Het gaat om de AP-4 tussen Sevilla en Cádiz en het traject van de AP-7 tussen Tarragona, Valencia en Alicante. Deze snelwegen werden tot nu toe beheerd door concessiehouder Abertis Infraestructuras. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het onderhoud van deze twee snelwegen vanaf 1 januari uitbesteed aan bouwbedrijven FCC, Sacyr en API.
In december 2018 al kwam de AP-1 van Burgos naar Armiñón opnieuw in handen van de overheid na beëindiging van het concessiecontract en werden ook hier de tolhuisjes opgeheven. In de eerste maand waarin gratis van deze weg gebruik kon worden gemaakt, nam het verkeer op dit traject met 58% toe.
Prijsstijging tolwegen van concessiehouders
De gemiddelde tolprijs voor het rijkswegennet dat door concessiehouders wordt beheerd, zal vanaf 2020 met 0,84% stijgen. De prijsstijging zal niet gelden voor de negen trajecten die door de Spaanse staat werden gered tijdens de economische crisis en momenteel onder verantwoordelijkheid vallen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze negen wegen worden geëxploiteerd door de onderneming Seittsa, die dit doet zonder concessiecontract.
De negen trajecten die Seittsa onder zijn hoede heeft, hebben een totale lengte van zo’n 700 kilometer, en betreffen de M-12 bij Madrid, de AP-41 Madrid-Toledo, de AP-36 Ocaña-La Roda en de trajecten van de AP-7 tussen Cartagena en Vera en de ringweg van Alicante.
Voor het grootste gedeelte van de Spaanse tolwegen, met een totale lengte van 1.270 kilometer, zal de prijsstijging echter worden doorgevoerd. De verhoging van 0,84% is wel aanzienlijk lager dan die van 2019 (1,67%) en 2018 (1,91%). In de jaren daarvoor (2016 en 2017) was er sprake van een prijsdaling van de toltarieven.