Watervallen, grotten en paden door weelderige begroeiing. Het Monasterio de Piedra in Aragón toont zich weer zoals generaties bezoekers het kennen. Ruim een jaar na verwoestende overstromingen is een van de bijzonderste natuurparken van Spanje volledig hersteld.
Er nu doorheen wandelend, is het moeilijk voor te stellen, maar amper anderhalf jaar geleden zag dit park er totaal anders uit. De DANA die eind oktober 2024 over het oosten van Spanje raasde, veranderde de rustige rivier Piedra in een kolkende stroom die bruggen, paden en loopbruggen met razend geweld meesleurde. Het park moest de deuren sluiten, waarna een lange, ingrijpende herstelperiode volgde.
Bijna vijf maanden later, op 22 maart 2025, ging het historische Parque-Jardín weer open. Meer dan een jaar later oogt het park inmiddels bijna weer zoals het ooit was: hetzelfde parcours dat het tot een van de meest bezochte historische tuinen van Spanje maakte.
Waterrijke wandeling

Het bijzondere van dit park is het alomtegenwoordige water. Al vanaf de eerste meters vormt het geruis van de rivier de accoustische begeleiding op je tocht. Via paden, trappen en bruggetjes baan je je vervolgens een weg door het groen dat een lust is voor het oog in het droge klimaat dat de rest van deze Jalón-vallei kenmerkt.
De route is zo’n vier kilometer lang en over het algemeen prima te doen voor wandelaars van elk niveau. Onderweg wisselt je decor voortdurend: mosbegroeide rotswanden, kleine grotten en de ene na de andere waterval die soms onverwacht tussen de overdadige begroeiing opduikt.
Het absolute hoogtepunt blijft de Cola de Caballo, een waterval van ruim 50 meter die neerstort voor de Gruta Iris. Overigens niet te verwarren met de andere beroemde waterval die luistert naar dezelfde naam in het Nationaal Park Ordesa y Monte Perdido in de Pyreneeën. Via zo’n tweehonderd treden die door de rots zijn uitgehakt, kun je de grot in en de waterval van binnenuit bewonderen. Een uniek perspectief.
Toch draait het park om meer dan die ene beroemde waterval. Het Lago del Espejo, de Cascada Caprichosa en ook de Gruta de la Pantera zijn stuk voor stuk prachtige plekken die uitnodigen om steeds weer even stil te staan.
Het klooster zelf: springlevend, geen ruïne

Al trekken de watervallen en natuur hier het meeste bekijks, het klooster is ook de moeite waard. Het is een prachtig onderhouden complex uit de 13e eeuw, gesticht door cisterciënzer monniken, en tegenwoordig erkend als beschermd monument.
Loop je door de oude kloostergang of de kapittelzaal, dan voel je meteen hoe het leven van die monniken er destijds moet hebben uitgezien. Verspreid door het gebouw liggen bovendien een paar kleine, verrassende musea: een wijnmuseum gewijd aan de streekwijnen van Calatayud, een expositie over de geschiedenis van chocolade, met de overlevering dat hier de allereerste Europese chocolademelk werd bereid, en zelfs een museum vol oude koetsen.
En wie na een dag wandelen niet meer weg wil, kan gewoon blijven slapen. Een deel van het klooster is omgebouwd tot hotel, met kamers in wat ooit de cellen van de monniken waren. Zelfs het restaurant, Reyes de Aragón, zit in de voormalige gemeenschappelijke slaapzaal. Kortom: dit is geen museumstuk om vluchtig te bekijken, maar een plek waar je nog gewoon kunt overnachten, eten en ronddwalen alsof de eeuwen er weinig vat op hebben gehad.
Erkenning voor goed uitgevoerd herstel
Het noodweer bracht destijds forse schade toe aan paden, muren, bruggen en loopbruggen, die deels of zelfs volledig werden verwoest. Voor het herstel moest men bijna een miljoen euro uittrekken. Dat ging ook verder dan alleen terugbrengen wat er was. Sommige infrastructuur is nu ook aangepast om toekomstige extreme weersomstandigheden beter te kunnen doorstaan.
Deze goed uitgevoerde klus van wederopbouw kreeg erkenning: het park ontving een Hispania Nostra-prijs voor de restauratie van erfgoed en landschap. Een mooie beloning voor het weer tot leven wekken van een van de bekendste natuurplekken van Aragón.
Meer dan een oud klooster
De geschiedenis van het complex gaat terug tot een cisterciënzer klooster uit de 13e eeuw. Toch ontstond het landschap zoals bezoekers dat vandaag kennen, pas in de tweede helft van de 19e eeuw. Juan Federico Muntadas zag destijds, toen natuurtoerisme nog maar nauwelijks bestond, dat het echte kapitaal van deze plek niet alleen het klooster was, maar vooral het landschap gevormd door de rivier. Hij opende het landgoed voor publiek en legde wandelpaden aan en schiep daarmee een van de eerste landschapsparken van Spanje, lang voordat iemand het woord “ecotoerisme” had bedacht.
Tegenwoordig trekt het complex zo’n 300.000 bezoekers per jaar en blijft het een van de belangrijkste trekpleisters van het binnenlandse toerisme in Aragón.
Het water is weer gewoon het water

Wie het Monasterio de Piedra nu bezoekt, zal zich nauwelijks de omvang van de schade destijds kunnen voorstellen. De paden leiden weer naar de watervallen, de bruggetjes voegen zich naadloos in het groen en overal vormt het geruis van de rivier weer een geruststellend gezelschap tijdens de wandeling.