Zes gemeenten rond Granada hoeven hun boete voor het lozen van ongezuiverd afvalwater in rivieren niet te betalen. Het Spaanse Hooggerechtshof geeft hiervoor als reden dat niet de gemeenten in gebreke zijn, maar de Andalusische regering. Die bouwt namelijk al jaren geen zuiveringsinstallaties.
De zes zaken vertonen veel overeenkomsten. De gemeente Benamaurel loosde afvalwater direct op de rivier de Guardal en kreeg daarvoor een boete van 11.893 euro plus een schadevergoeding van 3.568 euro. Het samenwerkingsverband Vega-Sierra Elvira moest 1.029 euro betalen voor lozingen in Atarfe, en samen met de gemeente Valderrubio nog eens 2.022 euro voor lozingen in de rivier de Cubilla. De grootste boete ging naar het samenwerkingsverband Sierra Nevada-Vega Sur en de gemeente Alhendín. Die loosden ongezuiverd water op de rivier de Marañón. Daarvoor moesten bijna 50.000 euro betalen plus 14.800 euro schadevergoeding. Cúllar Vega en Moclín kregen een naheffing.
Nadat de landsadvocaat namens de waterschapsautoriteit Confederación Hidrográfica del Guadalquivir in cassatie ging, kwamen alle zes zaken terecht bij het Tribunal Supremo. Daar werden de beroepen door de rechters afgewezen. Zo werd bevestigd wat het Andalusische hooggerechtshof eerder al had geoordeeld.
Gezondheid weegt zwaarder dan het milieu
De kern van de uitspraak is dat de Junta de Andalucía het bouwen van rioolwaterzuiveringsinstallaties, EDAR’s in het Spaans, als taak heeft. Die ligt niet bij de gemeenten zelf. De bouw van de betreffende EDAR’s werd al in 2010 vastgelegd in een regeringsbesluit als zaak van regionaal belang. Desondanks zijn ze er nog steeds niet. Spanje kreeg destijds ook al een Europese sanctie wegens schending van de Europese richtlijn over de behandeling van stedelijk afvalwater.
De gemeenten ontkennen niet dat ze loosden, maar het alternatief, het vasthouden van rioolwater in de huizen zelf, zou volgens de rechters een ernstig gezondheidsrisico voor de bewoners vormen. Dat weegt zwaarder dan de milieuschade van de lozing, en sluit de sanctie uit. Volgens de rechtbank kunnen gemeenten worden vrijgesteld van verantwoordelijkheid als hun lozingen het gevolg zijn van falend regionaal beleid, zolang het niet lozen de gezondheid van bewoners ernstig in gevaar zou brengen.
De gevolgen voor de rivieren
Met de uitspraak stoppen de lozingen niet. Alleen de boete valt weg, maar verder komt er geen verbod en ook geen deadline. De toestand van de rivieren waarop wordt geloosd is al langer slecht. Milieugroep Ecologistas en Acción waarschuwde begin dit jaar bij Moclín dat de rivier Velillos, ook bekend als río Frailes, “aan de rand van de ineenstorting” staat door aanhoudende ongezuiverde fecale lozingen, gecombineerd met landbouwvervuiling.
Bij Benamaurel namen bewoners van het dorp en het naburige Castilléjar het initiatief. Na hun protesten tegen de slechte staat van de rivier de Guardal, zowel qua hoeveelheid water als kwaliteit, nam de gemeenteraad een verklaring aan ter verdediging van de rivier. Gebrekkige zuivering wordt daarin als een van de oorzaken genoemd, naast de regulering van het stuwmeer van San Clemente.
En bij Alhendín rukte de Guardia Civil in het verleden al uit voor de beek Las Andas, nadat beelden op sociale media een lozing lieten zien die het water eerst roodgekleurd en later wit maakte. Het onderzoek van de Seprona, de milieuafdeling van de Guardia Civil, leidde tot een aanklacht tegen een bedrijf.
Niet iedereen is het eens
Niet alle rechters zijn het met die redenering eens. Magistraat José Luis Quesada steunt wel de vrijspraak, maar niet de onderbouwing. Naar zijn oordeel bestaan er tegenwoordig genoeg technische oplossingen om lozing zonder zuivering te voorkomen. Daarmee hoeft het vasthouden van afvalwater in huis geen reëel gevaar te zijn. Hij baseert de vrijstelling liever op het feit dat van de gemeenten redelijkerwijs geen ander gedrag kon worden verwacht. Zijn zorg is nu dat een te ruime interpretatie van het vonnis elke gemeente een excuus zou kunnen geven om vervuild water te lozen, zodra er een probleem is dat niet aan de gemeente zelf te wijten is.
De rechtbank in Granada had bij de zaak van Cúllar Vega al eerder vastgesteld dat de gemeente de zuivering simpelweg niet kon uitvoeren zolang de Junta de benodigde infrastructuur niet oplevert. En in Moclín wees de gemeente er in haar verweer op dat dezelfde overheid die nu de boete verdedigde, in eerdere procedures zelf had beweerd dat de Junta exclusief verantwoordelijk was.
De Junta investeert, maar traag
De Junta de Andalucía investeert inmiddels wel in nieuwe zuiveringsinstallaties in de provincie Granada, alleen gaat het niet zo hard. Zo is recent de tweede fase afgerond van een project dat het afvalwater van de rivier de Dílar naar de EDAR van Los Vados bij Granada leidt. Hier ging een investering van 16,5 miljoen euro mee gemoeid. Verder werd er 7,7 miljoen euro uitgetrokken om Víznar en Alfacar aan te sluiten op diezelfde zuiveringsinstallatie.
De rol van het waterschap
Het waterschap van de Guadalquivir heeft onder haar bevoegdheden boetes op te leggen en vergunningen voor lozingen te verstrekken. Zelf mag ze geen zuiveringsinstallaties bouwen, maar krijgt van de Spaanse waterwet wel andere instrumenten. Als het algemeen belang dat vereist, kan ze wel tijdelijk zelf de zuivering overnemen. Ook wijzen de rechters erop dat niets het waterschap in de weg staat om een sanctieprocedure tegen de Junta zelf te starten.
Met deze uitspraken verandert er vooralsnog weinig voor de betrokken bewoners. Het water blijft ongezuiverd tot de installaties gereed zijn. Alleen komt de rekening voor die vertraging nu niet meer bij hun gemeente terecht.