Spanje ontvangt nog altijd zo’n 1.000 Oekraïense vluchtelingen per week

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spanje ontvangt nog altijd zo’n 1.000 Oekraïense vluchtelingen per week

Hij zei dit woensdag tijdens een persconferentie waarin hij de balans opmaakte van het beheer van de opvang van Oekraïense vluchtelingen in het land. Volgens Escrivá is Spanje ‘bijzonder behulpzaam’ geweest in deze zaak omdat het, zoals hij opmerkte, het vijfde land van de EU is dat de meeste vluchtelingen heeft opgenomen, kijkend naar het bevolkingsaantal en de grootte van het land.

Hij wees erop dat Spanje het afgelopen jaar 168.000 Oekraïners heeft opgevangen, waarvan 82.000 zich bij de gemeenten hebben laten inschrijven en ongeveer 78.000 hun gezondheidskaart hebben. Daarnaast zijn 18.000 Oekraïners opgenomen in het opvangsysteem, 14.000 aangesloten bij het socialezekerheidsstelsel en 36.000 kinderen zijn in Spanje ingeschreven op school.

Vooral vrouwen en kinderen

De vorig jaar in Spanje geregistreerde vluchtelingengemeenschap bestaat voor 31 % uit kinderen en voor 76 % uit vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de 168.000 aangekomen vluchtelingen is 31 jaar. 30% van hen heeft zich gevestigd in de Levante, vooral in Valencia en Alicante. In Catalonië zit 25% en in Madrid 15%. Van deze bijna 170.000 vluchtelingen kwamen de meesten aan in de eerste twee maanden na het begin van de oorlog. In maart en april registreerden de Spaanse opvangcentra volgens Escrivá tot 8.000 aankomsten per week. In de maanden mei, juni en juli daalde dit aantal tot de helft, ongeveer 4.000 personen per week, en na de zomer en nu gaat het volgens de minister om ongeveer 1.000 personen. In centra zoals CREADE in Pozuelo (Madrid), waar de persconferentie plaatsvond, hadden ze aan het begin van deze humanitaire crisis tot wekelijks 600 afspraken waren om vluchtelingen internationale bescherming te verlenen. Dat zijn er nu ongeveer 20 per week.

Stijging tijdens winter

Escrivá wees erop dat deze tendens zich voortzet ondanks het feit dat voor het winterseizoen, vanaf november, een toename van het aantal aankomsten was voorspeld. Deze verwachtingen waren te wijten aan ‘de strengheid van de winter’ in Oekraïne en het feit dat het land ‘gestraft blijft worden’ door de militaire acties van Rusland, aldus Escrivá. Maar, zoals hij ook opmerkte, ‘nu de winter goed op gang is gekomen’, is het aantal aankomsten in vergelijking met de voorgaande maanden niet toegenomen.

In dit opvangproces is altijd beschikbaarheid geregeld voor personen met een “bijzondere kwetsbaarheid”, zodat 66 Oekraïense kinderen en 15 volwassenen die een medische behandeling moesten ondergaan, vaak tegen kanker, zijn opgevangen. 461 kinderen uit weeshuizen zijn opgevangen, waarvan 93 met een handicap, en ook een honderdtal personen die gewond raakten in de strijd.

Werk

14.000 vluchtelingen zijn bij de sociale zekerheid aangemeld, een deel van de vluchtelingen heeft nog altijd een ban in Oekraïne en kan op afstand werken. Uit een enquête onder Oekraïners in Spanje is gebleken dat 56% vindt dat de grootste drempel voor het vinden van werk in het land het gevoel van tijdelijkheid is. Met andere woorden, zij willen zo snel mogelijk naar hun land terugkeren en zien deze situatie als tijdelijk. Daarnaast ziet 55% ook de taal als een beperking. Volgens Escrivá spreekt bijna niemand van de opgevangen vluchtelingen Spaans.

Compliment aan coördinatoren

In zijn toespraak prees de minister het coördinatiewerk, zowel binnen de regering zelf als tussen de regionale en lokale overheden en met het maatschappelijk middenveld en particuliere bedrijven. Volgens hem heeft deze dramatische situatie laten zien hoe belangrijk het is om aan te dringen op capaciteit. ’168.000 mensen in een land met de bevolking van Spanje in zo’n korte tijd opvangen is alleen mogelijk met de horizontale actie van de samenleving op alle gebieden’, benadrukte hij.

Daarnaast moet Spanje zijn staatsopvangsysteem versterken en vorderingen moet blijven maken met het aantal opvangcentra. In verschillende delen van het land komen nieuwe centra of worden aanbestedingen uitgeschreven om het staatsnetwerk van centra te versterken’ met behulp van Europese fondsen.

Traagheid in een aantal regio’s

Gevraagd naar de klachten van betrokken ngo’s dat sommige autonome regio’s niet de directe hulp verlenen die voor Oekraïense gezinnen is goedgekeurd, vroeg Escrivá om geduld. Hoewel hij erkende dat als dit beheer op staatsniveau was uitgevoerd, het tempo van de hulpverlening ‘hoger’ zou zijn geweest, wees hij erop dat de autonome regio’s hebben gevraagd om deze taak te krijgen en hebben toegezegd dit te zullen doen.

Volgens hem doen zich niet in alle autonome regio’s vertragingen voor en hangt deze situatie samen met het feit dat er verschillende routes zijn. Het ministerie wijst erop dat er regio’s zijn die reeds steun in die zin hebben ingevoerd en andere die een nieuw model moeten ontwikkelen, wat meer tijd vergt. Ook de hoeveelheid vluchtelingen die elke autonome regio te verwerken krijgt, verschilt volgens het ministerie.