De toeristenbelasting in Spanje breidt zich verder uit. Vanaf dit najaar voegen ook A Coruña en Santiago de Compostela zich bij de lijst van steden die toeristen extra laten betalen voor hun verblijf. Daarmee is Galicië de nieuwste regio die gebruikmaakt van deze belastingmaatregel. De extra inkomsten worden gebruikt om de extra onder druk staande publieke voorzieningen te financieren.
De toeristenbelasting die per persoon en per nacht wordt geheven, is in Spanje geen nieuw fenomeen. In 2012 was Catalonië de pionier door de maatregel in te voeren. De regio werd in 2016 gevolgd door de Balearen. Sindsdien gebruiken meer gemeenten en regio’s de belasting als extra inkomstenbron. Het argument is dat toerisme zorgt voor hogere kosten aan infrastructuur, zorg, schoonmaak en veiligheid.
Galicische steden volgen
Galicië is niet de meest toeristische regio van Spanje, maar toch liggen hier de nieuwe steden die van start gaan met het heffen van een toeristentaks. A Coruña wordt de eerste stad in deze noorwestelijk gelegen Spaanse regio die de toeristenbelasting toepast. Op 31 juli keurde de gemeenteraad de invoering goed. Vanaf september betalen toeristen tussen de 1 en 2,25 euro per nacht, afhankelijk van het type accommodatie. Passagiers van cruiseschepen zijn tot 1 januari 2026 nog vrijgesteld.
In Santiago de Compostela gaat de belasting na het hoogseizoen, op 1 oktober met vergelijkbare tarieven van kracht. De opbrengsten zullen worden gebruikt voor het behoud van het historische stadscentrum en de toeristische infrastructuur, aldus lokale bronnen.
Waar betaal je toeristenbelasting in Spanje?
Pionier in dit verband is Catalonië. Die regio voerde al in 2012 toeristenbelastingen in. Tarieven variëren hier per accommodatie en locatie. In Barcelona kan de taks vanaf 2029 oplopen tot 10 à 15 euro per persoon per nacht, dat is een verdubbeling van het huidige tarief.
Ook de Balearen proberen via een ‘ecotaks’ iets van de extra uitgaven als gevolg van de massale komst van toeristen naar de eilanden terug te verdienen. Sinds 2016 is een dergelijke belasting ingevoerd die tussen 1 en 4 euro in het hoogseizoen kost. In het laagseizoen betalen toeristen 75% van dat tarief. Vanaf de negende nacht verblijf geldt een korting van 50%.
Vanaf oktober 2025 rekent pelgrimsstad Santiago de Compostela tussen 1 en 2,25 euro per persoon per nacht. Vergelijkbare tarieven gelden vanaf september al voor A Coruña, zoals hierboven vermeld. Ook Vigo overweegt een tarief van 1 tot 2,5 euro per nacht voor maximaal 5 nachten te rekenen voor hotels, vakantieverhuur én cruises.
Andere steden die een toeristenbelasting overwegen zijn Toledo, die voor toeristen zonder overnachting die bijvoorbeeld in bussen arriveren 1 tot 1,5 euro te rekenen.
Ook het Baskenland wil een toeristenheffing invoeren in de loop van 2026. De regionale werkt samen met provinciebesturen en gemeenten aan de laatste details. Tarieven zullen variëren tussen 1 en 6 euro per nacht, afhankelijk van het type accommodatie. Afhankelijk van de zone kunnen er gedeeltelijke vrijstellingen gelden.
Verder dringen volgens het platform voor toeristisch nieuws Preferente sommige politieke groeperingen in de gemeentes Sevilla, San Sebastián, Salou, Cádiz en Málaga aan op het invoeren van een toeristenbelasting.
Toeristenbelasting om extra kosten te dekken
Volgens de betrokken gemeenten is het noodzakelijk om toerisme op een duurzame manier te beheren. “Bezoekers leveren weliswaar inkomsten op, maar veroorzaken ook extra kosten voor de stad,” klinkt het in A Coruña. De belastinginkomsten worden veelal ingezet voor schoonmaak, onderhoud van monumenten en toeristische informatiepunten.
Wat betekent dit voor reizigers?
Voor de meeste reizigers betekent dit een relatief kleine meerprijs op hun verblijf. Toch is het goed om vooraf te checken of een stad waar je overnacht deze belasting hanteert, en wat de tarieven zijn. Zo kom je niet voor verrassingen te staan.