Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging viert de vijfde verjaardag van 1-O

door admin
Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging viert de vijfde verjaardag van 1-O

Vijf jaar geleden vond het referendum plaats waarmee de onafhankelijkheidsbeweging in Catalonië hoopte van de autonome regio een onafhankelijke republiek te maken. 1-O werd een flinke uitdaging voor de staat en de grondwet.

Daarin staat namelijk dat de Spaanse natie een onlosmakelijke eenheid is. De eerste dag van oktober 2017 verliep zeer turbulent. Beelden van hardhandig politieoptreden om het illegaal verklaarde referendum tegen te houden gingen de wereld rond.

Bekijk ook: Update Catalonië: Het uur van de waarheid nadert

Vervolgens verklaarde de toenmalige regering van Catalonië op basis van de uitslag van het referendum Catalonië symbolisch en eenzijdig onafhankelijk. Die regering werd daarop afgezet door een ongekende toepassing van artikel 155 van de Magna Carta. Hierdoor werd de autonomie van Catalonië zeven maanden opgeschort.

Verschillende politiek leiders werden vervolgens veroordeeld en gevangen gezet voor hun betrokkenheid bij het illegale referendum en de daaropvolgende onafhankelijkheidsverklaring. Hieronder ex-president Carles Puigdemont, die nog steeds voortvluchtig is in België.

De onafhankelijkheidsbeweging houdt al vijf jaar vol dat de uitslag van het referendum die onafhankelijkheidsverklaring steunde met 90% van de stemmen. Toch was het referendum illegaal omdat de deelregering ’s nachts ongrondwettelijke wetten goedkeurde om het referendum door te kunnen laten gaan.  

Demonstratie in Barcelona

Onder leiding van Puigdemont heeft de Consell per la República, samen met andere pro-onafhankelijkheidsentiteiten, een demonstratie georganiseerd. Deze zal door de straten van Barcelona trekken. Ook het ANC heeft een herdenkingsactie georganiseerd op Plaza Sant Jaume.

Vijf jaar na dato lijkt de onafhankelijkheidsbeweging die na de herfst van 2017 hard groeide in Catalonië geen eenheid meer te zijn. De huidige regering, die bestaat uit ERC en JxCat, dezelfde die vijf jaar geleden regeerden, staat namelijk op instorten. Afgelopen woensdag werd vice-president Jordi Puigneró (Junts) ontslagen door de ‘president’ Pere Aragonès (ERC). Naar aanleiding hiervan heeft Junts een overleg gepland met haar leden om te beslissen of ze de regering al dan niet wil verlaten.

Zonder een duidelijk project om onafhankelijkheid te bereiken

De achtergrond van de crisis ligt in het feit dat er geen gemeenschappelijk project is om de onafhankelijkheid van Catalonië te bereiken. Onafhankelijkheid van Spanje is het enige wat beide partijen gemeen hebben. Maar de manier waarop dat bereikt moet worden, verschilt.

ERC wil de fouten van 1-O niet herhalen en pleit voor een referendum dat is overeengekomen met de regering en waarvan de uitslag legitiem en bindend is. Maar JxCat doet geen afstand van de uitkomst van 2017 en acht deze geldig genoeg om de eenzijdige weg naar onafhankelijkheid te hervatten. Catalonië’s derde partij voor onafhankelijkheid CUP geeft allang geen parlementaire steun meer aan de regering. Wel sluit deze partij meer aan bij het standpunt van JxCat over hoe onafhankelijkheid te bereiken.

Nee tegen onafhankelijkheid op 52,2%

De laatste barometer van de Catalaanse CEO (afhankelijk is van de Generalitat) plaatste in juli het ‘nee’ tegen onafhankelijkheid op 52,2%, het hoogste cijfer sinds 2015. Het verminderde enthousiasme van de onafhankelijkheidsbeweging was heel duidelijk op 11 september. Deze nationale feestdag van Catalonië was jarenlang een goede thermometer van het onafhankelijkheidsgevoel in de straten. De mars van dit jaar was echter degene met de laagste opkomst sinds 2012.

De regering van Sánchez (PSOE in coalitie met Unidas Podemos) heeft het bestaan van een “politiek conflict” in Catalonië erkend. Ook heeft de regering ermee ingestemd dat het noodzakelijk is om “de gerechtelijke procedure te overwinnen” en de Catalaanse taal te bevorderen en te beschermen.

Verder promoot de uitvoerende macht een hervorming van het wetboek van strafrecht om de misdaad van opruiing te wijzigen. Hiervoor werden de belangrijkste leiders van 1-O veroordeeld. Deze wijziging zou in het voordeel kunnen zijn van andere pro-onafhankelijkheidsleiders die nog steeds wachten op proces. Ook zijn de gevangenen van het ‘procès’ vrijgelaten dankzij gratie van de regering.

Lopende rechtszaken

Ondertussen heeft het Catalaanse ‘procès’ nog niet alle rekeningen met justitie vereffend. Er worden nog 30 aanklachten verwerkt voor het organiseren ervan. Daarnaast zijn er dertig aanklachten van de regering van Puigdemont en zakenlieden die worden vervolgd voor de logistiek van 1-O.

Maar er wachten niet alleen organisatoren op hun proces. Meer dan 40 nationale politieagenten die zijn onderzocht voor de aanklacht van 1-O, waarbij 893 mensen gewond raakten (volgens de cijfers van de Generalitat destijds), wachten nog steeds. Het ministerie van Binnenlandse Zaken schatte het aantal gewonde agenten ook op 431.

Ondertussen blijven drie leiders op de vlucht voor rebellie: Puigdemont zelf en de voormalige ministers Toni Comín en Clara Ponsatí. Zo ook de voormalige minister Lluís Puig, beschuldigd van ongehoorzaamheid en verduistering. De toekomst van deze leiders is ook in handen van het Hof van Justitie van de EU, dat moet beslissen over de reikwijdte van de arrestatiebevelen.

Ten slotte is nog beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof tegen de gratie van de negen leiders die werden veroordeeld en gevangen gezet: Junqueras, Raül Romeva, Jordi Turull, Dolors Bassa, Carme Forcadell, Joaquim Forn, Josep Rull, Jordi Sánchez en Jordi Cuixart. Het Grondwettelijk Hof moet beslissen over de geldigheid van de verlening van genade die de gevangenisstraffen nietig heeft verklaard (maar niet die van diskwalificatie).

Dit vind je misschien ook leuk