Het voornaamste doel van het Ministerie van Onderwijs is dat kinderen weer samen op school onderwijs kunnen volgen. Het document met onder andere deze maatregel wordt morgen gepresenteerd aan de autonome regio’s zodat de regioministers van Onderwijs hun input kunnen geven. Minister van Onderwijs, Isabel Celaá, heeft ook aangegeven dat scholen nu al gaan starten om de klaslokalen te optimaliseren. Dat wil zeggen; voldoende ventilatie en het groter maken van hun ruimtes waardoor kinderen in kleine groepen voldoende ruimte hebben om samen les te krijgen.
Maximaal 20 kinderen per klas
Klassen met minder kinderen is dus het uitgangspunt. Kinderen tot 10 jaar worden idealiter met 15 en maximaal 20 kinderen bij elkaar gezet. Tot nu toe was het maximale aantal kinderen per klas 25. De Minister van Onderwijs laat weten dat minder leerlingen per klas niet betekent dat een deel van de kinderen niet naar school kan gaan, maar dat andere ruimtes – zoals een bibliotheek of een eetzaal – worden gebruikt als extra klaslokaal.
In het vijfde en zesde jaar van de lage school (primaria) en op het voortgezet onderwijs (ESO en Bachillerato) dient de minimale onderlinge afstand van 1,5 meter wel in acht te worden genomen. Het gebruik van een masker is verplicht wanneer de afstand niet altijd kan worden gewaarborgd, maar niet als leerlingen aan hun tafeltje zitten.
Schoonmaakprotocol voor Spaanse scholen
Persoonlijke hygiëne blijft ook belangrijk. Leerlingen en docenten wassen regelmatig hun handen en er komt een schoonmaakprotocol. Ruimtes dienen minstens een keer per dag te worden schoongemaakt en de toiletten minimaal drie keer. De ramen dienen zo vaak mogelijk open te staan. Indien dit niet de hele dag mogelijk is dan moet er voor, tussen en na de lessen worden gelucht. Voor het correct naleven van het protocol worden in de autonome regio vertegenwoordigers aangewezen.
Protocol voor mensen met COVID-19-symptomen
Als iemand op school symptomen vertoont van COVID-19 dan wordt deze persoon apart genomen en wordt er contact opgenomen met het thuisfront. Het plaatselijke gezondheidscentrum wordt ingeschakeld en hun instructies moeten worden opgevolgd. De publieke gezondheidszorg is verantwoordelijk voor het verdere contact en de opvolging in de zorg voor de persoon die verdachte symptomen heeft.