Wie deze zomer met de auto naar Spanje reist, treft daar de laagste brandstofprijzen van negen onderzochte Europese vakantielanden. Zowel benzine als diesel is er goedkoper dan in voormalig prijsvechter Luxemburg. Ook snelladen is in Spanje relatief voordelig, al blijft een lange reis met een elektrische auto volgens de ANWB doorgaans duurder dan met een dieselauto.
De brandstofprijzen in Europa zijn de afgelopen weken gedaald. Toch blijft tanken voor autovakantiegangers een aanzienlijke kostenpost. Door de aanhoudende onrust in het Midden-Oosten liggen de prijzen in verschillende landen nog altijd hoog. Bedragen van meer dan 2 euro per liter zijn langs Europese snelwegen geen uitzondering.
De ANWB vergeleek in juli 2026 de benzine-, diesel- en laadprijzen in Nederland en acht populaire vakantielanden. Samen zijn deze landen goed voor ongeveer negen op de tien buitenlandse autoreizen vanuit Nederland.
Benzine en diesel in Spanje onder de 1,50 euro
In Spanje kost een liter benzine langs de snelweg gemiddeld 1,64 euro. Voor diesel betalen automobilisten gemiddeld 1,62 euro. Wie de snelweg verlaat en bij een tankstation op maximaal twee kilometer van de route tankt, is nog goedkoper uit. Daar ligt de gemiddelde prijs voor zowel benzine als diesel op 1,46 euro per liter.
Een tank van 50 liter benzine kost daardoor ongeveer 82 euro langs de snelweg en 73 euro bij een nabijgelegen tankstation. Bij diesel gaat het om respectievelijk 81 en 73 euro. Even van de snelweg afrijden levert in Spanje dus een besparing van ongeveer 8 tot 9 euro per volle tank op.
Dat verschil is kleiner dan in landen als Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. In Duitsland kan een tankbeurt buiten de snelweg zelfs 23 tot 25 euro goedkoper uitvallen. Toch loont het ook in Spanje om vooraf prijzen te vergelijken, zeker tijdens een lange autorit waarbij meerdere keren moet worden getankt.
Spanje neemt titel over van Luxemburg
Luxemburg stond jarenlang bekend als het goedkoopste tankland van Europa, maar moet die positie deze zomer afstaan aan Spanje. In Luxemburg kost benzine gemiddeld 1,65 euro per liter en diesel 1,61 euro. Anders dan in Spanje maakt het daar nauwelijks verschil of automobilisten langs of buiten de snelweg tanken.
De verschillen met de duurste landen zijn aanzienlijk. In Nederland kost benzine langs de snelweg gemiddeld 2,43 euro per liter. In Zwitserland betalen dieselrijders gemiddeld 2,49 euro. Bij sommige Zwitserse tankstations ten zuiden van de Gotthardtunnel loopt de prijs zelfs op tot 2,66 euro voor benzine en 2,84 euro voor diesel.
Ook Frankrijk, Duitsland, Italië en Oostenrijk zijn langs de snelweg duidelijk duurder dan Spanje. Vooral automobilisten die vanuit Nederland of België naar het zuiden rijden, kunnen daarom besparen door hun tankmomenten zorgvuldig te plannen en met voldoende brandstof de Spaanse grens te bereiken.
Ook snelladen is relatief goedkoop in Spanje
Spanje komt eveneens gunstig uit de vergelijking van laadprijzen. Snelladen kost er gemiddeld 0,60 euro per kilowattuur. Daarmee is Spanje het goedkoopste van de negen onderzochte landen. Het Europese gemiddelde ligt op 0,76 euro per kilowattuur.
Frankrijk volgt met gemiddeld 0,61 euro. Italië is met 0,88 euro per kilowattuur het duurst, gevolgd door Zwitserland met 0,87 euro en Oostenrijk met 0,82 euro.
Bij gewone laadpalen betaalt een elektrische rijder in Spanje gemiddeld 0,51 euro per kilowattuur. Daarmee ligt het Spaanse tarief vrijwel op hetzelfde niveau als in Nederland, waar regulier laden gemiddeld 0,50 euro kost.
De ANWB wijst erop dat elektrische vakantiegangers extra kunnen besparen met een tijdelijk abonnement bij een grote aanbieder van snellaadstations. Zo’n abonnement kost vaak ongeveer 6 euro voor een maand en kan de laadprijs verlagen tot ongeveer 0,55 euro per kilowattuur of minder. Op een retourreis naar Spanje kan dat tientallen euro’s schelen.
Diesel per kilometer het voordeligst
Ondanks de lage Spaanse laadprijzen is rijden op diesel volgens de berekening van de ANWB het goedkoopst. Op basis van de prijzen langs de snelweg kost 100 kilometer rijden in Spanje gemiddeld 8,91 euro met een dieselauto.
Met een benzineauto bedragen de brandstofkosten ongeveer 10,66 euro per 100 kilometer. Een elektrische auto die vooral gebruikmaakt van snelladers komt uit op 11,96 euro.
De berekening gaat uit van een verbruik van 5,5 liter per 100 kilometer voor diesel, 6,5 liter voor benzine en 20 kilowattuur per 100 kilometer voor een elektrische auto. De werkelijke kosten hangen uiteraard af van het type auto, de rijstijl en de gekozen tankstations of laadpunten.
Retour naar Barcelona kost met diesel gemiddeld 310 euro
Voor een retourrit tussen Utrecht en Barcelona berekent de ANWB gemiddelde energiekosten van ongeveer 310 euro met een dieselauto. Met een benzineauto komt dezelfde reis uit op circa 365 euro. Een elektrische auto die onderweg hoofdzakelijk bij snellaadstations wordt opgeladen, kost gemiddeld ongeveer 415 euro.
Daarbij speelt mee dat automobilisten op weg naar Spanje een groot deel van de reis brandstof of stroom kopen in duurdere landen als Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. De lage Spaanse prijzen maken de totale vakantiereis dus goedkoper, maar gelden alleen voor het deel dat daadwerkelijk in Spanje wordt getankt of geladen.
Voor reizigers blijft de belangrijkste bespaartip daarom eenvoudig: vergelijk onderweg de prijzen en tank waar mogelijk buiten de snelweg. Wie de reis slim plant, kan vooral op een retourrit naar Spanje een aanzienlijk bedrag besparen.