China kiest steeds nadrukkelijker voor Spanje als uitvalsbasis voor de productie van elektrische auto’s in Europa. Terwijl de Europese auto-industrie worstelt met hoge kosten, dalende verkoop en fabriekssluitingen, stromen Chinese investeringen juist richting Spaanse industrieregio’s.
In het kort
- Chinese autofabrikanten kiezen steeds vaker Spanje als productielocatie binnen Europa.
- Onder meer MG, Changan, Leapmotor en Geely onderzoeken fabrieken of samenwerkingen in Spanje.
- Spanje trekt investeringen aan dankzij lagere kosten, bestaande autofabrieken en goede infrastructuur.
- Ook Chinese batterijproducenten investeren miljarden in Spaanse fabrieken.
- De komst van Chinese bedrijven levert banen op, vooral in industrieregio’s die het economisch moeilijk hebben.
- Tegelijk groeit de discussie over Europa’s afhankelijkheid van Chinese technologie en kapitaal.
Volgens de Spaanse krant El País onderhandelen meerdere Chinese autofabrikanten momenteel over nieuwe fabrieken of samenwerkingen in Spanje. Daarmee groeit Spanje uit tot een steeds belangrijkere productielocatie binnen de Europese auto-industrie.
Van Duitsland naar Spanje
Nog niet zo lang geleden gold Duitsland als het onbetwiste centrum van de Europese auto-industrie. Maar de overgang naar elektrisch rijden verloopt moeizaam. Fabrikanten als Volkswagen schrappen banen en sluiten productielijnen. Tegelijkertijd winnen Chinese merken snel terrein op de Europese markt.
Voor Chinese autobouwers is de Europese markt aantrekkelijk, maar sinds Brussel extra importheffingen invoerde op Chinese elektrische auto’s, werd export vanuit China duurder. Productie binnen de Europese Unie biedt daarom voordelen. En daarbij komt Spanje opvallend vaak naar voren.
Dat heeft verschillende redenen. De lonen liggen lager dan in Noord-Europa, de auto-industrie is er al sterk ontwikkeld en Spanje beschikt over grote havens, goede infrastructuur en relatief goedkope duurzame energie. Bovendien zijn er bestaande fabrieken die onderbenut zijn en relatief eenvoudig kunnen worden aangepast voor nieuwe productie.
Volgens kenners biedt Spanje daarmee een combinatie van relatief lage productiekosten, bestaande industrie en directe toegang tot de Europese markt.
MG wil fabriek in Galicië
Een van de bedrijven die het dichtst bij een akkoord lijken te staan, is SAIC Motor, het Chinese staatsbedrijf achter automerk MG. Volgens Spaanse media en persbureau Bloomberg heeft het concern Spanje op het oog voor zijn eerste Europese fabriek.
Galicië lijkt daarbij de beste papieren te hebben. De regionale regering voert al maanden gesprekken met het bedrijf. De fabriek zou mogelijk verrijzen rond Ferrol of As Pontes, gebieden die economisch zwaar werden getroffen door het verdwijnen van traditionele industrie.
Voor Galicië zou de komst van SAIC een symbolische wederopstanding betekenen. Waar vroeger scheepsbouw en energiecentrales voor werk zorgden, zouden straks elektrische auto’s van Chinese makelij van de band rollen.
Chinese merken rukken op
SAIC staat niet alleen. Ook andere Chinese autobedrijven kijken nadrukkelijk naar Spanje. Changan onderzoekt mogelijkheden in Aragón. Leapmotor gaat samen met Stellantis, het internationale autoconcern achter merken als Peugeot, Citroën, Fiat en Opel, elektrische auto’s bouwen in Zaragoza. Daarnaast onderzoekt het bedrijf de mogelijkheid om vanaf 2028 ook in de fabriek van Villaverde bij Madrid te produceren.
Geely onderhandelt ondertussen met Ford over het gebruik van een deel van de fabriek in Almussafes bij Valencia.
Daarnaast groeit ook de invloed van Chinese batterijproducenten. Batterijgigant CATL bouwt samen met Stellantis een grote fabriek in Aragón. Andere bedrijven, zoals Gotion en Envision, hebben eveneens plannen aangekondigd.
In eerste instantie gaat het vaak nog om assemblage: het in elkaar zetten van auto’s uit onderdelen die uit China komen. Volgens consultancybureau Roland Berger zullen Chinese fabrikanten pas later mogelijk meer Europese leveranciers en productieonderdelen integreren.
Spanje profiteert van Europese twijfel
De opmars van Chinese autobedrijven laat tegelijk zien hoe kwetsbaar de Europese auto-industrie is geworden. Europese merken waren jarenlang dominant, maar verloren terrein door hoge productiekosten en de moeizame overstap naar elektrisch rijden.
Chinese merken profiteren juist van schaalgrootte, goedkope batterijen en sterke staatssteun. In Spanje worden de investeringen bovendien relatief positief ontvangen, omdat ze werkgelegenheid opleveren in regio’s waar traditionele industrie onder druk staat.
Dat levert een opvallend contrast op. Waar Brussel probeert de Europese industrie te beschermen met importheffingen, openen Europese landen tegelijkertijd hun deuren voor Chinese investeringen.
Nieuwe industriële kaart van Europa
De verschuiving tekent een nieuwe industriële kaart van Europa. Niet Duitsland, maar Spanje groeit uit tot een van de belangrijkste toegangspoorten voor Chinese autobouwers tot de Europese markt.
Voor Spanje betekent dat miljardeninvesteringen, nieuwe banen en een stevigere positie binnen de Europese economie. Tegelijk roept het vragen op over afhankelijkheid van Chinese technologie en kapitaal in een sector die voor Europa economisch en strategisch van groot belang is.