De Spaanse pensioenreserve — hucha de las pensiones — groeit elk jaar doordat werknemers en werkgevers meer premie betalen via het Mecanismo de Equidad Intergeneracional. Toch behaalt de pensioenreserve zelf bijna geen rendement.De Commissie wijst vooral op de beperkte beleggingsstrategie.
In het kort
- Spanje heeft het laagste pensioenrendement van de EU met min 2,1 procent
- Beleggingsstrategie focust op Spaanse staatsobligaties en niet op aandelen
- De reserve groeit vooral door de extra MEI‑premie die sinds 2023 wordt geheven
- Nieuwe regels moeten zorgen voor betere spreiding maar effecten zijn nog niet zichtbaar
Volgens de Europese Commissie heeft Spanje zelfs het laagste rendement van alle 27 landen in de Europese Unie. Over de afgelopen tien jaar kwam het rendement uit op min 2,1 procent. Daarmee scoort Spanje nog lager dan Polen, dat tot nu toe altijd de slechtste resultaten had.
MEI-reserve
De Spaanse pensioenreserve groeit de laatste jaren weliswaar weer doordat werknemers en werkgevers sinds 2023 een extra premie betalen. Deze premie hoort bij het Mecanismo de Equidad Intergeneracional (MEI). Het MEI is ingevoerd om nu alvast geld opzij te zetten, zodat Spanje in de toekomst genoeg middelen heeft om pensioenen te betalen. De MEI‑bijdrage komt bovenop de gewone sociale zekerheidsbijdragen. Het volledige bedrag gaat rechtstreeks naar de pensioenreserve en de premie stijgt elk jaar licht. Daardoor groeit het fonds snel, ook al behaalt het zelf weinig rendement.
Laagste rendement van Europa
Maar ondanks dat er meer geld binnenkomt, levert de pensioenreserve bijna niets op. Volgens de Europese Commissie heeft Spanje zelfs het slechtste rendement van alle 27 EU‑landen. Over de afgelopen tien jaar kwam het rendement uit op min 2,1 procent. Daarmee scoort Spanje nog lager dan Polen, dat jarenlang de slechtste resultaten had.
Brussel wijst op gebrek aan spreiding
In het jaarlijkse rapport European Financial and Stability Integration Review besteedt de Commissie veel aandacht aan de pensioenfondsen van de EU‑landen. Daarin staat dat pensioenreserves alleen hoge rendementen kunnen behalen als ze breed gespreid investeren, vooral door ook in aandelen te beleggen.
En precies dat doet Spanje niet. De Spaanse pensioenreserve belegt bijna alleen in Spaanse staatsobligaties en heeft helemaal geen aandelen in de portefeuille. Zelfs landen die volgens Brussel weinig spreiden, zoals Frankrijk (30 procent aandelen) en Polen (12 procent), doen het beter.
Zweden laat zien hoe het wél kan. Daar hebben drie grote pensioenfondsen meer dan 75 procent van hun vermogen in aandelen. Daardoor behalen ze al jaren positieve rendementen.
Hoe Spanje onderaan belandde
De cijfers laten duidelijk zien hoe groot het verschil is. Spanje staat onderaan de lijst met een rendement van min 2,1 procent. Frankrijk behaalt 1,3 procent en Polen min 1,7 procent, maar beide landen scoren nog altijd beter dan Spanje.
Volgens de Commissie zou een aandelenbelang van ongeveer 45 procent al genoeg zijn om het rendement flink te verbeteren. Luxemburg en Finland hanteren dat percentage en behalen respectievelijk 3,7 en 2,6 procent rendement. Het gemiddelde rendement in de EU ligt rond de 3 procent. Ook landen buiten Europa, zoals Japan, Nieuw‑Zeeland en Canada, kiezen voor brede spreiding en behalen daardoor veel hogere rendementen dan Spanje.
Nieuwe regels moeten verbetering brengen
De slechte prestaties van de pensioenreserve hebben geleid tot actie van de Spaanse regering. In februari 2025 werd een nieuw decreet goedgekeurd dat het fonds meer ruimte geeft om te investeren in andere financiële producten. Het mag nu ook beleggen in buitenlandse staatsobligaties en andere liquide en veilige activa.
Alle investeringen moeten worden goedgekeurd door de ministerraad en voorgesteld worden door de ministeries van Sociale Zekerheid, Economie en Financiën. De effecten van deze nieuwe regels zijn nog niet zichtbaar in de cijfers.
Inkomsten stijgen, maar problemen blijven
Hoewel het rendement laag is, groeit de pensioenreserve wel in omvang. In maart 2026 stond het fonds op 15,2 miljard euro, het hoogste niveau in tien jaar. Voor heel 2026 verwacht de regering meer dan 5,2 miljard euro aan nieuwe inkomsten via het MEI.
Toch blijft de Sociale Zekerheid kampen met een groot tekort. De staat moet jaarlijks meer dan 40 miljard euro bijleggen om alle uitgaven te kunnen betalen. De MEI‑bijdrage groeit wel snel. In het eerste kwartaal van 2026 werd al 1.417 miljoen euro opgehaald, bijna 30 procent meer dan een jaar eerder. De totale jaarprognose is gebaseerd op de laatste goedgekeurde begroting, die nog uit 2023 komt.
Pensioenen in Spanje: in welke regio krijg je de hoogste pensioenuitkeringen?