Een politierapport werpt nieuw licht op de massale grensoversteek naar Ceuta van 30 en 31 juli. Volgens het document stuurden Marokkaanse veiligheidsdiensten de operatie actief aan. Dat is precies wat de Spaanse regering steeds heeft ontkend.
In het kort
- Een politierapport wijst Marokkaanse veiligheidsdiensten aan als organisator van de massale grensoversteek naar Ceuta eind juli.
- Dit staat haaks op de eerdere lezing van de Spaanse regering, die de crisis toeschreef aan mensensmokkelnetwerken.
- Minister Grande-Marlaska suggereert dat zijn eigen politie hem de informatie bewust onthield, en vraagt opheldering.
- Coalitiepartner Sumar opperde eerder al dat veiligheidsdiensten informatie kunnen hebben achtergehouden om de regering te schaden.
- Rechter María Tardón beoordeelt nu of de Audiencia Nacional bevoegd is om de zaak te onderzoeken.
Wat er in het rapport staat
Het rapport komt van het CENIF, de inlichtingeneenheid van de Spaanse grens- en immigratiepolitie. Maandag ging het naar onderzoeksrechter María Tardón van de Audiencia Nacional. De conclusie is helder: de oversteek van zo’n 72.000 mensen gebeurde niet spontaan en werd ook niet alleen aangestuurd door mensensmokkelaars of oproepen op sociale media. Het was volgens de politie een georganiseerde operatie.
Marokkaanse gendarmes, zowel in uniform als in burger, zouden migranten hebben begeleid naar specifieke plekken waar ze de grens konden oversteken. De politie onderbouwt dit met beeldmateriaal van vlak voor en tijdens de gebeurtenissen. Al op 29 juli, een dag eerder, had het CENIF de grensposten gewaarschuwd voor een “extreem risico” op gecoördineerde grensoverschrijdingen, via zwemmen en over hekken heen.
Dit botst met wat de regering zei
Premier Pedro Sánchez noemde de gebeurtenissen destijds nog een “aanval op de territoriale integriteit” van Spanje, woorden die duiden op de inmenging van een andere staat. Later trok hij dat weer in en hield de regering het op mensensmokkelnetwerken, met een verwijzing naar een mogelijke rol voor Rusland en Israël.
Minister Grande-Marlaska van Binnenlandse Zaken zegt dat hij van niets wist. In de nacht van maandag op dinsdag stuurde hij een brief naar de algemeen directeur van de Nationale Politie, Francisco Pardo. Daarin stond de vraag om uitleg, en vooral: sinds wanneer de politie deze informatie al had.
Marlaska: “had meteen gemeld moeten worden”
Volgens nieuwsmedium El Confidencial laat Marlaska in zijn brief aan Pardo doorschemeren dat zijn eigen politiekorps hem bewust buiten de deur heeft gehouden. Hij beroept zich daarbij op de Spaanse wet op de nationale veiligheid. Nu de crisis in Ceuta officieel tot kwestie van nationale veiligheid is verklaard, had deze informatie volgens hem direct naar de Consejo de Seguridad Nacional en naar de mando único moeten gaan, los van het lopende gerechtelijke onderzoek.
Zijn brief komt nadat Kamerlid Enrique Santiago van coalitiepartner Sumar al eerder opperde dat ambtenaren binnen de veiligheidsdiensten of de Spaanse inlichtingendienst CNI bewust informatie hebben achtergehouden om de linkse coalitieregering te schaden. Santiago verwees daarbij naar een uitspraak van oud-premier José María Aznar uit 2023. Die riep burgers op om tegen de regering-Sánchez in actie te komen. Op basis van deze theorie riep Santiago de Comisión de Secretos Oficiales van het Congres bijeen, waar CNI-chef Esperanza Casteleiro uitleg moet geven.
Het rapport ligt bovendien gevoelig binnen het kabinet zelf. Marlaska hield wekenlang vol dat hij vooraf geen waarschuwing had gekregen over de omvang van de op handen zijnde instroom. Dat leidde eerder al tot een aanvaring met minister van Defensie Margarita Robles, die juist stelde dat de CNI wél tijdig had gewaarschuwd. De rest van het kabinet schaarde zich destijds achter Marlaska. Bovendien kwam het naar buiten enkele uren voordat premier Sánchez in het Congres verantwoording moest afleggen over wat de regering vooraf wist over de crisis.
Onderzoek naar bevoegdheid rechtbank
Rechter Tardón vroeg het rapport op om te bepalen of haar rechtbank deze zaak mag onderzoeken. Ze opende op 3 augustus een vooronderzoek, na een klacht van de partij Iustitia Europa. Die partij vond al direct dat je hier niet van een “gewoon of spontaan migratiefenomeen” kon spreken. Het Openbaar Ministerie moet nu adviseren of de rechtbank zich bevoegd mag verklaren.