Negenjarige leerlingen die in Spanje het vierde jaar van de basisschool volgen (4º Primaria) werden beoordeeld op basis van de PIRLS-(leesvaardigheid) en TIMSS-test (rekenen en wetenschappen). Deze werden in 2011 uitgevoerd door de internationale vereniging voor evaluatie van onderwijsprestaties, IEA.
Leesvaardigheid
Op het gebied van leesvaardigheid is het internationale gemiddelde 500 punten. Daar scoort Spanje boven met 513 punten, maar dit is onder zowel het OESO-gemiddelde van 538, als het EU-gemiddelde van 534 punten.
De beste resultaten werden geleverd door leerlingen uit Hong Kong (571), Rusland en Finland (beide 568).
4 procent van de Spaanse kinderen kwam als excellent uit de test (OESO 10%). Een ondermaats niveau werd geconstateerd bij 6 procent van de Spaanse leerlingen ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 3 procent.
Rekenvaardigheid
Spaanse leerlingen scoorden hier gemiddeld 482 punten. Dat is onder het internationale gemiddelde van 500 punten, het OESO-gemiddele van 522 punten en het EU-gemiddelde van 519 punten.
Hier scoren Noord-Ierse en Vlaamse kinderen het beste met respectievelijk 562 en 549 punten.
13 procent van de kinderen scoorde ondermaats ten opzichte van 7 procent OESO. Slechts 1 procent van de Spaanse kinderen scoorde ‘excellent’ ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 5 procent.
Wetenschappen
De score voor Spaanse kinderen is met 505 hoger dan het internationale gemiddelde van 500. Het OESO-gemiddelde is hier 523 en het EU-gemiddelde is 521 punten.
Finland, Rusland, de VS en UK scoren hier het best met achtereenvolgens 570, 552, 544, 529 punten.
Van de Spaanse kinderen heeft 8 procent op dit gebied een ondermaats niveau ten opzichte van het OESO-gemiddelde van 6 procent en het EU-gemiddelde van 7 procent.