Terwijl de temperatuur in Sevilla opnieuw richting 40 graden gaat, groeit de kritiek op het ontbreken van een officieel netwerk van klimaatschuilplaatsen. Opvallend, want juist steeds meer Spaanse steden investeren in zulke verkoelende plekken om inwoners tijdens hittegolven te beschermen. Maar wat is een klimaatschuilplaats eigenlijk? En waarom zetten steeds meer gemeenten erop in?
In het kort
- Steeds meer Spaanse steden openen klimaatschuilplaatsen tijdens hittegolven.
- Dat zijn koele openbare plekken, zoals bibliotheken, buurthuizen en parken.
- Ze zijn vooral bedoeld voor mensen die extra kwetsbaar zijn voor hitte.
- Barcelona en Bilbao hebben al een uitgebreid netwerk van klimaatschuilplaatsen.
- Sevilla ligt volgens critici achter en mist een duidelijk, herkenbaar netwerk.
Wat is een klimaatschuilplaats?
Een klimaatschuilplaats is een openbare binnen- of buitenruimte die tijdens hittegolven een aangenaam koele omgeving biedt. Dat kan een bibliotheek, buurthuis of sporthal met airconditioning zijn, maar ook een park met veel bomen, schaduw en drinkwater.
Binnenlocaties houden meestal een temperatuur aan van ongeveer 25 tot 29 graden. De meeste klimaatschuilplaatsen zijn gratis toegankelijk en beschikken over zitplaatsen, goede bereikbaarheid en een waterpunt of fontein. Ze zijn bedoeld voor iedereen, maar vooral voor mensen die extra kwetsbaar zijn voor extreme hitte. Denk aan ouderen, jonge kinderen, zwangere vrouwen, mensen met een chronische ziekte, daklozen en inwoners zonder airconditioning.
Volgens de Baskische klimaatorganisatie Ihobe zijn netwerken een praktische manier waarop gemeenten zich kunnen aanpassen aan steeds warmere zomers.
Waarom zijn klimaatschuilplaatsen nodig?
Hittegolven zijn in Spanje allang geen uitzondering meer. Aemet meldde onlangs dat de zeven warmste eerste jaarhelften sinds het begin van de metingen allemaal in de afgelopen tien jaar vielen. Ook begin juli waarschuwde de Spaanse weerdienst opnieuw voor temperaturen boven de 40 graden in delen van het land.
Vooral in dichtbebouwde steden kan langdurige hitte een serieus gezondheidsrisico vormen. Asfalt, beton en gebouwen nemen overdag veel warmte op en geven die ’s nachts langzaam weer af. Daardoor koelen woningen nauwelijks af en krijgen bewoners weinig kans om te herstellen. Voor mensen zonder airconditioning kan een klimaatschuilplaats dan een veilige plek zijn om enkele uren verkoeling te zoeken.
Voor veel Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen, lijkt zo’n klimaatschuilplaats misschien overdreven of betuttelend. Zij wonen relatief vaak buiten de grote steden, in een vrijstaande woning of een groene urbanisatie en beschikken bovendien regelmatig over airconditioning. In veel Spaanse steden ligt dat anders. Daar wonen veel mensen in appartementen zonder goede isolatie of koeling en is de openbare ruimte sterk versteend. Juist daar kunnen klimaatschuilplaatsen een groot verschil maken.
Barcelona loopt voorop
Barcelona geldt als pionier op het gebied van klimaatschuilplaatsen. De stad heeft haar netwerk de afgelopen jaren flink uitgebreid. Deze zomer telt Barcelona meer dan 500 klimaatschuilplaatsen. Ongeveer driekwart daarvan bevindt zich binnen, bijvoorbeeld in bibliotheken, buurthuizen, scholen, musea en apotheken. Daarnaast maken ook parken en andere schaduwrijke buitenruimtes deel uit van het netwerk.
Volgens het stadsbestuur woont 99,2 procent van de inwoners op minder dan tien minuten lopen van zo’n plek. Dat is belangrijk, want een klimaatschuilplaats werkt alleen als mensen er snel en laagdrempelig gebruik van kunnen maken.
Bilbao kiest voor nabijheid
Ook Bilbao heeft een uitgebreid netwerk. De stad telt 134 klimaatschuilplaatsen: 68 binnenlocaties en 66 buitenlocaties. Het gaat onder meer om bibliotheken, sportvoorzieningen, musea, stations, winkelcentra, parken en andere groene plekken.
Volgens de gemeente woont 96 procent van de inwoners op minder dan 300 meter van een klimaatschuilplaats. Voor 43 procent is dat zelfs minder dan 100 meter. Daarmee zet Bilbao vooral in op nabijheid: de verkoelende plek moet zich in de eigen buurt bevinden.
Ook kleinere steden volgen
Niet alleen grote steden zetten stappen. In Euskadi zijn inmiddels 488 potentiële klimaatschuilplaatsen in elf gemeenten in kaart gebracht. De Baskische overheid en Ihobe publiceerden daarnaast een praktische handleiding waarmee gemeenten zelf een netwerk kunnen opzetten.
Ook de stad Eibar werkt aan een eigen netwerk. De gemeente onderzoekt onder meer gemeentelijke gebouwen, ouderenvoorzieningen en een theater als mogelijke binnenlocaties. Daarnaast wordt gekeken naar groene buitenruimtes met voldoende schaduw en water.
Sevilla blijft achter
Des te opvallender is de situatie in Sevilla. Juist een van de heetste grote steden van Europa beschikt nog niet over een duidelijk en goed herkenbaar netwerk van klimaatschuilplaatsen, zoals Barcelona en Bilbao dat wel hebben.
Het stadsbestuur wees deze zomer wel 125 locaties aan, maar volgens de oppositie gaat het vooral om bestaande voorzieningen en ontbreekt een samenhangend netwerk met duidelijke informatie over openingstijden, voorzieningen en bereikbaarheid. Veel locaties zijn bovendien in het weekend gesloten.
Volgens onderzoekers en buurtorganisaties zijn het vooral inwoners van dichtbebouwde en sociaal kwetsbare wijken die moeilijk toegang hebben tot klimaatschuilplaatsen, terwijl dat de groep is die ze het meeste nodig heeft. Zij pleiten daarom voor meer goed bereikbare plekken die ook tijdens de warmste uren van de dag geopend zijn.
Klimaatschuilplaats is geen wondermiddel
Klimaatschuilplaatsen lossen het hitteprobleem niet op. Ze vormen één onderdeel van een bredere aanpak. Steden zullen ook moeten investeren in meer bomen, minder asfalt en beton, schaduwrijke pleinen, waterpunten en gebouwen die beter bestand zijn tegen langdurige hitte.
Toch zijn klimaatschuilplaatsen een zichtbaar en praktisch begin. Ze maken duidelijk dat hitte niet alleen een ongemak is, maar ook een serieus gezondheidsrisico. Nu hittegolven steeds vaker voorkomen, lijken ze uit te groeien van een lokaal experiment tot een vast onderdeel van het Spaanse klimaatbeleid. Voor steeds meer gemeenten is de vraag dan ook niet óf ze nodig zijn, maar hoe snel ze kunnen worden gerealiseerd.
Bronnen: Ihobe, Consumidor Global, Viva Sevilla, El País