Vandaag vond de eerste sessie van het Spaanse parlement plaats waarin de beschikbare zetels voornamelijk worden ingenomen door de vier grotste partijen PP, PSOE, Podemos en Ciudadanos. Het akkoord over Lopez werd gesloten tussen PSOE en Ciudadanos. De PP hield zich ondanks dat de partij de meeste stemmen kreeg bij de verkiezingen, afzijdig en bracht geen eigen kandidaat naar voren. Volgens bronnen bij de partij van Mariano Rajoy toont de PP hiermee de bereidwilligheid aan om flexibel te zijn met betrekking tot toekomstige akkoorden over gevoelige onderwerpen. De linkse protestpartij Podemos had over het besluit niets in te brengen. Lopez gaat het meest plurale parlement in de geschiedenis van de Spaanse democratie voorzitten. Hij was premier van Baskenland op het historische moment dat de ETA in 2011 een definitieve wapenstilstand afkondigde.
Druk
Volgens bronnen bij de regering, zo schrijft de Spaanse pers, zegt de benoeming van Patxi López niets over toekomstige samenwerkingen tussen PSOE en Ciudadanos. Als zodanig is het geen vooruitwijzing naar een definitieve coalitie. De PSOE heeft volgens politiek analisten de meeste mogelijkheden om een regering te vormen. De PP zou enkel kunnen regeren met steun van PSOE, maar deze partij heeft zich herhaaldelijk tegen die optie uitgesproken. De druk op de partijen om een akkoord te bereiken is nu groot geworden met de totstandkoming van de separatistische regering in Catalonië.
Plannen PSOE
Pedro Sánchez, leider van PSOE en tweede partij na de verkiezingen, maakt wel duidelijk wat zijn plannen zijn voor de komende regeringstermijn. Hij wil de arbeidsmarkthervormingen van de PP weer ongedaan maken en komen tot een nieuw statuut voor Spaanse werknemers. Het minimum salaris moet omhoog naar 1.000 euro per maand. De huidige onderwijswet LOMCE moet weg en er moet een nieuw onderwijsakkoord komen. Tevens wil hij een minimale bijstand voor de zwaksten in de samenleving, de neutraliteit van de nationale radio en televisieomroep RTVE garanderen, nieuwe belastinghervormingen en een herstel van het universele karakter van de publieke gezondheidszorg.