekoppeld aan die van Spanje’. Hij voegde daar aan toe dat ‘wie een stierengevecht niet begrijpt, ook niets van Spanje snapt’.
Sanchez de Alcazar noemde het onwettelijk voorstel een ‘ideologische kruistocht van links tegen stieren zonder enig fundament’ en beweert dat ‘de meerderheid van de Spanjaarden het spektakel verdedigen als uiting van hun cultuur’.
6 jaar geen stierengevecht op tv
Het uitzenden van stierengevechten op de nationale televisie werd in 2006 verboden door de toenmalige socialistische regering onder leiding van José Luis Rodriguez Zapatero. Nadat de rechtse Partido Popular onder leiding van Mariano Rajoy de verkiezingen van november 2011 met een absolute meerderheid hadden gewonnen, werd er geen geheim van gemaakt dat er maatregelen genomen zouden worden pro stierenvechten. In september 2012 werd dan ook na zes jaar afwezigheid de eerste ‘corrida’ weer uitgezonden op de nationale televisie.
Tendens
Ondanks het al jarenlang bestaande verbod op stierengevechten op de Canarische Eilanden, in Catalonië en in San Sebastian lijken de tegenstanders van het in hun ogen gruwelijke volksvermaak en de oneerlijke strijd tussen mens en dier, terrein te verliezen. Dit terwijl uit diverse opiniepeilingen is gebleken dat de ruime meerderheid van de Spanjaarden (70 procent) niets heeft met het fenomeen.