Dit deel van Spanje is verkozen tot het mooiste gebied ter wereld

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Mensen genieten op uitzichtpunt in Fuente Dé: Picos de Europa verkozen tot mooiste gebied ter wereld

Ergens in het noorden van Spanje ligt een stuk land dat de meeste Nederlanders straal voorbij rijden op weg naar de Costa’s. Onterecht, zo blijkt. Reismagazine Time Out zette recent een lijst online met de 51 mooiste plekken ter wereld. En wat blijkt? Helemaal bovenaan, boven Komodo National Park in Indonesië en de beroemde Morgan Library in New York prijkt een Spaans Nationaal Park. Een natuurgebied dat het allereerste Nationale Park van Spanje werd.

Geen tropische baai op een fraai eiland, geen glimmende skyline met hippe rooftopbars, maar een verweerd kalksteenmassief waar de zee en de bergen elkaar bijna raken.

Diepe kloven en groene valleien

Het gaat hier om het berggebied Picos de Europa, dat zich over drie regio’s uitstrekt: Cantabrië, Asturië en Castilla y León. Het bijzondere is dat het zo compact in elkaar zit. Toppen van bijna 2.650 meter zijn slechts tientallen kilometers verwijderd van de witte schuimkoppen op de golven van de Cantabrische zee, die opspatten tegen de rotsen van de ruige kustlijn.

Die ligging levert diepe kloven op, waartussen groene valleien sterk contrasteren met de kale, lichtgrijze kalkpieken, vanwaar je soms zicht hebt op zee. Een combinatie die je vrijwel nergens anders zo tegenkomt. Daarom is Time Out er ook zo lyrisch over.

beste gebied ter wereldVolgens de overlevering waren de toppen voor zeevaarders al vanaf ver op zee zichtbaar als ze afkoersten op het Iberisch Schiereiland. Vandaar de naam.

Rijd of wandel je erdoorheen, dan zie je onderin nog dichte eiken- en beukenbossen. Hogerop beland je vervolgens op lieflijke alpenweides die aan Zwiterland doen denken met daarachter de zo typische gevormde grijze pieken.

In die weides scharrelt trouwens meer rond dan je zou verwachten: de behendige Cantabrische gems, het zeldzame auerhoen, en met een beetje geluk (of pech, hoe je het bekijkt) een schuwe bruine beer. Wie zich vooraf goed wil voorbereiden, kan daarvoor terecht op parquenacionalpicoseuropa.es, de officiële website van het park. Daarop staan ook actuele waarschuwingen, zoals de toegangsregeling voor de drukbezochte Lagos de Covadonga, de kabelbaan bij Fuente Dé en informatie over wandelroutes.

De plekken waar iedereen voor komt

We stipten twee beroemde trekpleisters van dit gebied al even aan . Allereerst is daar Fuente Dé. Daar brengt een kabelbaan je in een paar minuten van 1.070 naar bijna 1.850 meter. Boven aangekomen sta je zomaar met je neus boven het centrale massief, een uitzicht dat je niet snel vergeet.

Lagos de Covadonga
©inspanje.nl

Dan Los Lagos de Covadonga: twee gletsjermeren, Enol en Ercina, met grazende koeien en paarden op de omliggende weides, die zo groen zijn dat het bijna nep lijkt. Het is de plek die op elke foto van de Picos staat, en terecht.

En natuurlijk de Ruta del Cares, de wandeling waar veel wandelaars over dromen om die nog een keer te doen. Bijna twaalf kilometer (enkele reis), uitgehakt in de rotswand, met soms een afgrond van honderden meters naast je voeten. De route loopt tussen Poncebos en Caín door en staat ook wel bekend als de Garganta Divina, de goddelijke kloof. Een terechte bijnaam.

Voorbij de bekende paden

Maar het mooiste van de Picos zit hem juist in de plekken waar de meeste toeristen niet komen. Neem Bulnes, een piepklein gehucht met amper dertig inwoners, dat je alleen bereikt via een steil wandelpad of met een ondergrondse funicular die je in zeven minuten door de berg naar boven brengt. Het voelt er alsof de tijd is blijven stilstaan.

Iets hoger ligt Sotres, op 1.050 meter het hoogste dorp van de Picos de Europa, met stenen huizen en leistenen daken die er al eeuwen hetzelfde bij staan. Vanuit hier vertrekken de tochten naar de voet van de Naranjo de Bulnes, een iconische rotstoren van 2.519 meter, die ook hoog op de bucketlist van menig bergbeklimmer staat.

Wil je wat meer rust en minder gebaande paden, ga dan naar Tresviso. De Latijnse naam Trans visum betekent letterlijk ‘achter de afgrond’. En zo ligt het er ook bij tussen hooilanden en beukenbossen. Vlakbij kun je de indrukwekkende kloof van de Urdón bezoeken. Verder is Tresviso bekend om zijn blauwe schimmelkaas met een geur zo sterk dat je die maar moeilijk uit je koelkast krijgt.

Liefhebbers van industriële geschiedenis kunnen tussen Sotres en Tresviso, bij de parkeerplaats van Jitu de Escarandi, de oude Mazarrasa-mijnen bezoeken: verlaten schachten en roestige karretjes die nog herinneren aan een tijd van mijnbouw in dit ruige landschap.

En voor wie de Ruta del Cares liever van de andere kant beleeft: begin in Caín in plaats van Poncebos. Zelfde kloof, zelfde adembenemende uitzichten, alleen net wat rustiger.

Ga, voordat iedereen gaat

Ondanks dat het park nog relatief in de luwte van het massatoerisme ligt, zijn de beelden die mensen ervan verspreiden zo indrukwekkend dat het er wel steeds drukker wordt. Ook het feit dat de Picos in een koeler deel van Spanje liggen, vergroot de aantrekkelijkheid. Dus wie zelf wil oordelen of de titel ‘mooiste plek ter wereld’ terecht is, doet er goed aan er snel een keertje heen te gaan. En dan bij voorkeur buiten de zomermaanden.