De jongste zus van koning Felipe beweert niets te hebben geweten van alle financiële delicten die haar echtgenoot en zijn voormalige zakenpartner hebben gepleegd en waarvoor zij de hoofdverdachten zijn in het corruptieschandaal Nóos.
Cristina is van mening, zo meldt haar verdediging, dat de rechter die het onderzoek naar het witwassen van geld en belastingfraude leidt, een ‘onthutsend besluit’ heeft genomen dat nergens op gebaseerd is en slechts tot doel heeft om de zaak tegen haar persoon ’tegen elke prijs’ levend te houden.
Dit heeft de Spaanse prinses geuit in het hoger beroep dat haar verdediging deze week indiende bij het Hof van Palma de Mallorca om te voorkomen dat zij als verdachte moet optreden tijdens de rechtszaak. Rechter José Castro kwam daags na de kroning van Felipe VI met een duizenden pagina’s tellend rapport met overtuigende gronden om de prinses officieel aan te klagen in de fraudezaak.
Witwassen
Cristina zou het geld dat via de Stichting Nóos van haar man Iñaki Urdangarín en zijn toenmalige partner Diego Torres van regionale overheden kwam, hebben gebruikt. Het geld ging van de liefdadigheidsinstelling naar Aizoon, een bv waar Cristina voor 50 procent, samen met haar man eigenaar was.
In totaal zou bijna 6 miljoen euro zijn weggesluist. Grote bedragen hiervan werden door de Spaanse prinses gebruikt bij privézaken zoals de renovatie van haar stadspaleis in Barcelona.
‘Ze wist het niet’
De verdediging van de prinses gooit het op het feit dat Cristina dan wel haar handtekening heeft gezet op diverse documenten, maar dat zij niet medeplichtig was omdat zij alles deed ter goeder trouw. Zij vertrouwde op haar man en wist niet waar hij mee bezig was. Daarbij zou het haar aan cijfermatige kennis ontbreken om alle fiscale aspecten van de boekhouding van de bedrijven te snappen. Bovendien zou ze geen tijd hebben gehad en ook geen belangstelling om zich hierin te verdiepen.
‘Haastig’
Haar advocaten bestempelen de beslissing van de rechter om Cristina in de beklaagdenbank te zetten als ‘haastig’ en ‘zonder precedent’. De prinses zou worden gediscrimineerd ‘omdat ze is wie ze is’. Bovendien werd in de Spaanse juridische geschiedenis nog nooit een echtgenote of zakenpartner zonder administratieve plichten in het betreffende bedrijf zijn veroordeeld voor belastingdelicten.