De internationale Dag van de Arbeid op 1 mei is een nationale feestdag in Spanje. In het hele land maken mensen van deze dag vrij gebruik om massaal de straat op te gaan. Daartoe opgeroepen door vakbonden vragen demonstranten in ruim 100 demonstraties aandacht voor hogere lonen, betaalbare woningen en betere arbeidsvoorwaarden. Dit jaar is er veel aandacht voor centrale manifestatie die in Málaga wordt gehouden.
Málaga centraal in nationale mobilisatie
Meer dan honderd demonstraties begonnen vrijdagochtend om 11.00 uur verspreid over het land. In Málaga verzamelden zich duizenden mensen onder de slogan ‘Derechos, no trincheras. Salarios, vivienda y democracia’ (Rechten, geen loopgraven. Lonen, huisvesting en democratie).
Vakbondsleiders Pepe Álvarez (UGT) en Unai Sordo (CCOO) benadrukten dat de economische groei van Spanje ook moet leiden tot hogere lonen. Tegelijk klonk er kritiek op internationale conflicten, waaronder de situatie in Iran.
Volgens de organisatoren is Málaga niet toevallig gekozen. De stad staat symbool voor de groeiende wooncrisis in Spanje, waar betaalbare huisvesting steeds moeilijker te vinden is. De woningprijzen stegen hier in vijf jaar tijd met liefst 40 procent. De vakbonden spraken zelfs van een “sociaal kruitvat”. Daarnaast eisen zij loonsverhogingen om het koopkrachtverlies van werknemers te compenseren, juist nu de Spaanse economie goed draait.
Ook de internationale situatie kreeg aandacht. De bonden herhaalden hun boodschap van “nee tegen oorlog” en uitten scherpe kritiek op de vele conflicten in de wereld en op het beleid van de Verenigde Staten onder president Donald Trump. Minister van Arbeid Yolanda Díaz liep eveneens mee. Zij riep op tot sterkere arbeidsrechten en hogere lonen via collectieve onderhandelingen.
Grote opkomst in steden als Madrid en Barcelona
Niet alleen in Málaga was het druk. In Madrid gingen volgens vakbond UGT zo’n 50.000 mensen de straat op. De demonstratie trok door de Gran Vía en richtte zich op betere lonen en arbeidsrechten.
In Barcelona en andere Catalaanse steden zoals Girona en Tarragona klonken vergelijkbare eisen. Op spandoeken stonden leuzen als ‘Trabajar para vivir, no para sobrevivir’ (Werken om te leven, niet om te overleven).
Ook minister van Cultuur Ernest Urtasun was aanwezig in Barcelona.
Acties in heel Spanje, van Bilbao tot Sevilla
Door het hele land vonden acties plaats: van Sevilla en Valencia tot Bilbao. In het Baskenland pleitte de vakbond ELA voor een minimumloon van 1.500 euro per maand.
Ook in regio’s als Asturië, Navarra, Aragón en op de Canarische en Balearische eilanden werd massaal gedemonstreerd. Zelfs in de autonome steden Ceuta en Melilla gingen mensen de straat op.
Internationale solidariteit
De eisen die in Spanje te horen waren, klonken ook in andere delen van de wereld. Van Europa tot Latijns-Amerika riepen demonstranten op tot sociale rechtvaardigheid, vrede en betere levensomstandigheden.
Hoewel de context per land verschilt, is de boodschap overal vergelijkbaar: economische groei moet eerlijker verdeeld worden, en werk moet voldoende zekerheid bieden om van te leven.
De Dag van de Arbeid blijft daarmee een belangrijk moment van solidariteit én een graadmeter voor sociale spanningen die in veel samenlevingen spelen.