Dinsdag begint het Spaanse schooljaar officieel voor docenten en ander personeel van scholen. De meeste kinderen gaan pas volgende week weer naar school. Maar de sfeer is gespannen. In Madrid, Catalonië en Andalusië hebben vakbonden al stakingen aangekondigd, en in zes andere regio’s broeit het eveneens.
Madrid, Catalonië en Andalusië het felst
Madrid krijgt vanaf 14 oktober te maken met een staking voor onbepaalde tijd. Catalonië legt op 8 september, precies de eerste schooldag, het werk voor één dag neer. Andalusië volgt op 11 november. Ook in de Comunidad Valenciana, Cantabrië, Aragón, de Balearen, Navarra en Castilië en León borrelt het onder leraren. Vakbonden sluiten stakingen daar niet uit.
Fernando Villalba, woordvoerder van vakbond STES, verwijst naar opgekropte frustratie bij de ruim 800.000 leraren die Spanje telt als basis voor de onrust. Klassen worden diverser, de middelen groeien niet mee, dertig procent van de leraren werkt met een tijdelijk contract, en hun koopkracht daalt, vooral door hogere huizen- en brandstofprijzen.
Er speelt nog iets mee, zegt Francisco Venzalá van vakbond ANPE. Tussen eind 2026 en begin 2027 vinden in bijna heel Spanje vakbondsverkiezingen plaats. Daarom profileren bonden zich in zo’n periode hieraan voorafgaand sterker. Bovendien voelen ze zich uitgedaagd door informele, van onderop georganiseerde bewegingen via vergaderingen en sociale media, zoals eerder gebeurde bij stakingen in Asturië, Catalonië en, in mindere mate, de Comunidad Valenciana.
De klas van nu is niet die van tien jaar geleden
Hoeveel complexer een klaslokaal precies is geworden, is niet in één getal te vangen. Maar de cijfers geven wel een idee. Vorig jaar had minstens een op de vijf leerlingen op openbare scholen in zeventien provincies een buitenlandse achtergrond. In de Comunidad Valenciana, waar de staking het hardst aankomt, lag dat op 24 procent in het basisonderwijs en 23 procent in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Tien jaar geleden was dat nog 11 en 9 procentpunt lager. In Alicante ligt het percentage zelfs op 30, het hoogste van het land.
Deze cijfers tellen alleen leerlingen zonder Spaans paspoort. Kinderen van migranten die zelf wel de Spaanse nationaliteit hebben, vallen erbuiten, terwijl toetsen als PISA laten zien dat ook zij gemiddeld een onderwijsachterstand hebben.
Veel van deze kinderen beginnen op school zonder de voertaal te spreken of komen uit onderwijssystemen met minder middelen. Teresa Esperabé, van de onderwijsfederatie van vakbond CCOO, wijst er ook op dat velen opgroeien in kwetsbare gezinnen. Volgens het Spaanse statistiekbureau INE loopt een derde van alle minderjarigen in Spanje risico op armoede of uitsluiting. De meesten van hen zitten op een openbare school. En dat in een land met een grote sociaaleconomische kloof tussen openbaar en (gesubsidieerd) particulier onderwijs.
Ook het aantal leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft, groeit. Het gaat om kinderen met een beperking of autisme, met aandachtsproblemen, of die later pas in het Spaanse systeem instroomden. Vorig schooljaar ging het om 422.631 leerlingen in het basisonderwijs en 298.915 in de onderbouw, tegenover 272.398 en 183.549 vier jaar eerder. Een deel van die stijging komt door betere diagnostiek, maar leraren merken volgens de bonden ook gewoon meer van deze leerlingen in hun klas.
Middelen groeien niet mee
Het probleem zit volgens Esperabé niet in het aantal migrantenleerlingen of leerlingen met extra behoeften op zich, maar in het feit dat de middelen niet meegroeien. Denk aan klassen om een taalachterstand snel weg te werken, bijlesprogramma’s, of specialisten in therapeutische pedagogiek en taal- en spraaktherapie. De maximale klassengrootte staat in het grootste deel van Spanje al decennia vast. Wel zet het ministerie van Onderwijs daar volgens Esperabé nu eindelijk stappen in. Het aantal leraren groeide vorig jaar met 1,6 procent, terwijl het aantal leerlingen juist met 0,8 procent daalde. Voor de vakbond is dat nog altijd niet genoeg.
De meeste bevoegdheden over onderwijs liggen bij de regio’s. Desondanks leggen de bonden ook eisen op tafel bij het ministerie zelf. Kleinere klassen in alle onderwijsniveaus, minimale kwaliteitseisen voor privé mbo-opleidingen en regels voor kunstmatige intelligentie op school met een publiek platform voor leerlingen en leraren. Ook moet er een groot plawn komen om klaslokalen te koelen nu de zomers steeds eerder beginnen, langer duren en warmer worden.
Vakbond CSIF gaat nog een stap verder: die kondigde een landelijke actiecampagne aan, waarbinnen een algemene staking niet wordt uitgesloten. Die zal op 16 september beginnen met een bijeenkomst voor het ministerie van Onderwijs in Madrid.