Jarenlang stond Spanje in de hogere regionen van elke ranglijst voor gepensioneerden. Dat beeld verandert. In de nieuwste Annual Global Retirement Index van International Living zakt het land voor het derde jaar op rij: van plek vijf in 2024, naar zes in 2025, naar acht in 2026. Griekenland pakt voor het eerst de eerste plaats.
Jennifer Stevens, hoofdredacteur van International Living, verwoordt de verschuiving kort en krachtig. Jarenlang liepen Portugal en Spanje voorop in Europa, maar recente visumwijzigingen en stijgende kosten laten gepensioneerden nu verder kijken.
Het gouden visum is verdwenen
Een directe oorzaak is te vinden in de wet. Op 3 april 2025 schafte Spanje het Golden Visa definitief af. Wie voorheen voor 500.000 euro een huis kocht, kreeg er automatisch een verblijfsvergunning bij. Die route bestaat niet meer.
Voor niet-EU-gepensioneerden blijft alleen het non-lucratief visum over. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Een hoofdaanvrager moet een passief inkomen van minstens 28.800 euro per jaar aantonen, mag niet werken, en moet minstens 183 dagen per jaar daadwerkelijk in Spanje verblijven om de verblijfsstatus te behouden. Voor mensen die willen pendelen tussen twee landen, is dat een flinke streep door de rekening.
Duurder wonen en inflatie
Naast de regels spelen de kosten een grote rol. Huurprijzen zijn de afgelopen tien jaar verdubbeld en huizenprijzen stegen in dezelfde periode met 44 procent, becijferde Idealista. Die stijging trekt zich weinig aan van het inkomen van gewone Spanjaarden, en ook niet van dat van buitenlandse gepensioneerden die een appartement aan de kust zoeken.
De algemene inflatie is intussen niet meer wat die in 2022 was, toen de consumentenprijzen met 8,4 procent stegen, het hoogste niveau sinds 1986. Dat cijfer zakte gestaag: 3,6 procent in 2023, 2,8 procent in 2024 en gemiddeld 2,47 procent in 2025. Voor gepensioneerden met een vast pensioen leek de rust dus enigszins terug te keren.
Maar sinds begin 2026 loopt de inflatie weer op. In juli kwam de jaarinflatie uit op 3,5 procent, het hoogste niveau sinds mei 2024, vooral aangejaagd door duurdere energie door hernieuwde spanningen in het Midden-Oosten. Elektriciteit en gas werden fors duurder, en de kerninflatie (zonder energie en verse voeding) liep op tot 3,0 procent. Voor wie moet rondkomen van een vast pensioen in euro’s, of juist in dollars of ponden en dus ook nog eens gevoelig is voor wisselkoersschommelingen, tikt zo’n heropleving harder aan dan het cijfer op papier doet vermoeden.
Griekenland profiteert van precies die punten
Terwijl Spanje kampt met stijgende kosten en strengere regels, oogst Griekenland juist lof voor het tegenovergestelde. Het land scoort in de index hoog op betaalbaarheid, private zorg en toegankelijke visa. Stevens noemt Griekenland een land dat “een mooie, gastvrije en betaalbare Europese uitvalsbasis biedt, met toegankelijke verblijfsopties en een levensstijl die in elk opzicht rijk aanvoelt.”
Spanje blijft in de top tien, met kanttekeningen
Toch is het geen vrije val. Spanje staat nog altijd in de top tien, samen met Portugal, Italië en Frankrijk. De index prijst vooral de kwaliteit van de gezondheidszorg, het milde klimaat, het buitenleven en de wandelbare steden. Ook de hechte gemeenschappen van buitenlanders met veel diensten in eigen taal langs de kust en in de grote steden blijven een pluspunt.
Een tweede, recentere ranglijst, de Retirement Abroad Index van Expatriate Group uit juni, bevestigt het beeld: Spanje eindigt daar op plek negen, na Portugal als op één na best scorende Europese bestemming.
De volledige top 10 van de Annual Global Retirement Index 2026: Griekenland, Panama, Costa Rica, Portugal, Mexico, Italië, Frankrijk, Spanje, Thailand en Maleisië.