Terwijl een maand na de massale grensoversteek naar Ceuta duizenden mensen nog altijd in de stad verblijven, verharden de politieke fronten. Oppositiepartij PP wijst met een beschuldigende vinger naar Marokko, premier Sánchez houdt juist vol dat daar geen bewijs voor is.
In het kort
- Ceuta’s president Vivas (PP) zegt overtuigd te zijn dat Marokko achter de crisis zit.
- Vivas eist van Sánchez een harde datum voor terugkeer naar normaliteit.
- Volgens de president zitten er nog altijd zo’n 10.000 mensen in de Spaanse exclave in Noord-Afrika.
- Premier Sánchez ontkent betrokkenheid van de Marokkaanse staat en wijst naar desinformatiecampagnes.
- Ondertussen keerden al 4.000 mensen vrijwillig terug naar Marokko.
- De politieke ruzie over de migrantenopvang in de haven van Ceuta blijft onopgelost.
Volgens Ceuta’s regionaal president Juan Vivas zijn er nog altijd zo’nn 10.000 mensen in de stad achtergebleven. Vivas liet deze week tijdens een economisch forum in Madrid weten dat volgens hem alle aanwijzingen richting Marokko wijzen. Hij stelde zelfs dat er beeldmateriaal zou bestaan waarop Marokkaanse grenswachten mensen actief richting de grens zouden hebben gestuurd, net als tijdens de crisis van 2021.
Samen met PP-leider Alberto Núñez Feijóo waarschuwde hij eerder al dat Marokko zou kunnen denken dat het de touwtjes in handen heeft over de stabiliteit van Spanje en Europa. Vivas eist dat premier Sánchez een concrete datum noemt waarop het leven in Ceuta weer normaal wordt. Ook wil hij dat iedereen die tijdens de crisis de stad binnenkwam terugkeert.
Tijdens het forum voegde de president toe dat zijn stad al vóór de crisis meerdere keren aan de bel trok bij Moncloa en diverse ministeries vanwege het toegenomen grensoversteken met ook een groeiend aantal minderjarigen. Volgens hem kreeg hij toen te horen dat het om de gebruikelijke zomerdrukte ging. Ook zou een veiligheidsplan voor Ceuta en Melilla in een la zijn blijven liggen in plaats van te worden uitgevoerd. Vivas pleit daarnaast voor een aparte EU-status voor Ceuta, vergelijkbaar met die van andere ultraperifere Europese regio’s.
Feijóo voegde eerder al toe dat het kabinet moet openbaren wat er precies met Marokko is besproken. Volgens hem regeert Sánchez de crisis met stilzwijgen en te veel welwillendheid richting Rabat.
Sánchez zelf houdt een andere lezing aan. Tegenover het Congres verklaarde hij dat geen enkele Spaanse of bevriende inlichtingendienst bewijs heeft gevonden dat de Marokkaanse staat achter de instroom zit. Hij wijst in plaats daarvan naar desinformatiecampagnes die volgens hem via sociale media werden verspreid, met banden naar Rusland, Israël en internationale ultrarechtse netwerken. Marokko heeft intussen toegezegd de uitzetting van mensen zonder asielrecht te versnellen en gezinshereniging voor alleenstaande minderjarigen te vergemakkelijken.
De praktijk op de grond
Los van de politieke ruzie gaat het opvangwerk in Ceuta gewoon door. Crisiscoördinator minister Ángel Víctor Torres, meldde deze week dat sinds 10 augustus zo’n 4.000 mensen vrijwillig zijn teruggekeerd naar Marokko. Er zijn 3.500 opvangplekken geopend en er wordt dagelijks tussen de 3.500 en 4.000 maaltijden uitgedeeld. Volgens Torres is 90 procent van de mensen die eind juli de stad binnenkwamen binnen 48 uur weer vertrokken. Hij zegt dat het exacte aantal dat nu nog in Ceuta verblijft niet is vast te stellen. Dat wijkt opvallend af van Vivas’ eigen schatting van 10.000. Er zijn inmiddels zo’n 2.000 minderjarige migranten geregistreerd.
Tussen Vivas en het kabinet loopt intussen nog een aparte ruzie over de haven van Ceuta, die het ministerie wil gebruiken voor extra opvangplekken. Vivas’ regionale regering trok zich terug uit een eerder plan hiervoor, ondanks dat dit volgens Torres unaniem was afgesproken.
Onduidelijk hoe lang het nog duurt
Een harde einddatum voor de crisis, zoals Vivas eist, heeft niemand kunnen geven. Voor de mensen die nog in Ceuta verblijven, en voor de inwoners die al maanden met een ontwricht dagelijks leven zitten, blijft het dus voorlopig afwachten wanneer de rust terugkeert.