Een negatieve natuurlijke groei kwam voor het eerst voor in het eerste kwartaal van 2015, zo blijkt uit de voorlopige cijfers die op 2 december jl. gepresenteerd werden. De natuurlijke bevolkingsgroei is het verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen gedurende een jaar op een bepaalde plek.
Alarmsignaal
Het is mogelijk dat deze negatieve natuurlijke groei, die sinds de Spaanse Burgeroorlog en de Spaanse griep van 1918 niet meer voorgekomen is in de jaarcijfers, tijdelijk is. Het aantal sterfgevallen is namelijk in het eerste kwartaal altijd aanzienlijk hoger dan in het tweede kwartaal. Het is echter wel een alarmsignaal voor een probleem dat in de Spaanse samenleving speelt. In het eerste kwartaal van 1999 was er ook sprake van een negatieve natuurlijke groei die in het tweede kwartaal gecorrigeerd werd.
Het INE waarschuwt dat het eerste kwartaal zich altijd kenmerkt door een lager natuurlijk overschot dan in het jaar als geheel, vanwege een hoger sterftecijfer en een lager geboortecijfer ten opzichte van het tweede kwartaal. Een negatief overschot in het eerste kwartaal hoeft zich op jaarbasis niet per se door te zetten.
Licht dalende tendens
In het eerste kwartaal van 2015 werden er 206.656 kinderen geboren en kwamen er 225.924 personen te overlijden. Er was sprake van een negatieve groei van 19.268 personen in dit kwartaal, en 23.179 personen ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar. Van het totaal aantal geboren kinderen had 17,4% een buitenlandse moeder, tegenover 17,8% in het eerste kwartaal van 2014, waarmee de licht dalende tendens zich voortzet.
Erg laag geboortecijfer
Er zijn niet alleen meer sterfgevallen dan geboortes omdat het sterftecijfer hoog is, maar ook omdat het geboortecijfer erg laag is. De Spaanse geboortecijfers van het eerste kwartaal van 2015 bevestigen de dalende tendens van de geboortelijn die in 2008 is begonnen, en hebben ten opzichte van 2010 een minimum van 206.656 geboortes bereikt. Dat is 0,8% minder dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Als dit door de statistieken van het tweede kwartaal van dit jaar bevestigd wordt, zal het de reeds slechte positie van Spanje ten opzichte van andere landen met een sterke bevolkingsafname verder verslechteren.
Spanje op zwarte lijst
Spanje staat als vijfde EU-land op die zwarte lijst, omdat van alle Europese vrouwen de Spaanse het langst wachten met het krijgen van kinderen. Zij krijgen op twee landen na ook de minste kinderen.. Als er niets verandert, zal in 2050 het aantal gepensioneerden tweemaal zo groot zijn als het aantal jongeren tot 15 jaar.
En in 2080 zal één van de door sociologen meest gevreesde toekomstscenario’s uitgekomen zijn: de omgekeerde bevolkingspiramide. Dit blijkt uit de onderzoekscijfers die het Spaanse Instituut voor Gezinsbeleid (IPFE) eind vorig jaar presenteerde aan het Europees Parlement. De prognoses van het INE bevestigen dat.
Bevolkingsafname van 12 procent
Volgens de bevolkingsprognose 2014-2064 van dit instituut zullen er over 15 jaar een miljoen minder Spanjaarden zijn en in 2064 5,6 miljoen minder. Als de huidige demografische ontwikkelingen zich voortzetten, zal de bevolking afnemen van 46,5 miljoen (in januari 2014) tot 45,8 miljoen in 2024 en 40,9 miljoen in 2064 (een daling van 12%).
De Spaanse situatie wordt er niet beter op als naar de totale bevolkingsgroei gekeken wordt, ofwel dat bij de natuurlijke groei ook de immigratie erbij wordt opgeteld en de emigratie ervan afgetrokken wordt.
Vertaling uit El País: Mariëlle Moonen