Al enige tijd is het de kleinveehouders, verenigd in de UPA, een doorn in het oog, dat enkele supermarkten kip als zogenaamde ‘aanbieding’ aan klanten leveren tegen bedragen die beneden de productiekosten liggen. Prijsdumping dus.
De UPA stelde vast dat kip hier en daar voor een prijs van maar 1.99 euro per kilogram werd verkocht, terwijl de kosten voor de kleinveehouderij en kippenfokkers rond 2.60 per kilogram liggen.
De kosten van voedsel voor kippen zijn de laatste tijd sterk gestegen, wat een extra druk op kostprijs en winstmarges voor een normale bedrijfsvoering uitoefent.
Het Ministerie van Landbouw en Veeteelt in Spanje deelde mee, dat de grote supermarkten ongeveer 60 procent van alle kipproducten verkopen, terwijl kleine levensmiddelenzaken maar 31 procent daarvan voor hun rekening kunnen nemen.
Het is niettemin wonderlijk gesteld met de kip in Spanje. Het verbruik van kip als voedsel is ondanks de crisis en het daardoor verminderd verbruik van vlees tamelijk constant gebleven. Er bestaan in Spanje zo’n 6.000 kippenfokkerijen die hun afzet maar vederlicht zien groeien.
De UPA heeft nu de politiek opgeroepen om in het kader van een wetsontwerp over de distributie van levensmiddelen, die momenteel bij het Spaanse parlement ligt, een bepaling op te nemen die ‘verkopen beneden de kostprijs’ gewoon verbiedt.
Kip het haasje
De UPA stelt daarom: ‘dat onze sector met zijn werkgelegenheid wordt bedreigd, als men met deze handelswijze doorgaat.’ De kip mag niet het haasje worden van een consument, die voor een gezonde proteïne-inname teveel vertrouwt op aanbiedingen die uit concurrentie-overwegingen complete economische sectoren benadelen.