Alle onderdelen zijn apart demonteerbaar en ook vervangbaar ter eventuele reparatie. De lamp heet Iwop en is gebaseerd op elektronica die ook in de luchtvaart wordt gebruikt en gebaseerd op onder meer LED, zo schrijft DutchCowboys.nl.
Op de website van OEP Electrics is te lezen dat de Iwop 70 procent minder belastend is voor het milieu, 96,5 procent energiezuiniger is en 10 jaar garantie heeft. De lamp verbruikt 3 watt en geeft licht op de sterkte van 90 tot 100 watt.
De Spaanse krant La Vanguardia publiceerde in maart een interview met Muros, waarin hij aangeeft dat hij zijn Iwop niet heeft ontwikkeld om deze te verkopen, maar om een duurzamere manier van produceren te ontwikkelen. Muros is mede-oprichter van Sin Obsolescencia Programada (SOP). Dit is een organisatie die zich verzet tegen de productie van wegwerpgoederen.
47 miljoen gloeilampen bij afval per jaar
Dat zijn manier indruist tegen de huidige regels van het consumentisme werd hem duidelijk toen hij miljoenen euro’s aangeboden kreeg om de lamp vooral niet op de markt te brengen. ‘Per jaar gooien we met zijn allen in Spanje 47 miljoen gloeilampen weg’. Hij wijst op de negatieve kanten daarvan wat afval betreft. Dan gaat het nog niet eens om spaarlampen. Vroeger werkten apparaten als wasmachines of koelkasten enkele decennia. Tegenwoordig gaat een batterij van een telefoon 2 jaar mee, die van een laptop 4 jaar en haalt een koelkast of een wasmachine met een beetje geluk net tien jaar zonder problemen.
Niet naar China?
Op de vraag waarom Muros de productie van zijn bijzondere lamp niet naar China verhuist, antwoordt hij: ‘Omdat het idee voor de gloeilamp is ontstaan uit de wens dingen anders te doen. We bedenken dat als we een goedkoop product zien we wel een nieuwe kopen als het kapot gaat. Daarbij vergeten we echter dat achter elk product personen schuilgaan die hard moeten werken voor lage lonen en tegen slechte arbeidsvoorwaarden…’
‘Dit alles zorgt eveneens voor werkloosheid in ons eigen land. Goedkope producten zijn ook slechter voor het milieu want ze gaan snel kapot. Met het lokaal fabriceren vermijden we dit soort problemen en consumeren we minder brandstof omdat producten niet van het ene naar het andere continent getransporteerd hoeven te worden.’