Hebben banken ons vertrouwen verloren?

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Hebben banken ons vertrouwen verloren?

(Opinie) De uitleg die Jeroen Dijsselbloem, Nederlands minister van financiën en voorzitter van de Eurogroep, gaf over het akkoord met Cyprus, was daarover zeer duidelijk.

Zijn uitspraak over de “bail-in” bij banken op Cyprus heeft de wereldpers gehaald. Is geld op de bank niet meer veilig? Moeten kleine spaarders, middenstanders en gepensioneerden vrezen om hun geld als ze daarvan een gedeelte op een bank laten staan? Dijsselbloem zei dat een bank die zich aan de normale regels voor het bankbedrijf houdt een relatief veilige plaats blijft om er tijdelijk wat geld te deponeren.

Hij was er evenzeer volkomen duidelijk over, dat geld bij banken die zich minder aan de gangbare en wenselijke regels houden, daar ook minder veilig is. Gaat zo’n bank door te speculeren of door slecht management failliet, dan volgt er een feitelijk normale afwikkeling.

Dat laatste schijnt zo “nieuw” te zijn, dat velen daarvan erg zijn geschrokken. Tot dusver werden banken door bijzondere staatsmiddelen aan een “bail-out” geholpen, waarbij de belastingbetaler in algemene zin voor de ontstane schade opdraaide.

Schandalige handelswijzen

Dat heeft tussen 2004 en heden geleid tot schandalige handelswijzen die het deden voorkomen, dat sommige banken ’te groot’ waren om niet overeind gehouden te worden. Te groot in de zin, dat zij met dubieuze financiële ‘producten’ te diep in het geld-moeras waren gezonken en zovelen met have en goed daarvan afhankelijk geworden waren, dat de maatschappij als geheel ervan grote schade kon gaan ondervinden.

De ondergang van de Amerikaanse bank Lehman Brothers, die de grote crisis aan het rollen bracht, is daar een voorbeeld van. De toenmalige Amerikaanse regering nam de beslissing deze bank niet met een relatief klein miljardenbedrag te steunen.

Naar nu is gebleken, pakte dit besluit verkeerd uit. Men dacht te lichtvaardig over de aanwezige maatschappelijke en internationale belangen. Sindsdien is men geld in ongelimiteerde vorm blijven schenken aan banken die feitelijk geen dubbeltje meer waard zijn.

In plaats van het sinds 1971 nogal op hol geslagen bankbedrijf forser te gaan bewaken en strakke regels voor te schrijven, bleef alles bij het oude en nam de eigenzinnige vrijheid van veel banken om zelf van hen toevertrouwd geld nog veel meer geld te maken alsmaar toe.

Bonussen

De beloningsstructuur bij banken met bonussen als extra inkomen wanneer de zaken maar ‘goed’ liepen, heeft daar alles mee te maken. Laten we eerlijk zijn en stellen, dat politici daaraan graag meewerkten. Het ging allemaal immers zo gemakkelijk en gokte men verkeerd kon men erop rekenen, dat de schulden aan de belastingbetalers werden overgedragen. De “bail-out” fondsen kwamen zo tot een zekere opbloei.

Failliet en dan?

Wat heeft Dijsselbloem willen duidelijk maken? Een bank heeft één of meer eigenaren, aandeelhouders en cliënten. Gaat zo’n bank failliet zullen in volgorde eerst de eigenaren worden aangesproken, vervolgens de aandeelhouders om met hun middelen die bank weer op de been te helpen.

Als dat echter niet lukt, kan een overheid zich gedwongen zien ook de crediteuren van de bank uit te nodigen hun bijdrage te leveren. Die bijdrage noemt men doorgaans een “haircut”, omdat van bepaalde tegoeden een gedeelte moet worden afgestaan om de bank te redden. Het kan dan blijken, dat een crediteur van de bank al zijn geld verliest.

Crediteuren

Wie zijn die crediteuren? Dat zijn alle klanten van de bank. Door er geld te deponeren wordt men automatisch een crediteur die een vordering op de bank heeft. Dat een goede bank de crediteur door een kleine rente tegemoet komt voor zijn investering, is mooi meegenomen, maar in deze tijd met nul procent rente nauwelijks nog interessant.

Een richtlijn binnen de EU wil, dat banktegoeden tot 100.000 euro van ingrepen bij een faillisement gevrijwaard blijven. Dat is nogal wat. Want waar geen geld meer over is en alles werd verspeeld door de bank, kan ook geen uitbetaling meer plaatsvinden van het garantiebedrag.

Op dat moment zou de centrale bank of de staat moeten bijspringen. Iets dat is afgesproken in het akkoord met Cyprus. Alle schulden van de bank boven 100.000 euro zullen onderworpen worden aan een nog nader te bepalen “haircut”. Die klanten zullen dus veren moeten laten.

100.000 euro voldoende?

De brandende kwestie is nu of het bedrag van 100.000 euro, voor velen een ‘vorstelijke’ som geld, wel voldoende hoog is in deze dure tijd. Waarschijnlijk niet, omdat zakelijke transacties van het midden- en kleinbedrijf zich in omvang vaak tussen 100.000 en 200.000 euro bewegen. Nog afgezien van de bedragen die nodig zijn als reserve voor loon- en pensioenbetalingen van fabrieken en grotere ondernemingen.

Men zou daarom het garantiebedag voor bedrijven tot 2  ton moeten verhogen, of er hoogstens een minimale “haircut” van een paar procent (als eenmalige belastingheffing) op moeten loslaten.

De nu in Cyprus aangekondigde 40% aftrek (het Duitse model) is daarom voor de taxi-chauffeur die iedere twee jaar een dure, nieuwe auto moet kopen, of de gezellig kleine bistro met veel personeel catastrofaal. Het ‘stelen’ van hun reserves moet wel leiden tot een grote werkloosheid. Het veroorzaakt moedeloosheid bij ondernemers die van de ene op de andere dag hun geld ‘gestolen’ zien. Zo’n economie komt daardoor op logische wijze nooit meer op gang en tot bloei!

Corruptie

In Spanje ligt de situatie anders. Banken verspeculeerden zich op grote schaal tijdens de bouwjaren tussen 2002 en 2008. Corruptie floreerde. Gemeenten waren aan banken gebonden. De megalomanie vierde hoogtij. Het kon niet op, leek het wel. Men overbood zich met de uitvoering van nutteloze status-projecten die miljoenen verslonden.

Klanten van banken werden door medewerkers gepaaid om afgezien van hun depot ook ‘aandeelhouders’ te worden. Wat zich rond het Bankia-schandaal afspeelt, heeft hiermee te maken.

Ruim 90 bankmedewerkers staan nu voor de rechter, die zich moet buigen over de vraag of hier op grote schaal fraude is bedreven. Fraude in de zin van het maken van misbruik van vertrouwen. Moeilijk te bewijzen, omdat een zekere blauwogigheid en naïviteit van de klant daarbij een rol spelen.

Vele duizenden Spanjaarden raakten er hun middelen van bestaan en hun huizen door kwijt. De weg naar de rechter is hun laatste strohalm. Het is dus niet ‘Europa’ of de Spaanse staat die de schuld moeten krijgen van de hier aanwezige diepe recessie, maar een gebrek aan goed en te vertrouwen management bij banken en een intensiever toezicht van overheden in het algemeen.

Nu er geen geld meer is voor investeringen en bedrijven liever met vers geleend geld hun oude schulden afbetalen, zit men met een crisis die pas over langere tijd kan worden teruggedrongen. Vooralsnog heeft de regering van Mariano Rajoy nog steeds de overhand, want medio 2014 zou Spanje weer als een Phoenix uit de zelf veroorzaakte as kunnen herrijzen.

Onder handen

De banksector werd hier krachtdadig onder handen genomen en wordt in deze dagen juist aangespoord kredieten te verlenen. Weinig buitenlandse media lijken er aandacht aan te willen besteden, dat hier -in tegenstelling tot de algemene opvatting- terdege bankdirecteuren en hun medewerkers voor de rechter moeten verschijnen.

Het akkoord met Cyprus vertoont nog veel open eindjes. Die zullen de komende paar weken tot in details moeten worden uitgewerkt. Nog is niets besloten. Varianten voor de crediteuren van de betrokken twee grotere banken zijn mogelijk.

De economie van het eiland bleek voornamelijk gebaseerd te zijn op geldhandel. Die wordt ingekrompen en deels afgeroomd. Men zal zich er meer moeten gaan richten op kwaliteitstoerisme. Daarvoor zou men eens in Spanje en op de Canarische eilanden kunnen komen kijken.

Spanje

Spanje heeft echter ook industrieën, die Cyprus weer niet heeft. Voor de bevolking op het fraaie eiland is dit alles vanzelfsprekend een nachtmerrie, die men grotendeels door eigen inventiviteit zal moeten zien te overwinnen.

Is dit alles een reden om je bank te wantrouwen? Is het een reden om niet meer in Spanje te investeren? Investeren zou juist voorkomen, dat teveel geld bij een bank schijnbaar nutteloos wordt ‘geparkeerd’ (tegen bijna nul rente-opbrengst) met alle risico’s van dien.

Er zijn zoveel jonge, kleine bedrijven die individueel met wat extra middelen voor investeringen vooruit zouden kunnen springen. Het regeringsbeleid voor de komende jaren voorziet erin, dat het oprichten van bedrijven wordt vergemakkelijkt. Hier staat een nieuwe groeimarkt te wachten met positieve vooruitzichten.

Of moeten we ons geld ‘investeren’ bij de bank? Een vraag die tot het eenduidige antwoord leidt, dat het beter is niet meer op een rekening te hebben dan wat nodig is voor ongeveer een maand. Tegen de tijd dat het bankbedrijf betere regels met gedegen controle heeft gekregen, kan men overwegen in die sector weer te investeren, dat wil zeggen het geld dat men even niet nodig heeft daar wat langer onder te brengen.

De tijd is rijp om ernstig na te denken over andere bestedingswijzen. Een mooi huis laten bouwen of kopen bijvoorbeeld, of het huis eens een goede beurt te laten geven. Dat verschaft extra werkgelegenheid. Meer werk helpt daarom de economie van Spanje nog het beste vooruit.