Twee niet alledaagse weerfactoren komen dit najaar samen en vergroten de kans op extreem najaarsweer in Spanje. De Middellandse Zee, en in mindere mate ook de Atlantische Oceaan, brak deze zomer temperatuurrecords. Tegelijkertijd waarschuwt het Britse weerinstituut Met Office voor de sterkste El Niño sinds de negentiende eeuw. Beide fenomenen kunnen los van elkaar al voor extremer weer zorgen, maar samen vergroten ze het risico op extreme regenval en een nieuwe dana zoals die van 2024, al benadrukken meteorologen dat zo’n combinatie niet automatisch ontstaat.
In het kort
- De Middellandse Zee en het Atlantische water rond Spanje braken deze zomer temperatuurrecords.
- Britse Met Office waarschuwt ook voor de sterkste El Niño sinds de negentiende eeuw.
- Koude lucht op hoogte, kustbergen en aanhoudende oostenwind kunnen de warmte in extreme regenval omzetten.
- Vooral in Valencia, Catalonië, Murcia, Oost-Andalusië en de Balearen kan dat leiden tot hevige regens.
- Meteoroloog Mario Picazo benadrukt: geen zekerheid, maar combinatie van factoren dit jaar uitzonderlijk.
- Experts pleiten voor actualiseren van evacuatieplannen en waarschuwingsdrempels vóór het najaar.
Een oververhitte zee als startpunt
Bij een boei bij Sa Dragonera, Mallorca, werd deze zomer 33,02 graden gemeten, de hoogste temperatuur ooit in Spaanse wateren. Voor de kust van Valencia liep het water op tot 28,6 graden, zo’n vier graden boven het gemiddelde voor augustus. In grote delen van het Middellandse Zeegebied, van Italië tot Spanje, ligt de temperatuur van rond de 30 graden ruim boven het gemiddelde. Ook het Atlantische water rond het Iberisch schiereiland is warmer dan normaal, al zijn de uitschieters daar minder uitgesproken dan in de Middellandse Zee.
Meteoroloog Mario Picazo legt uit dat die warmte niet alleen aan het oppervlak blijft hangen: een deel ervan zakt dieper de zee in. Daardoor kan het water ook in september en oktober relatief warm blijven. Een warmere zee betekent meer verdamping en dus meer vocht en energie in de lucht erboven.
Wat er nog meer nodig is voor zware regenval
Picazo benadrukt dat een warme zee alleen niet genoeg is om extreme regenval te veroorzaken. Pas als er in de herfst koude lucht op grote hoogte arriveert, terwijl de zee zelf nog warm blijft, ontstaat er een sterk verticaal temperatuurverschil. Dat contrast maakt de atmosfeer instabiel en kan zeer krachtige onweersbuien voeden.
De bergketens langs de kust spelen daarbij een cruciale rol. Bij aanhoudende oostenwind of zuidoostenwind stijgt de vochtige, warme lucht vanaf zee er tegenop. Dat kan de regenval versterken en verlengen, vooral in de Comunidad Valenciana, Catalonië, Murcia, Oost-Andalusië en de Balearen.
Ook de positie van een dana is bepalend. Zo’n lagedrukgebied op grote hoogte kan gewone regen brengen en vooral boven zee terechtkomen. Een andere mogelijkheid is dat de depressie juist enorme hoeveelheden water dumpt als deze samenvalt met een aanhoudende vochtige luchtstroom en een convergentiezone langs de kust. Een dana betekent dus niet automatisch een ramp. Daar zijn meerdere factoren tegelijk voor nodig. Ook blijft een systeem soms op één plek hangen en dat vergroot het risico op extreme, herhaalde neerslag boven diezelfde regio aanzienlijk.
Daarbovenop: de sterkste El Niño sinds de 19e eeuw
Naast de warme zee speelt El Niño mee als tweede factor. Dat is het klimaatpatroon waarbij het oppervlaktewater van de centrale en oostelijke tropische Grote Oceaan maandenlang warmer wordt dan gebruikelijk. Volgens de Met Office is dit jaar sprake van vermoedelijk de sterkste episode sinds de negentiende eeuw. Adam Scaife, hoofd langetermijnvoorspellingen bij het instituut, zegt dat hij nog nooit zo’n intens El Niño-signaal in de voorspellingen heeft gezien. Een gemiddelde El Niño zorgt voor een temperatuurstijging van het zeeoppervlak van 1 tot 2 graden. Dit jaar houdt de Met Office rekening met een stijging van meer dan 3 graden, met een mogelijke piek van bijna 4 graden in november.
Opvallend historisch detail: de grote overstromingen in het oosten van Cantabrië in 1983 vielen samen met een krachtige El Niño, vergelijkbaar met die van dit jaar. Dat wil niet zeggen dat herhaling onvermijdelijk is, maar het toont wel dat de combinatie eerder tot extreme regenval heeft geleid, ook aan de Atlantische kant van Spanje.
Wat zegt Aemet
Voor Spanje ligt de invloed van El Niño zelf minder eenduidig dan de internationale berichtgeving soms doet vermoeden. AEMET-woordvoerder José Luis Camacho wijst erop dat het Spaanse klimaat door veel factoren wordt bepaald die weinig met El Niño te maken hebben. Toch sluit het weerinstituut niet uit dat een zeer sterke episode kan bijdragen aan een nattere herfst of vroege winter dan gebruikelijk.
Voor het komende kwartaal, augustus tot en met oktober, voorspelt AEMET hogere temperaturen dan normaal voor heel Spanje. Alleen het noordwesten van het schiereiland en de Canarische Eilanden zijn daarvan uitgezonderd. De neerslagkans is daarbij verhoogd tot boven het gemiddelde in een groot deel van het land.
Meerdere Spaanse weeranalisten roepen op tot voorzichtigheid met de term ‘super El Niño’, die de afgelopen maanden op sociale media circuleerde. Zij wijzen erop dat een officiële verklaring van het fenomeen nog niet is afgegeven en pas tussen zomer en vroege herfst wordt verwacht, en adviseren om vooral de updates van AEMET, NOAA en de WMO te volgen in plaats van speculatieve koppen.
Welke gebieden extra alert moeten zijn
Picazo wijst specifiek op de kuststrook van Girona tot Málaga, de Balearen, en enkele rivierbekkens die op de Middellandse Zee uitkomen, zoals de Júcar, de Segura, de Ebro en de bovenlopen in Castilla-La Mancha. Ook aan de Atlantische kant sluit hij hevige regenval niet uit, mocht er een aanhoudende vochtige luchtstroom uit het westen of zuidwesten ontstaan.
Om te laten zien hoe snel zulke systemen uit de hand kunnen lopen, verwijst hij naar de dana van oktober 2024 in Valencia. Op 29 oktober viel er in Turís 771 liter regen per vierkante meter, waarvan 185 liter in slechts één uur tijd. Zulke hoeveelheden overtreffen de gebruikelijke afwatering, hulpverlening en mobiliteit binnen no time.
Voorbereiding belangrijker dan voorspelling
Volgens Picazo is het nog te vroeg om nu al te voorspellen waar en wanneer precies zware regenval valt: betrouwbare signalen komen doorgaans pas een à twee weken van tevoren, met de exacte locatie en intensiteit nog korter van tevoren. Daarom pleit hij ervoor dat gemeenten en de nationale overheid nu al werken aan evacuatieplannen per wijk, kaarten van overstromingsgevoelige gebieden tot op straatniveau, automatische actiedrempels bij rode AEMET-waarschuwingen, en oefeningen met scenario’s van 200 tot 500 liter regen in enkele uren.
Het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie werkt in 2026 al aan een hervorming van het overstromingsbeleid, mede naar aanleiding van de dana van 2024.
Geen reden voor paniek, wel voor waakzaamheid
Belangrijk om te onthouden: noch een warme zee, noch een sterke El Niño garandeert op zichzelf rampspoed voor Spanje. Zoals Picazo het verwoordt: de perfecte storm vormt zich niet altijd. Wat wel vaststaat, is dat de combinatie van factoren voor hevige regenval dit jaar aanwezig is. De precieze atmosferische omstandigheden de komende weken zullen uitwijzen waar dit toe leidt. Het advies is vooral om de officiële weerwaarschuwingen te blijven volgen.