Deze overeenkomst, die een herziening van gerechtelijke beslissingen suggereert in het kader van ‘lawfare’, wordt gezien als een directe aanval op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de scheiding der machten.
Het begrip ‘lawfare’ verwijst naar het gebruik van juridische procedures voor politieke vervolging of om iemands reputatie te vernietigen. De term is ontstaan in de Angelsaksische wereld en is in Spanje geen juridisch concept. Desondanks erkent de overeenkomst tussen de PSOE en Junts het bestaan van ‘lawfare’ en benadrukt het belang van de erkenning dat in een rechtsstaat individuen in de rechtszaal het doelwit kunnen zijn van bijbedoelingen.
Het concept werd in het Spaanse publieke debat geïntroduceerd door Podemos, en niet door de Catalaanse separatisten, als gevolg van onderzoeken naar hun vermeende banden met het buitenland en vermoedens van onregelmatige financiering. Nu wordt het concept door de separatistische partijen gebruikt om te reageren op juridische acties die volgens hen oneerlijk tegen hen gericht zijn.
Vermeende politisering van de rechtspraak
Het akkoord tussen PSOE en Junts, dat het concept ‘lawfare’ erkent, leidt tot beschuldigingen van politisering van de rechtspraak. Een fenomeen dat de Spaanse juridische gemeenschap sterk afwijst. Die benadrukt dat rechters uitsluitend onderworpen zijn aan de wet, zoals uitdrukkelijk bepaald in de Spaanse grondwet. De rechters bekritiseren het akkoord als een inbreuk op hun onafhankelijkheid en wijzen erop dat gerechtelijke beslissingen niet onderhevig mogen zijn aan parlementaire revisie.
Juridische experts die felle kritiek juist ontkrachten
Naar aanleiding van de felle reacties van de oppositie op het akkoord tussen PSOE en Junts, met beschuldigingen dat het Spanje in een dictatuur zou veranderen, zien andere juridische experts deze als sterk overdreven. El País haalt Juan José Solozábal aan, hoogleraar grondwettelijk recht, die deze uitspraken als ‘hyperbolen’ beschouwt die niet overeenkomen met de realiteit. Hij benadrukt dat het Spaanse constitutionele systeem, met de bescherming van het Grondwettelijk Hof, de democratie en de rechtsstaat waarborgt.
Solozábal verduidelijkt: “Het Wetboek van Strafrecht zal van toepassing blijven. “De amnestie is een genademaatregel die de strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een actie uitwist, maar impliceert niet de intrekking van misdaden.” Bosch benadrukt dat het “specifieke feiten en specifieke mensen” treft en dat “het Wetboek van Strafrecht niet wordt gewijzigd, dat wil zeggen dat dit gedrag in de toekomst niet onder de amnestie zou vallen. De wet werkt alleen op het verleden.” Op de vraag of artikel 155 van de Grondwet indien nodig opnieuw kan worden toegepast, antwoordden beide juristen ja.
Ximo Bosch, lid van de Asociación Juezas y Jueces para la Democracia, en Mariola Urrea, doctor in de rechten, zijn het ermee eens dat de onderhandelde maatregelen binnen de grenzen van de rechtsstaat vallen. Ze bekritiseren het gebruik van gewelddadige uitspraken en grof taalgebruik van de oppositie. Die zouden angst zaaien onder burgers.
Tot slot vinden deze magistraten het ongebruikelijk dat leden van het Constitutionele Hof kritiek uiten op een wet die ze niet eens hebben gelezen. Alle drie de magistraten betogen in dit verband dat het Constitutionele Hof zijn grenzen overschrijdt door zich te bemoeien met de scheiding der machten.
PSOE’s reactie op toenemende onrust
Als reactie op de toenemende onrust en kritiek vanuit de juridische gemeenschap, heeft de PSOE benadrukt dat het parlement geen gerechtelijke uitspraken zal herzien of rechters zal controleren, zoals vastgelegd in het akkoord.