De armste kinderen van Europa bevinden zich in de vijf landen Griekenland, Ierland, Italie, Portugal en Spanje, waarbij de kinderen in Griekenland en Spanje het armst zijn.
De bezuinigingsmaatregelen zijn extra zwaar in de landen die internationale hulp ontvingen van Europa en het Internationaal Monetair Fonds. In deze landen ontstaat een generatie van kansloze kinderen als er hiertegen geen maatregelen worden getroffen.
De organisatie ziet de bezuinigingen op welzijnsbeleid, kortingen van werkloosheidsuitkeringen, verhoogde belastingtarieven en de gestegen brandstofprijzen als oorzaak van de toegenomen kinderarmoede.
Caritas vraagt zich af wat voor effecten deze toename van arme kinderen zal hebben. De non-profit-organisatie onderstreept het feit dat kinderen uit arme huishoudens een grotere kans hebben dat ze het niet zo goed doen op school en dus veel slechtere kansen maken op de arbeidsmarkt.
Gedemoraliseerd
In de landen die de meeste moeite hebben met het terugbetalen van de internationale leningen ontwikkelt zich een generatie van jongeren die slecht gevoed is, gedemoraliseerd en nauwelijks perspectief heeft op het vinden van een baan.
Dit maakt het aantal kinderen groter dat het risico loopt om in een voortdurend verslechterende staat van armoede terecht te komen. Caritas baseert zich bij haar uitspraken op de statistieken afkomstig van de Europese Unie.
Op basis van gegevens van de EC uit 2011 blijkt dat bijna 30 procent van de kinderen in Spanje en Griekenland het risico loopt om onder de armoedegrens terecht te komen waarbij sociale uitsluiting dreigt. Dit betekent een toename van 4 procent ten opzichte van 2005.