De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft aangekondigd dat de regering werkt aan een nieuw landelijk decreet voor de Spaanse universiteiten. Daarmee wil hij de kwaliteit van het hoger onderwijs verbeteren en beter toezicht houden op instellingen die volgens hem niet aan de normen voldoen.
Een van de belangrijkste voorgestelde veranderingen is dat in elke opleiding minstens de helft van de docenten een doctorstitel moet hebben. Nu geldt dat percentage voor de hele universiteit, niet per studie. Daarnaast moet veertig procent van de docenten een fulltime contract hebben. Volgens Sánchez zorgt dit voor stabielere teams en betere begeleiding van studenten.
Fysieke aanwezigheid wordt belangrijker
De regering wil dat Spaanse universiteiten meer fysieke aanwezigheid eisen, dat geldt vooral voor gezondheidsopleidingen. Sánchez zegt dat sommige privé‑universiteiten de grote vraag naar deze studies gebruiken om online programma’s aan te bieden die volgens hem niet altijd voldoende kwaliteit hebben. Hij benadrukt dat praktijkgerichte opleidingen niet volledig online kunnen worden gegeven.
Aanpak van instellingen met lage kwaliteit
Sánchez waarschuwt voor de groei van privé‑universiteiten die volgens hem niet altijd de middelen hebben om goed onderwijs te bieden. Hij zegt dat een universiteit geen chiringuito mag zijn en geen fabriek van titels. De nieuwe regels moeten voorkomen dat instellingen zonder voldoende docenten en faciliteiten toch graden blijven uitgeven.
Sterke groei van privé‑onderwijs
De president wijst op de snelle groei van het aantal studenten in privé‑universiteiten. In tien jaar tijd steeg dat aantal met 128 procent. In de publieke sector was de groei slechts 3 procent. Volgens Sánchez komt dit door onderfinanciering van publieke universiteiten door regionale regeringen. Daardoor zijn er te weinig plekken en kiezen studenten vaker voor een privé‑opleiding.
Belang van het leven op de campus
Minister van Wetenschap, Innovatie en Universiteiten, Diana Morant, benadrukt dat de universiteit meer is dan alleen lessen volgen. Zij vindt dat contact met docenten, samenwerking met andere studenten en het sociale leven op de campus essentieel zijn voor een goede opleiding. Daarom ziet zij fysieke aanwezigheid als een belangrijk onderdeel van het hoger onderwijs.