Jonge Spanjaarden vluchten massaal naar het lege Spanje: dit is waarom

door Else BeekmanElse Beekman
plattelandsdorp: jongvolwassenen vluchten naar platteland

Het cliché van de nieuwe dorpsbewoner is het gepensioneerde stel dat na een leven in de stad kiest voor rust en frisse lucht. Dat beeld klopt niet meer. Cijfers van vastgoedplatform Fotocasa laten een heel ander type zien: jonge mensen, vaak alleenstaand, met een middeninkomen, die simpelweg geen betaalbare woning meer vinden in de stad of in de metropolen langs de kust. En hoe jonger, hoe groter die drang om te vertrekken.

In het kort

  • 23% van de 18- tot 24-jarigen wil binnenkort verhuizen naar een dorp met minder dan 10.000 inwoners.
  • De wens volgt de hoge huizenprijzen van dit moment die veel jongvolwassenen zich niet kunnen veroorloven.
  • De gemiddelde vierkantemeterprijs in Spanje bereikte in juli 2026 een record van 2.933 euro.
  • In Madrid wil 17% van de volwassenen naar het platteland, ruim boven het landelijk gemiddelde.
  • Juist mensen met de laagste inkomens overwegen als eerste de stad te verlaten.

Van alle Spanjaarden die zoeken naar een woning, wil 13 procent binnen nu en enkele maanden verhuizen naar een gemeente met minder dan 10.000 inwoners. Dat percentage ligt onder 18- tot 24-jarigen met 23 procent bijna twee keer zo hoog. Zeven op de tien jongeren onder de 25 zegt zich aangetrokken te voelen tot een leven op het platteland, of hebben zelfs al concrete plannen in die richting.

Ook bij de groep van 25 tot 34 jaar, neemt de belangstelling toe. In 2024 lag die nog op 10 procent, in 2025 op 13 procent naar 16 procent nu. María Matos is onderzoeksdirecteur bij Fotocasa en ziet het traditionele beeld van de groep mensen die naar het platteland verhuizen verdwijnen. Steeds vaker gaat het om jonge mensen midden in hun loopbaan, op zoek naar stabiliteit. Haar kanttekening is wel dat zonder extra werkgelegenheid, voorzieningen en goede verbindingen het risico blijft bestaan dat deze mensen na een paar jaar alsnog vertrekken.

Willen kan bijna iedereen, doen lang niet iedereen

Zes op de tien Spanjaarden zeggen dat ze naar een dorp zouden willen verhuizen, of dat serieus overwegen. Maar tussen willen en doen zit een flinke kloof. Vooral bij oudere Spanjaarden is die duidelijk zichtbaar: meer dan de helft van de 55- tot 75-jarigen zou graag naar het platteland verhuizen, maar kan dat om financiële, medische of praktische redenen simpelweg niet.

Wie de stap wél zet, moet er vaak iets voor opgeven. Van de mensen die van plan zijn te verhuizen, zegt 9 procent daarvoor van baan te zullen wisselen. Nog eens 4 procent rekent op thuiswerken om de overstap haalbaar te maken.

Madrid als grote uitzondering

Nergens is de hierboven omschreven trend zo sterk als in de regio Madrid. Daar wil 17 procent van de volwassenen naar het platteland verhuizen, vier procentpunt boven het landelijk gemiddelde. Het aandeel Madrilenen dat daarvoor op thuiswerken overstapt, steeg van 4 naar 7 procent. Nog eens 10 procent is bereid om van baan te veranderen.

Vooral opvallend is dat het aandeel Madrilenen dat wél graag zou willen verhuizen, ook zonder concrete plannen, omhoog schoot van 50 naar 61 procent tussen 2024 en 2025. Sindsdien is het op dat niveau blijven hangen. Hoe hoger de druk op de woningmarkt, hoe aantrekkelijker het platteland kennelijk wordt.

De huizenprijzen verklaren deze vlucht

Die druk is inmiddels historisch hoog. De vierkantemeterprijs in Spanje bereikte in juli 2026 een record van gemiddeld 2.933 euro. In sommige regio’s ligt dat nog veel hoger: in de Balearen kost de vierkante meter zo’n 5.575 euro, in de regio Madrid 5.135 euro en in Baskenland loopt dat op richting 3.750 euro.

In de grote steden is het nog schrijnender. Donostia (San Sebastián) is met 6.590 euro per vierkante meter de duurste stad van Spanje, op de voet gevolgd door Madrid-stad met 6.547 euro. Barcelona noteerde in juli een nieuw record van 5.449 euro. Ook huren is fors duurder geworden: gemiddeld 15,3 euro per vierkante meter in heel Spanje, met records van 21,4 euro in Madrid en 20,1 euro in Barcelona.

Vooral de laagste inkomens vertrekken

De helft van de toekomstige dorpsbewoners heeft een gezinsinkomen tussen de 1.001 en 3.000 euro per maand, een typisch midden- of lagermiddenklasseprofiel. Bij inkomens boven de 4.000 euro per maand wil nog maar 9 procent verhuizen, tegenover 16 procent die dat uitsluit. Bij de laagste inkomens, tot 1.000 euro per maand, is het patroon omgekeerd: 13 procent wil vertrekken, tegenover slechts 8 procent die blijft. Het zijn dus vooral de mensen met de minste financiële ruimte die als eerste de stad achter zich laten.

Nog thuis, of net op zichzelf

Drie op de tien van deze personen met een wens om naar een dorp te verhuizen wonen nog bij hun ouders. Bijna evenveel, 31 procent, wonen al samen met een partner en kinderen. De rest woont samen zonder kinderen (16 procent), alleen (10 procent), of deelt een huis met mensen buiten de eigen familie (8 procent). Bijna de helft is single, tegenover 43 procent bij de mensen die in de stad blijven.