Spanje opent geheime dossiers: zo wisten CNI, leger en politie vooraf van Ceuta-crisis

door Else BeekmanElse Beekman
40 documenten vrijgegeven: eerdere waarschuwingen, maar geen direct bewijs van opzet Marokko

Het Spaanse kabinet heeft deze week veertig geheime documenten vrijgegeven over de massale binnenkomst van migranten in Ceuta eind juli. Drie diensten bleken vooraf gewaarschuwd te hebben: het CNI, het leger en de nationale politie. De eerste CNI-nota ging al op 27 juli rechtstreeks naar het kabinet van premier Pedro Sánchez. De regering houdt echter vol dat niemand de uiteindelijke omvang van de instroom kon voorzien. In de documenten is geen bewijs te vinden van doelbewuste organisatie door Marokko te vinden, wel een beschuldiging van nalatig optreden op de dag zelf. Sánchez noemt de gebeurtenissen een “hybride aanval”, zonder daarbij Marokko rechtstreeks te noemen.

In het kort

  • Spanje maakte veertig geheime documenten openbaar over de massale grensoverschrijding in Ceuta eind juli.
  • CNI, leger en politie waarschuwden al vóór 30 juli, de eerste CNI-nota lag drie dagen van tevoren bij Sánchez’ eigen kabinet.
  • De regering houdt vol dat niemand de uiteindelijke schaal van tienduizenden mensen tegelijk kon voorzien.
  • Een legerwaarschuwing van 27 juli bereikte de legertop pas op de ochtend van 30 juli, vlak voor de instroom begon.
  • De documenten spreken van “nalatig” Marokkaans optreden, maar leveren geen bewijs van doelbewuste organisatie door Marokko.
  • Oppositiepartijen eisen het aftreden van Sánchez, Vox wil hem zelfs voor het Hooggerechtshof brengen.

Wat de documenten laten zien

  • 8 juli: het Hooggerechtshof beperkt de mogelijkheid tot “hete terugkeer” van mensen die zwemmend de grens oversteken. De regering wijst later naar deze uitspraak als startpunt van de crisis.
  • Begin juli: de Guardia Civil vraagt in interne rapporten al om meer middelen vanwege het risico op onregelmatige oversteken over zee, meldt PP-woordvoerder Ester Muñoz op basis van de dossiers.
  • 27 juli:
    • het CNI stuurt een eerste, “strategische” nota rechtstreeks naar het kabinet van de premier. Daarin staat een waarschuwing voor een mogelijke zwemaanval op de grens.
    • de Nationale Politie registreert intern dat er al een “massale zwemoversteek” gaande is: 748 mensen in de voorgaande twintig dagen. Onduidelijk is of deze nota verder werd doorgestuurd binnen het ministerie van Marlaska.
    • De militaire inlichtendienst CIFAS signaleert een “zeer waarschijnlijk” risico op een massale instroom op 30 juli. Deze inschatting bereikt de legertop echter pas op de ochtend van 30 juli zelf.
  • 28 juli: de Nationale Politie beoordeelt de risico-inschatting van de zwemoversteken nog als “relatief incident”.
  • 29 juli:
    • het CNI stuurt een tweede, tactische nota naar drie instanties: de Guardia Civil (eenheid UCE-3), de Policía Nacional (Comisaría General de Extranjería y Fronteras) en de regeringsvertegenwoordiging in Ceuta.
    • die nota wijst op twee Facebook-groepen met samen 182.000 volgers, die oproepen om tijdens het Marokkaanse Troonfeest de grens over te steken omdat de autoriteiten dan “afgeleid” zouden zijn.
    • het CNI stuurt dezelfde waarschuwing die dag ook naar de Marokkaanse geheime diensten DGST en DGED.
    • de risico-inschatting van de Nationale Politie voor de zwemoversteken springt naar “zeer hoog risico”.
  • 30 juli:
    • 10.06 uur: het CIFAS stuurt zijn risicoanalyse per e-mail naar de hoogste Spaanse legerbaas (Jemad), nog geen uur voordat de instroom zelf begint. Die geeft het door aan minister Robles, die het weer meldt bij Sánchez.
    • circa 11.00 uur: de massale grensoverschrijding begint, met naar verluidt meer dan 80.000 mensen; de regering zelf houdt het op 72.000, zonder dat daar een bekende telling aan ten grondslag ligt.
    • 13.00 uur: het CIFAS meldt “passiviteit” en “nalatig en passief optreden” van Marokkaanse functionarissen, wat volgens het rapport de grensoverschrijding over land en zee mogelijk maakte.
    • 14.37 uur: het Centro Nacional de Inmigración y Fronteras waarschuwt voor pogingen om migranten verstopt in voertuigen naar het Spaanse vasteland te smokkelen, en vraagt om extra controles bij Algeciras, Tarifa en de haven van Ceuta.
  • 31 juli: een nota van de Nationale Politie stelt dat de migranten zich “zelf organiseerden”.
  • 1 augustus: einddatum van de vrijgegeven periode.
  • Circa een maand later: dezelfde politie-eenheid die op 29 juli de CNI-waarschuwing ontving, stuurt een rapport naar onderzoeksrechter María Tardón waarin Marokkaanse “gendarmes” en “agenten” worden beschuldigd van het plannen en uitvoeren van de aanval. Dit rapport valt buiten de nu vrijgegeven periode en is geen onderdeel van de veertig documenten zelf.

Het verweer van de regering focust op schaal van instroom

Vóór 30 juli hadden het CNI, het CIFAS en de Policía Nacional stuk voor stuk al concrete signalen van een op handen zijnde grensoverschrijding. De regering ontkent dat niet. Haar verweer draait specifiek om de schaal: tussen de 70.000 en ruim 80.000 mensen tegelijk: dat aantal kon volgens het kabinet niemand voorzien. De veertig vrijgegeven documenten bevestigen de lezing van minister Robles van Defensie tegenover die van minister Grande-Marlaska van Binnenlandse Zaken. Gabriel Rufián van coalitiepartner ERC zei dat de dossiers laten zien dat “een deel van de staat tegen de eigen regering ingaat”.

Sánchez: “Niemand kon dit voorzien”

Sánchez zelf reageerde woensdag in een interview bij Mañaneros 360 op TVE. Hij hield vol dat niemand de massale instroom kon voorzien. De CNI-waarschuwing signaleerde volgens hem wel het risico, maar gaf niet de uiteindelijke schaal van de gebeurtenis weer. Hij herhaalde de kwalificatie “hybride aanval”. Daarbij noemde hij Marokko niet rechtstreeks. Verder verdedigde hij de aanpak van zijn regering als “intelligenter” dan een gewapend ingrijpen. Door mensen wél binnen te laten, zou 90 procent er vrijwillig weer uit zijn vertrokken, waarna de aandacht nu naar terugkeerprocedures gaat.

Donderdag voegde minister van Transport Óscar Puente daar nog aan toe dat de lezing van de regering “overeind blijft”. Volgens hem was er te weinig tijd was om een dispositief op te zetten dat de instroom had kunnen tegenhouden. Hij noemde het werk van het CNI wel “buitengewoon nuttig”, maar zei dat de dienst voortaan beter en eerder dit soort signalen zal moeten kunnen afgeven.

Oppositie roept om aftreden, Vox wil Sánchez voor het hof

PP-woordvoerder Ester Muñoz noemde de zaak een “leugen van de staat” en herhaalde de eis dat Sánchez aftreedt. Madrileense burgemeester José Luis Martínez-Almeida viel haar bij, net als regiopresident Isabel Díaz Ayuso. Zij koppelde haar kritiek aan het eerdere handgemeen tussen Sánchez en Vox-leider Santiago Abascal in het Congres. Bij de Baskische PNV noemen ze de inhoud van de dossiers “zorgwekkend” voor de regering zelf. Vox-Europarlementariër Jorge Buxadé gaat het verst: hij wil Sánchez via artikel 102 van de grondwet wegens “verraad” voor het Hooggerechtshof brengen.

Onderzoeksrechter erkent Spaanse staat als benadeelde partij

Ook op juridisch vlak gebeurde er iets relevants. Onderzoeksrechter María Tardón van de Audiencia Nacional liet de landsadvocaat, toe als burgerlijke partij in het strafonderzoek naar de grensoverschrijding. Volgens haar beschikking kunnen naast Ceuta en zijn inwoners, maar ook de Spaanse staat zelf als slachtoffer worden beschouwd van gebeurtenissen die mogelijk de territoriale integriteit en nationale veiligheid raakten.

De onopgeloste vraag over Marokko

Binnen de veertig documenten gaat het CIFAS-rapport van 30 juli het verst over de rol van Marokko in de crisis. Het spreekt van “passiviteit” en “nalatig en passief optreden” van Marokkaanse functionarissen die dag. Dat maakte volgens het rapport grensoverschrijding over land en zee op deze massale schaal mogelijk. Van doelbewuste organisatie door de Marokkaanse staat is in deze stukken echter geen sprake.

Een zwaardere beschuldiging kwam ongeveer een maand later van de Comisaría General de Extranjería y Fronteras. Die sprak in een rapport aan rechter Tardón van Marokkaanse “gendarmes” en “agenten” die de aanval zouden hebben gepland en uitgevoerd. Dat rapport hoort niet bij de veertig documenten, het dateert van na 1 augustus. Op dit moment onderzoekt de Audiencia Nacional de beschuldiging nog. De regering zelf houdt vol dat er geen doorslaggevend bewijs tegen Marokko ligt.