Catalonië telt nog steeds meer dan duizend Franco-symbolen

door Else BeekmanElse Beekman
Franco-symbool wordt verwijderd

Negentig jaar na het begin van de Spaanse Burgeroorlog zijn sporen van de dictatuur nog volop aanwezig in het straatbeeld van Catalonië. Gevels met het embleem van de Falange, monumenten voor gesneuvelde Franco-soldaten, kruisen, grafstenen en glas-in-loodramen: ze horen nog steeds bij het aanzicht van tientallen gemeenten. Uit de census van franquistische symboliek van het Memorial Democràtic blijkt dat er in Catalonië nog 1.287 elementen staan die nooit zijn weggehaald, aangepast of van uitleg voorzien.

Het register telt in totaal 3.988 elementen. Twee derde daarvan is inmiddels wel verwijderd, vernield, of juist opnieuw geduid met een bordje of een andere betekenis. Buiten Barcelona, dat niet in de telling zit, zijn Banyoles (185), Reus (174) en Sabadell (118) de gemeentes met de meeste onaangeroerde symbolen. Ook Cornellà de Llobregat, Figueres en Girona scoren hoog.

Jordi Font, directeur van het Memorial Democràtic, wijst op het effect van die alledaagsheid. In zijn woorden: aan symbolen die je dagelijks ziet, wen je, terwijl ze ooit bedoeld waren als een constante herinnering aan wie er de baas was. Vooral fascistische dictaturen wisten precies hoe ze propaganda in het straatbeeld moesten verwerken, zegt hij. Daarom worden de overgebleven symbolen juist wél geregistreerd: niet om ze te laten staan, maar om te voorkomen dat ze uit het collectieve geheugen verdwijnen zonder ooit weggehaald te zijn.

Vooral gevelplaten, nauwelijks opvallend

De meeste overgebleven symbolen, 84 procent, zijn geen grote monumenten, maar gevelplaten. Vaak gaat het om plaquettes op woningen met het embleem van de Falange, de afkorting van de Obra Sindical del Hogar of het Instituto Nacional de Vivienda. Die laatste twee regelden tijdens het franquisme sociale woningbouw.

Vanwege die onopvallendheid bleven ze decennialang onopgemerkt. Maar volgens Font zat er ook een politieke logica achter. Het woningbeleid van het regime was erop gericht steun te creëren, zegt hij. Daarom liet Franco op elke nieuwbouwwoning een spoor achter. In heel Catalonië zijn inmiddels 2.012 van deze platen verwijderd.

Monumenten langs secundaire wegen

Van de meer zichtbare monumenten staan er nog 18 zonder enige aanpassing sinds de dictatuur overeind en vooral langs secundaire wegen. De meeste zijn stenen monolieten langs kleinere wegen, opgedragen aan gesneuvelden van het Franco-leger. Bij Calldetenes staat een gedenkteken van vier meter hoog, bij El Vendrell iets vergelijkbaars. In Pont de Molins herinnert een monument met een stenen muur aan de fusillering van zo’n veertig krijgsgevangenen uit Teruel en Guadalajara. Op die plek wordt volgens het register nog altijd jaarlijks een herdenking gehouden. Dit monument is inmiddels wel voorzien van uitleg over wat er gebeurde en wie het liet bouwen. Volgens Font maakt dat het wel een bijzonder geval, waar het complexe verleden van enige context wordt voorzien.

Opvallend is het borstbeeld van Joan Palau Miralles, burgemeester van Amposta, die in augustus 1936 werd vermoord tijdens het geweld dat volgde op de staatsgreep tegen de Tweede Republiek. Het Franco-regime maakte ‘martelaren’ van de slachtoffers van dat geweld voor eigen propaganda, staat in het register. Verder staan er nog 27 graven en grafstenen, 19 kruisen en één glas-in-loodraam met een tweekoppige adelaar en Spaans wapenschild, in de kerk van Sant Feliu de Llobregat.

Weggehaald, of juist herschreven

Veertien monumenten zijn inmiddels wel verdwenen. Daaronder vier in de Terra Alta. In Sabadell werd in 2017 het monument voor Josep Maria Marcet afgebroken, de Franco-burgemeester die van 1940 tot 1960 aan de macht was. In het Gironès verdwenen een monoliet met de tekst “Gevallen voor God en het Vaderland” en het monument dat jarenlang op het plein van de Diputació van Girona stond. De gemeente gaf dat laatste eerst nog een nieuwe, bredere betekenis, gewijd aan alle slachtoffers van de Burgeroorlog, maar verplaatste het in 2009 alsnog naar een gemeentelijk depot.

Een andere aanpak is herinterpretatie: een monument laten staan, maar de betekenis veranderen. Zo verving Valls in 1979 de Franco-tekst op een beeld op het plein van het Quarter door een dichtregel van Salvador Espriu. In Reus staat nog altijd een obelisk uit 1940, ooit gewijd aan gevallen Franco-strijders. Het monument werd in 1998 ontdaan van alle franquistische symbolen en verplaatst naar de begraafplaats, met in 2004 een nieuwe plaquette voor alle oorlogsslachtoffers.

Het bekendste, en meest omstreden voorbeeld staat in Tortosa: een 45 meter hoog monument voor de Slag om de Ebro. In 2016 stemde de bevolking in een raadpleging voor behoud met herinterpretatie. Het Tribunal Supremo wees dit jaar een beroep af van een organisatie die de decatalogisering van het monument wilde tegenhouden en dat maakt de weg vrij voor verdere stappen richting verwijdering. Juridisch blijft het dossier ingewikkeld: verzet van voorstanders van behoud loopt via meerdere rechtszaken tegelijk.

Barcelona apart geteld

Barcelona zit niet in het Cens, maar heeft een eigen telling. Een onderzoek uit 2005 kwam toen op 4.524 elementen, 96 procent daarvan gevelplaten. Horta-Guinardó, Nou Barris en Sarrià-Sant Gervasi hadden destijds de meeste. In 2017 haalde de gemeente 1.046 platen weg. Volgens het strategisch geheugenbeleidsplan 2026-2030 blijven er nog altijd restanten over. Verder werkt de gemeente aan een vast protocol voor opsporing en verwijdering.

Wat de wet zegt

Volgens de Spaanse Wet op de Democratische Herinnering van 2022 hoort alle franquistische symboliek uit de openbare ruimte te verdwijnen. De Catalaanse geheugenwet, nog in behandeling bij het Catalaanse parlement, gaat nog een stap verder. Die wil gemeenten een termijn van twee jaar geven om alle overgebleven symbolen weg te halen. Ook staan boetes op verheerlijking van het franquisme gepland.

In de praktijk hangt de definitieve verwijdering vooral af van gemeenten en particuliere eigenaren. Het Memorial Democràtic zelf kan niet dwingen, maar wel documenteren, adviseren en beleid aanjagen. Voor Font gaat het uiteindelijk niet alleen om platen en beelden weghalen. Belangrijker, zegt hij, is dat plekken van herinnering bijdragen aan onderwijs, zodat mensen leren wat het verschil is tussen leven in een dictatuur en leven in een democratie.

Wie door een Catalaans dorp loopt, komt de geschiedenis dus vaak zonder het te weten tegen, in een gevelplaat boven de voordeur.