Het nieuwe Spaanse politieke jaar begint deze dinsdag niet met hoognodige begrotingsdebatten, maar met de crisis in Ceuta. Premier Pedro Sánchez riep voor 25 augustus een extra bijeenkomst van de Consejo de Seguridad Nacional bijeen, bijna een maand nadat tussen de 70.000 en 80.000 migranten eind juli de grens met Marokko overstaken. Het is de eerste keer sinds april dat dit veiligheidsorgaan samenkomt.
In het kort
- Premier Sánchez riep op 25 augustus de Nationale Veiligheidsraad bijeen, bijna een maand na de Ceuta-crisis.
- Acht ministers leggen deze week verantwoording af in het Congres over de aanpak van de crisis.
- Lokale autoriteiten spreken van 7.000 tot 9.000 mensen die zonder verblijfsstatus nog in Ceuta verblijven.
- El Mundo reconstrueert niet-nagekomen beloftes en interne verdeeldheid binnen de regering.
- Het kabinet heeft dit relaas, gebaseerd op bronnen uit het Ceuta-stadsbestuur, niet publiekelijk bevestigd.
- De oppositie bekritiseert ook Sánchez’ drie weken vakantie tijdens de crisis.
Ook deze week moeten acht ministers verantwoording afleggen in het Congres over de aanpak van de crisis. Defensieminister Margarita Robles opende de reeks. Zij wordt gevolgd door de bewindslieden van Justitie, Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Migratie. Volgens lokale autoriteiten in Ceuta verblijven er nog altijd tussen de 7.000 en 9.000 mensen zonder verblijfsstatus in de stad. Dat aantal is dermate hoog, dat het de lokale diensten overbelast.
Voor Sánchez’ terugkeer beheerde de regering de crisis vooral op afstand, met videovergaderingen op 7 en 17 augustus vanuit zijn vakantieverblijf in Lanzarote. Ministers reisden wel naar Ceuta, de premier zelf niet. Dat leverde kritiek op, ook uit eigen kring. Zelfs binnen de PSOE klonk onvrede over de drie weken vakantie die Sánchez opnam tijdens de crisis. De oppositiepartij PP verweet de premier dat hij “zijn ministers als menselijk schild” gebruikte.
Beloftes die niet werden nagekomen
Een reconstructie van El Mundo, gebaseerd op bronnen uit het stadsbestuur van Ceuta, schetst een intern verdeelde regering die toezeggingen niet nakwam. Volgens deze bronnen beloofde Sánchez burgemeester Juan Vivas eind juli persoonlijk dat minister Grande-Marlaska van Binnenlandse Zaken in Ceuta zou blijven “tot de situatie genormaliseerd was”. Marlaska vertrok volgens die reconstructie al binnen 24 uur om een vergadering van Europese ministers van Binnenlandse Zaken bij te wonen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken laat aan El Mundo weten dat Marlaska’s terugkeer naar Madrid altijd al gepland stond.
Dezelfde bronnen beschrijven ook tegenstrijdige signalen tussen ministers. Waar minister Albare van Buitenlandse Zaken Marokko als bondgenoot omschreef, zou minister van Jeugd Sira Rego juist gepleit hebben voor het verbreken van de diplomatieke banden. Dit relaas steunt wel volledig op verklaringen van het Ceuta-stadsbestuur, geleid door de PP. De regering in Madrid heeft deze lezing niet openbaar bevestigd of exact zo weersproken.
Wat de regering nu concreet doet
Met de parlementaire verantwoording en de vergadering van de Consejo de Seguridad Nacional wil de regering, aldus El Independiente, een “geordende reconstructie” geven van wat er gebeurd is. Ook wil men de al genomen maatregelen toelichten en ingaan op vragen over voorspelbaarheid, grenscontrole, ingezette middelen en de samenwerking met Marokko. De oppositie vindt dat die uitleg te laat komt.
De Ceuta-crisis is voor Sánchez niet het enige zware dossier deze herfst. Het kabinet moet ook de begroting voor 2027 door het parlement zien te loodsen. Een meerderheid daarvoor wordt steeds fragieler. Het land wordt nog steeds bestuurd op basis van de begroting uit 2023. Ondertussen komen de verkiezingen van 2027 dichterbij.