Ceuta heeft de onrustigste nacht beleefd sinds de massale grensoversteek van eind juli. Drie auto’s gingen in vlammen op, er woedde brand op een berghelling en de politie moest meerdere vechtpartijen tussen migranten sussen. De incidenten onderstrepen de gespannen situatie in de stad, ruim een maand na het begin van de crisis.
Volgens de politie en de brandweer werden zondagnacht op verschillende plekken in de stad opzettelijk auto’s en containers in brand gestoken. In de bergen rond de stad, in illegale nederzettingen van migranten werden spullen in brand gestoken. Daarnaast moest de politie ingrijpen bij vechtpartijen tussen migranten, onder meer op het strand El Trampolín en op het industrieterrein. Daar vloog kort daarna ook een auto in brand. Een agent van de Guardia Civil raakte gewond aan zijn schouder toen hij bij een van de branden werd geraakt door een geworpen steen.
De vakbond AUGC noemt de nacht “ingewikkeld” en waarschuwt dat het niet om op zichzelf staande incidenten gaat. De organisatie vraagt met spoed om meer politie- en hulpdiensten in de stad.
Dit incident kwam bovendien maar één nacht na een ander voorval bij hetzelfde strand. Op zaterdagnacht werden al 21 mensen aangehouden, allen van Marokkaanse nationaliteit, nadat ze na onderlinge vechtpartijen met stenen gooiden naar een legerpatrouille en agenten van de Guardia Civil die kwamen ingrijpen. Niemand raakte daarbij gewond. Een vakbond van militairen eist inmiddels dat het werk in Ceuta als risicoberoep wordt erkend. Volgens hen nemen de confrontaties met de dag toe.
Een strand onder spanning
De aanhoudende onrust op het strand zelf vloeit voort uit de geïmproviseerde omstandigheden waarin de migranten dicht op elkaar leven. Op El Trampolín leven ze inmiddels al weken in geïmproviseerde tenten en hutjes. De sfeer onderling is flink verhard. Tentjes zijn overvol, er is weinig tot geen privacy en veel onzekerheid. Ook groeit het wantrouwen tussen groepen die normaal gesproken vaak strikt gescheiden van elkaar leven.
Die scheidslijnen lopen niet alleen tussen Marokkanen, Algerijnen en mensen uit landen als Burkina Faso en Mali. Ook binnen de Marokkaanse gemeenschap zelf heerst verdeling tussen mensen uit het noorden van het land en mensen uit het zuiden. Het gevolg is dat incidenten zoals diefstal of ruzies de sfeer van onderling wantrouwen vergroten. En volgens bewoners wordt die sfeer in het kamp met de dag grimmiger.
Spanningen gaan verder dan het strand
Die onrust beperkt zich niet tussen migrantengroepen onderling of controntaties met de politie. Eind augustus documenteerde El Diario ook georganiseerd geweld vanuit een deel van de lokale bevolking. Dat was gericht tegen migranten en moslimbewoners van de stad. Groepen bewoners staken tentenkampen op het strand in brand, er waren aanvallen op journalisten en boycots van winkels die producten aan migranten verkochten. Volgens de krant stonden in WhatsApp-groepen van verschillende wijken ook gecoördineerde acties om migranten actief uit buurten te weren.
Het Spaanse waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat Oberaxe registreerde in de eerste 48 uur na de grote instroom eind juli bijna 9.600 berichten met haatzaaiende inhoud gerelateerd aan deze crisis. Vanuit het kabinet riepen zowel minister Félix Bolaños als coördinator Ángel Víctor Torres op tot kalmte. Ze vroegen uitdrukkelijk om elk racistisch of xenofoob discours te vermijden. Oppositiepartij PP verweet het kabinet juist een gebrek aan actie, en partijwoordvoerders waarschuwden dat de frustratie onder bewoners verder zou oplopen zolang de rijksoverheid niet ingreep.
Roep om meer agenten en erkenning als risicoberoep
De al langer bestaande vraag om meer politie in Ceuta wint met elke onrustige nacht aan kracht. Sinds het begin van de crisis is de politie-inzet in de stad al fors uitgebreid. Half augustus stonden er zo’n 880 agenten van de Policía Nacional en 714 van de Guardia Civil. Daarbij kwamen extra eenheden vanuit Sevilla, Madrid en Málaga. Vakbond AUGC vindt dat nog altijd niet genoeg en wijst erop dat de Guardia Civil in Ceuta al langere tijd overbelast is.
Daarbovenop loopt al langer een landelijke discussie om het werk van politie en Guardia Civil formeel te erkennen als risicoberoep. Dat zou onder meer recht geven op vervroegd pensioen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zette daar in april van dit jaar een eerste stap voor, na een soortgelijke erkenning voor militairen. Die discussie kreeg door de crisis in Ceuta een nieuwe impuls. Agentenvakbonden wijzen op de aanhoudende blootstelling aan geweld in de stad als extra argument. Ook in de Ceutaanse volksvertegenwoordiging is een motie aangenomen die de regering oproept snel werk te maken van die erkenning.
Kabinet erkent vertraging
Ook binnen de regering klinkt zelfkritiek. Minister Cuerpo van Economische Zaken erkende deze week dat elke dag dat de situatie in Ceuta niet normaliseert, het kabinet een dag te laat is. Concrete stappen om de spanningen op en rond het strand te verminderen, zijn er vooralsnog niet.
Dat betekent dat de onzekerheid voorlopig aanhoudt voor de inwoners van Ceuta en de mensen die nog in de geïmproviseerde kampen verblijven. Het risico dat nachten als deze zich opnieuw voordoen, van welke kant het geweld ook komt, groeit daarmee.