Een op de vijf werknemers in Spanje leeft in stuatie van armoede

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Een op de vijf werknemers in Spanje leeft in stuatie van armoede

De krant 20Minutos haalt een voorbeeld aan van María Martín die full time in een groentewinkel werkt en aan het einde van de maand amper 700 euro netto overhoudt. Julián Pérez heeft de afgelopen maand slechts 7 dagen gewerkt en ziet zich genoodzaakt een woning te kraken. Het aantal mensen met werk die toch in een situatie van armoede leven is de laatste jaren rap gegroeid. Het hebben van een baan in Spanje biedt geen garantie meer op een welvarend leven.

Een op vijf is arm

De internationale organisatie voor werk schat dat op dit moment in Spanje een op de vijf werknemers in armoede verkeert. In 2015 vormden ze volgens het Europese statistiekbureau Eurostat 16,5 procent van het totaal aantal mensen met een salaris. De kerkelijke hulporganisatie Caritas schatte in een rapport uit 2014 dat 53 procent van de mensen die de organisatie bijstaat, leeft in een huishouden waar op zijn minst één persoon een baan heeft.

Armoedegrens

De armoedegrens voor een werknemer wordt gezet op 856 euro netto inkomsten per maand. Hiervoor werd als uitgangspunt de Europese sociale kaart genomen. Deze stelt vast dat de grens moet liggen op 60 procent van het beschikbare inkomen in een lidstaat. Daarom is ook het minimumloon in Spanje van 655,20 euro te weinig.

Relatieve armoede

De relatieve armoede in Spanje ligt op 29 procent. Dat betekent echter niet dat meer dan een kwart van de Spanjaarden arm is, zo legt professor Iñaki Iriondo uit. Doorgaans bevindt een arm persoon zich in een sociaal collectief van familie of vrienden. Vaak gaat het om een jong iemand die ondanks dat hij werkt niet op zichzelf kan gaan wonen en overleeft omdat hij een dak boven zijn hoofd heeft en te eten krijgt.

Bruto 5 euro per uur

Julián, die alleenstaand is, werkte de afgelopen maand slechts zeven dagen en vertelt dat hij in juli een maand kon werken als beveiliger voor het bedrijf Segur. Hiervoor werd hem een brutosalaris van 5 euro per uur geboden. Zijn werkuren waren ’s nachts. Als hij niets of te weinig verdient gaat hij voor eten naar de stichting Luz Casanova.Dankzij deze instelling en het eten dat hij nog regelmatig van zijn moeder krijgt, is in elk geval dat geregeld. Wat het voor Julián erg maakt is de uitzichtloosheid van zijn situatie. Ook al heeft hij af en toe werk. De werkgevers verkiezen tijdelijke werknemers. Deze worden snel ingeruild omdat dat fiscale voordelen biedt.

Gedwongen zzp’er

Maria werd in haar groentezaak gedwongen om als zelfstandige terug te komen. Zo betaalt ze van haar lage salaris zelf het maandelijkse bedrag aan de sociale zekerheid. Bovendien heeft ze geen enkele bescherming. Wanneer ze willen, zetten ze haar op straat. Ze verdient 1.100 bruto. Na de inkomstenbelasting en de sociale zekerheid blijft daar 690 euro van over. Het heeft voor haar na dertig jaar niet zoveel zin te vertrekken. ‘Ik word toch nergens aangenomen.’